Uiterst zeldzame mopsvleermuis opgemerkt in Bokrijk
Tijdens een biodiversiteitsonderzoek van het Provinciaal Natuurcentrum (PNC) rond de natuurwaarde van oude solitaire bomen of weesbomen werd deze zomer een zeer bijzondere ontdekking gedaan. In een boom in Bokrijk registreerden onderzoekers het geluid van een mopsvleermuis (Barbastella barbastellus). Voor Vlaanderen gaat het om de eerste bevestigde waarneming ooit van deze zeldzame vleermuis ten oosten van Brussel.
Een zeldzame gast met een betekenis
Binnen een breder biodiversiteitsproject van het Provinciaal Natuurcentrum rond Weesbomen werden afgelopen zomer vleermuizen gemonitord met behulp van batcorders, toestellen die ultrasone geluiden opnemen. In een boom in Bokrijk ontdekte vrijwilliger Karel Vanlaer in totaal negen soorten vleermuizen waarbij de vondst van een zeldzame mopsvleermuis voorlopig dé vleermuiswaarneming van het jaar is.
De mopsvleermuis is een schuwe soort die jaagt in oude, structuurrijke bossen en halfopen landschappen met houtkanten en kruidenrijke graslanden. Ze voedt zich vooral met nachtvlinders en vliegt, inclusief duikvluchten, behendig tussen bomen en struiken door. Hoewel ze hun jachtvlucht beperkten tot enkele kilometers, kunnen ze afstanden afleggen tot 25 km. Het diertje dankt zijn naam aan de kleine ogen en een gedrongen snoet die wat doet denken aan een mopshondje.
Dat ze nu ook in Bokrijk is aangetroffen, is goed nieuws voor Limburg. Deze soort stelt een aantal hoge eisen aan zijn omgeving. De aanwezigheid van het diertje wijst erop dat onze bossen ecologisch gezond zijn – met veel oude bomen, variatie in structuur en een rijk insectenleven.
In België zijn er slechts enkele zeldzame waarnemingen rond het Waasland, het Zoniënwoud en de Ardennen.
Onderzoek loopt verder
De ontdekking gebeurde in het kader van de Weesbomen-studie, die begon als een pilootstudie van het PNC en uitgroeide tot een breder biodiversiteitsproject. Een weesboom lijkt op het eerste gezicht een eenzame boom in een open landschap, maar blijkt een hotspot voor leven. De bomen worden op een aantal plekken in Limburg onderzocht op de aanwezigheid van o.a. planten, insecten, spinnen en amfibieën. Het PNC zet het onderzoek naar weesbomen ook dit schooljaar verder, samen met studenten van Hogeschool PXL en vrijwilligers van de LIKONA-werkgroepen.
“De resultaten van andere bomen worden nog geanalyseerd,” zegt Luc Crevecoeur, coördinator natuuronderzoek bij het Provinciaal Natuurcentrum. “We zijn benieuwd welke verrassingen die nog in petto hebben. Een weesboom is meer dan alleen een mooi landschapselement, maar vaak een stapsteen als verbinding. Dat zien we nu al door alles wat er onder schuilt, in leeft of rust.”