De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder
Bosgroep Limburg
Jonge boompjes met bescherming rond de stam.

QD-methode

QD in Limburg

De QD-methode is een natuurlijke en arbeidsluwe beheermethode die onze aandacht verdient. Zeker in achterstallig beheerde middelhoutbestanden, waar grote bomen gecombineerd werden met hakhoutstoven, is het mogelijk hiermee natuurlijke dynamiek en verjonging te verkrijgen.

De QD-methode geeft het bos hoge natuurwaarden met minimale inspanningen en kosten voor de beheerder. Bovendien geeft de methode topkwaliteitshout van imposante en gezonde bomen. En ondertussen spreidt de beheerder zijn risico: hij kan het hout op alle markten kwijt. In het slechtste geval zelfs als brandhout. Omgekeerd zou het je heel wat tijd en moeite kosten om van brandhout te evolueren naar kwaliteitshout in je bos!

QD in het kort

De QD-methode is gericht op het verkrijgen van edel hout van topkwaliteit zonder de duurzaamheid van het bos in de weg te staan. Dit beheer begint bij vestiging van goede bomen: per hectare zo’n veertig toekomstbomen voor loofhout en zestig voor naaldhout.

Met strategisch kappen kan de beheerder de competitie tussen de bomen bevorderen, wat rechte en kwaliteitsvolle bomen oplevert. Voor de keuze van de toekomstbomen kiest men bomen met een dikke en takvrije onderstam, die slechts 25 % van de te verwachten eindhoogte uitmaakt. De natuurlijke takreiniging dient snel en ongestoord plaats te vinden. Dit beheer noemen we kwalificering.

Als die takvrije lengte bereikt is, start de fase van dimensionering: de kroon moet zo groot mogelijk worden. Hoe groter het oppervlak van de kroon, hoe meer licht de boom kan opnemen. De diktegroei van bomen is rechtstreeks verbonden met de fotosyntheseactiviteit. Een boom met grote kruin groeit dus sneller en is gezonder!

Zodra het kronendak volgroeid is, start de fase van rijping. In alle fases heeft de bosbeheerder de duidelijke rol de natuurlijke processen hun gang te laten gaan.

De fase van vestiging

Goed vestigingsbeheer is zeer belangrijk. De bosbeheerder heeft met kappen en dunnen invloed op de toekomstbomen en kan zo de natuurlijke concurrentie tussen de bomen bevorderen. Die concurrentie begint bij de aanplant of spontane bebossing.

Spontane bebossing is te verkiezen boven aanplant: natuurlijke aanwas brengt geen werk of kosten met zich mee. Bovendien zullen spontane zaailingen beter aanslaan, omdat zij minder vatbaar zijn voor ziektes.
Als er niet voldoende gewenste zaadbomen in de buurt staan om de (her)bebossing natuurlijk te laten verlopen, zal de beheerder toch moeten aanplanten.

Bij toepassing van de QD-methode plant men niet het hele perceel als een plantage aan, maar plant men pleksgewijs in kleine verjongingsgroepen. Dit zijn groepen waarin jonge bomen voldoende dicht tegen elkaar kunnen opgroeien met een onderlinge plantafstand van 1 m bij 1 m of 1,5 m bij 1,5 m.
Zowel ecologisch als economisch ligt de optimale diameter van zo’n verjongingsgroep tussen 5 en 7 m. Het aanbevolen aantal planten hangt af van de vraag of de beheerder lichtboomsoorten wil planten. Als daarvoor wordt gekozen, is de combinatie 20 lichtbomen en 10 schaduwbomen ideaal. In het andere geval kiest de beheerder best voor 40 schaduwsoorten.

De onderlinge afstand tussen de groepen van middelpunt tot middelpunt bedraagt idealiter 12 tot 18 m. Het doel is aan het einde van deze fase één toekomstboom per groep over te houden.

Doorheen de verschillende fases hebben alleen ingrepen plaats rond deze 40 à 60 toekomstbomen. Op de overige 80 % van de bestandoppervlakte kan de natuur zijn gang gaan en zo wordt de nodige arbeidstijd per kubieke meter kwaliteitshout sterk gereduceerd.

De fase van kwalificering

De kwalificeringsfase start als de jonge boompjes niet meer vatbaar zijn voor concurrentie van kruidige vegetatie. Het beheer in deze fase is erop gericht voldoende toekomstbomen te verkrijgen die op termijn het kwaliteitshout kunnen leveren. Bij verstandig beheer manifesteert en kwalificeert de boom zichzelf zonder veel inspanningen van de beheerder.

De hoogtegroei verloopt in dit stadium steeds sneller en dat zorgt voor de natuurlijke stamreiniging: als de bomen dicht genoeg op elkaar staan, sterven de onderste takken door lichtgebrek spontaan af. Dit noemen we natuurlijke stamreiniging en is een kosteloze vorm van snoeien.

Doordat de bomen dicht op elkaar staan, strijden zij om het licht. Zo ontstaat natuurlijke selectie: de meest vitale en goedgevormde bomen zullen uitgroeien tot bomen met kwaliteitshoutpotentie (“opties” genoemd).

Kwalificering is sterk boomsoortafhankelijk, niet alle boomsoorten reageren immers hetzelfde op licht(gebrek). De bosbeheerder grijpt in deze fase alleen in als een te groot aantal “opties” in de verdrukking komt of als veel voorlopers een slechte stamvorm of te zware betakking hebben.

Meestal zijn de te verwijderen boompjes jong en hebben ze een klein of te verwaarlozen houtvolume. Deze bomen worden geknakt of geringd zonder ze af te voeren. Dit drukt de arbeidskosten en zorgt voor een geleidelijke afname van de takreiniging. Zo ontstaat een kleine hoeveelheid dood hout in het bos.

De fase van kwalificeren eindigt op het moment dat duidelijk is welke bomen in het bos de toekomstbomen zijn. Om te controleren of menselijk ingrijpen tijdens deze fase vereist is, legt men toegangsstroken (van ca. 1 m breedte) aan om de 20 m. Later kunnen (enkele) van deze stroken verbreed worden tot ruimingspistes waarop het hout machinaal kan worden afgevoerd.

De fase van dimensionering

Als ongeveer een kwart van de te verwachten eindhoogte van de toekomstboom takvrij is, begint de dimensioneringsfase. Tijdens deze fase zal de bosbeheerder de concurrenten van toekomstbomen telkens opnieuw verwijderen, zodat de kroon van de toekomstbomen zoveel mogelijk kan groeien. Op die manier wordt de productie van knoestvrij kwaliteitshout gemaximaliseerd: hout dat vrij is van littekens van oude takken. Het is belangrijk sluiting van de kroon te voorkomen, omdat kroonsluiting de groei en de houtproductie remt.

Naast het wegnemen van concurrenten die de breedtegroei van de kroon van de toekomstbomen remmen, is het belangrijk dat het afsterven van takken over de lengte van de stam wordt gestopt. Een duurzaam behouden lage kroonaanzet is het onderscheidende element van QD-methode. De basis van de kroon van toekomstbomen blijft op dezelfde hoogte in leven vanaf het begin van de dimensioneringsfase tot het moment waarop de boom uiteindelijk geveld wordt.
Taksterfte op latere leeftijd leidt immers tot productieverlies en kan bij bepaalde soorten leiden tot donkerkleuring van de kern. Dit laatste is een chemische reactie die bij soorten als beuk en es groot waardeverlies tot gevolg heeft.
De beschikbare tijd voor het uitgroeien van de kroon is beperkt, het is daarom belangrijk dat je tijdig begint!

Onderstaande tabel geeft per soort een indicatie van de start van de dimensionering. De start van deze fase is afhankelijk van de soort en de standplaats. Bij het verwijderen van de concurrenten van de toekomstbomen ontstaan tussentijdse houtoogsten die in de meeste gevallen leiden tot een kleine of matige opbrengst voor de eigenaar. In het begin gaat het grotendeels om brandhout, maar het is niet uitgesloten dat enkele stammen voor zaaghout of zelfs fineer gebruikt kunnen worden. Ecologisch gezien is het een groot voordeel dat het bosklimaat slechts zeer plekgebonden verstoord wordt.

Indicatie start dimensionering per soort
Boomsoort Leeftijd (jaar)
ratelpopulier 09 - 12
berk, els lork 12 - 15
es, esdoorn, kers, grove den 18 - 22
eik, fijnspar, douglas 25 - 30
beuk, zilverden 35 - 40

In Duitsland kiest men bij deze methode ervoor om op gevoelige bosbodems de ruiming in het bos door trekpaarden te laten doen. Voor het afvoeren van dikkere stammen is machinale afvoer, meestal met gebruik van de boslier, de enige mogelijkheid.

De fase van rijping

De rijpingsfase start zodra de toekomstboom 75 tot 80 % van zijn verwachte eindhoogte bereikt heeft. Vanaf dan zal de kroonuitbreiding afnemen en uiteindelijk stoppen.

Op het einde van de rijpingsfase kan een individuele oogst ingepland worden op het moment dat de houtprijzen gunstig zijn. Onder deze kaprijpe bomen staat de volgende generatie bomen al klaar om de hoogte in te schieten, zodat de kringloop zich sluit. De meest interessante afzetmarkt voor kwaliteitshout zijn de zogenaamde rondhoutveilingen.