De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder

Nieuwsrss feed nieuws

beschrijving
woensdag, 22 oktober 2014
Net afgestudeerd als designer, vormgever, architect of mode-, juweelontwerper? En zou je je toch nog graag verder willen ontwikkelen als designer? Daarin persoonlijk bijgestaan door professionele...
beschrijving
woensdag, 22 oktober 2014
Wat kun je zelf doen om een inbraak te voorkomen? Veel, zo weten preventiespecialisten. Op donderdag 11 december a.s. krijgt België een eerste nationale actiedag tegen woninginbraken: "1 dag niet". Het...
beschrijving
dinsdag, 21 oktober 2014
Beleef Herfstkriebels op 1 en 2 november in Bokrijk! Ontdek het geheim van de spokenplaag. Laat je omtoveren bij de knotsgekke spoken make-over. Doe mee aan de trick-or-treat challenge. Neem...

Limburg in beeld

Kleine Verhalen in een Groote Oorlog (Kortfilm)
video

Het is avond, in een café. Er wordt een glas gevuld met bier, op de achtergrond walsen koppeltjes. Er klinkt pianomuziek, mensen praten en lachen.

Pancarte
Limburg - 31 juli 1914

Het volle glas wordt weggenomen, we zien de pianist aan het werk. Baptist en Mathilde komen in beeld, ze kijken elkaar in de ogen en lachen. Ze zijn duidelijk verliefd. De pianomuziek vertraagt en stopt, de dansers komen tot stilstand. Mathilde kijkt opzij naar mensen die aan een tafeltje zitten en zegt:
Onzen Isidore amuseert zich precies niet.

Haar partner, Baptist, antwoordt:
Hij is nochtans wel in goed gezelschap, he.

Mathilde wil weggaan, maar Baptist houdt haar tegen en zegt smekend:
Neenee, Mathilde. Nog eentje, nog eentje. Mijn allerliefste Mathilde.

Mathilde straalt en legt haar hand op Baptist zijn schouder.
De muziek zet weer in en samen walsen ze verder. Op de achtergrond horen we een kerkklok slaan. Het dansende koppeltje schrikt en stopt. Aan de tafels praten de cafégasten verontrust met elkaar. Plotseling gaat de deur open en komt er een rijkswachter naar binnen. Hij blijft staan en zegt:
Soldaten van de elfde linie, ga nu meteen terug naar de kazerne. Dan krijgen jullie verdere instructies. Het Duitse Rijk heeft Frankrijk en Rusland een ultimatum gesteld en daarom heeft de regering uit voorzorg de algemene mobilisatie afgekondigd.

De mensen kijken geschrokken. De rijkswachter gaat voort:
Mannen, zo snel mogelijk naar de kazerne.

En tegen de andere aanwezigen:
En jullie, mannen, jullie gaan best zo snel mogelijk naar huis, want ze komen rond met de persoonlijke oproepingsbrieven.

Verschillende mensen beginnen het café te verlaten. Eén van de vrouwen aan een tafeltje, Jeanne, zegt:
Het gaat toch geen oorlog worden, he Isidore?

Isidore antwoordt:
Jawel. Ik heb het u toch gezegd? Jeanne, ik ga mee.

Jeanne:
Niks van, gij blijft hier.

Isidore springt op en loopt naar Baptist, die op de dansvloer is blijven staan. Jeanne volgt hem. Isidore zegt:
Ik wil ook gaan, Baptist. De Belgen moeten nu maar aan de grens laten zien dat we er weer klaar voor zijn. Ze zullen er niet eens aan denken om ons aan te vallen.

Mathilde, die het gesprek heeft gevolgd, antwoordt:
Isidore, die van 14, die moeten nog niet gaan. Mathilde kijkt naar Baptist en zegt:
Toch?

Baptist antwoordt weifelend:
Neenee.

En tegen Isidore:
Houd u maar gereed. Uwen tijd komt nog wel.

Hij neemt Isidore even bij de schouder en loopt weg naar een tafeltje. Hij komt terug naar de drie mensen die in het midden van het café staan, met een bloem in zijn hand. Hij zegt tegen Mathilde:
Voordat deze margriet verwelkt is, kom ik terug. Ja? ...
Allee, kom.

Mathilde knikt en Baptist geeft haar de margriet. Mathilde neemt ze aan en omarmt Baptist stevig.
Baptist loopt naar de deur, maar draait zich om. Hij zegt tegen Mathilde.
Enne … daarna vraag ik u ten huwelijk.

De twee jongedames glimlachen.
Baptist loopt het café uit. Isidore loopt achter hem aan.
Jeanne komt dichter bij Mathilde staan en zegt:
Wat romantisch.

Mathilde kijkt haar verdrietig aan en zegt:
Dat hij maar snel terug is, want anders dan zit er hier eentje zonder vader.

Jeanne vraagt bezorgd:
Zijt gij over tijd?

Mathilde knikt en haalt een rood babysokje uit haar rok. Ze zegt:
Ik wou het hem eigenlijk vandaag vertellen.

Het andere meisje zegt vol medeleven:
Oh, Mathilde.

Ze neemt Mathilde bij de schouder en samen lopen ze het café uit.

Aftiteling
Kinderen spelen oorlogje in het veld
Eén van hen roept ... Het is Oorlog.

Pancarte
De provincie Limburg stelt voor
Limburg 1914 – 1918
Kleine Verhalen in een Groote Oorlog

De film gaat verder.

Het is donker, we bevinden ons in een fort. Er klinken schoten en kreten van gewonde soldaten, er komt puin naar beneden. Baptist loopt naar de camera, een tweede soldaat komt uit een zijgang en rent weg. We horen buiten beeld een soldaat die roept:
Maak dat ge weg zijt. Ze schieten ons allemaal naar de verdoemenis.

Er klinkt geschreeuw en geroep. Baptist strompelt voort, kruist een andere soldaat in de gang, komt bij een kamer, kijkt en gaat naar binnen. In de kamer ligt er een gewonde soldaat. Baptist knielt bij hem neer. De gewonde soldaat zegt:
Maak dat ge weg zijt, Baptist. Of we gaan er allemaal aan.

Baptist neemt de hand van de gewonde soldaat en helpt hem moeizaam overeind. De soldaat kreunt. Baptist neemt hem op zijn rug en strompelt de kamer uit en de gang door.

Een soldaat rent het fort uit. Ook Baptist komt naar buiten, met de gewonde soldaat op zijn rug. Soldaten rennen door elkaar heen. Baptist zoekt met de ogen waar hij veilig naartoe kan.

We bevinden ons in een straat met kasseien. We zien laarzen van soldaten en even later de soldaten zelf, die met het geweer in de aanslag naar de huizen kijken.

In een andere straat komt Isidore aangelopen, met Mathilde achter hem aan. Mathilde houdt Isidore tegen en zegt:
Zijt ge zot geworden, Isidore?

Isidore:
Gij vindt het zot dat ik iets wil doen?

Mathilde:
Is ’t al niet erg genoeg dat mijn lief weg is, misschien?

Isidore:
Ik wil meedoen, Mathilde. Ik heb gisteren een rijkswachter van Generaal Deschepper gesproken die nog altijd in Limburg standhoudt. Ik wil me daarbij aansluiten. Iedereen moet nu zijn vaderlandse plicht doen.

Mathilde houdt Isidore tegen en zegt:
Uw vaderlandse plicht, Isidore? Wat heeft het vaderland eraan als ge dood zijt?

Isidore kijkt haar aan, zucht en loopt verder.

Samen komen ze op een pleintje, waar verschillende mensen lopen. Ook de soldaten met geweren komen uit de andere richting bij het plein.
Opeens weerklinkt een schot. De mensen schreeuwen en rennen weg van het plein.
Een Duitse soldaat komt aanrennen en roept in het Duits:
Er schieten burgers!

Een andere Duitse soldaat, een luitenant, komt aanlopen en roept:
Wat gebeurt er, verdomme?

De eerste Duitse soldaat antwoordt:
De burgers beschieten ons, luitenant.

De luitenant knikt en zegt:
Goed.

Hij kijkt om zich heen en ziet Mathilde en Isidore staan. Hij wijst naar Isidore en zegt:
Daar! Hij heeft geschoten!

Mathilde en Isidore schrikken. Mathilde geeft Isidore een duw en hij rent weg.
De Duitse soldaten rennen achter hem aan. Twee voorbijgangers houden Mathilde tegen en nemen haar mee in veiligheid in een kerk.

De pastoor komt naar voren en vraagt:
Wat gebeurt er?

Mathilde:
Ze zijn beginnen schieten.

De pastoor rent de kerk uit, met Mathilde achter hem aan.

We zien hoe de Duitse soldaten twee burgers hebben opgepakt, die ze voor zich uit duwen. De pastoor rent achter ze aan en zegt in het Duits:
Wat gaat u met deze brave mensen doen?

De luitenant antwoordt:
Iemand in dit dorp heeft geschoten en deze twee heren zullen daarvoor boeten.
De twee toevallige slachtoffers worden tegen een muur op de grond gegooid.

De pastoor:
Ik ken hen. Zij hebben geen wapens. Hoe konden ze dan schieten?

De Duitse luitenant geeft de pastoor een duw. Een Duitse soldaat vangt hem op en dwingt hem op de knieën.
De luitenant trekt zijn revolver en loopt naar de twee slachtoffers toe.
Eén van hen zegt:
We hebben niks gedaan. We hebben niks gedaan!

De luitenant antwoordt niet, maar richt zijn pistool op hem. De pastoor vouwt de handen en bidt.
Er klinkt een schot. We zien de oudste van de slachtoffers met een schotwond in het voorhoofd.
Er klinkt een tweede schot.

Op een afstand heeft Mathilde alles zien gebeuren. Bij het tweede schot draait ze zich om en rent ze weg. Ze loopt de kerk binnen en trekt de deur achter zich dicht.

We bevinden ons in een loopgraaf. Er lopen soldaten rond. Eén soldaat bukt zich en neemt een ransel op. Aan de kant zit Baptist, samen met een andere soldaat. Die zegt tegen Baptist:
Ziet ons hier nu zitten, jong. Weet gij dat wij hier al meer dan zes maanden bezig zijn?

Baptist antwoordt niet, maar kijkt bedroefd naar de andere.

Soldaat:
Dat is al zes maanden dat ons leven aan een zijden draadje hangt.

Baptist:
En wij die dachten dat we maar twee weken gingen wegblijven.

De andere soldaat:
Ja … dat dachten die Duitsers hier een paar meter verder waarschijnlijk ook. Maar nee, ter ere van het vaderland blijven wij hier maar wat op mekaar zitten schieten.

Baptist:
Terwijl dat we allemaal maar één ding willen. En dat is …

Hij neemt een envelop uit zijn tas.

Baptist:
Zo snel mogelijk terug bij ons vrouwke zijn.

Baptist kijkt naar een foto.

De andere soldaat:
Is dat uw vrouwke?

Baptist:
Ja.
Allee …

Hij geeft de foto aan zijn makker. Mathilde, op de foto, is zwanger.

Baptist:
Bijna. Als de oorlog niet was uitgebroken.

De andere soldaat:
Allee … Dat heeft u dan precies toch niet tegengehouden om al eens goed raak te schieten, hè?

Hij geeft de foto terug aan Baptist, die niet geamuseerd is.
Baptist kijkt dromerig naar de foto.

We horen de stem van Mathilde:
Liefste Baptist
Ik schrijf u vanuit Maastricht en ik hoop dat deze brief u gaat bereiken.

Baptist neemt twee rode babysokjes uit zijn zak en houdt ze tegen de foto. We horen verder wat Mathilde in de brief heeft geschreven:
Notaris Dreesen, waar ik nu als dienstmeid werk, heeft mij verzekerd dat hij via Holland en Engeland bij onze soldaten geraakt.

We zien een statig herenhuis, waar op de eerste verdieping een raam wordt geopend. Mathilde opent het raam. We horen haar stem, terwijl ze een laken uitschudt en over de vensterbank legt.

Mathilde:
Ik mis u, Baptist. Maar onze kleine doet mij iedere dag aan u denken als hij in mijn buik aan het stampen is. Daarmee probeer ik mijn zinnen wat te verzetten … want ik maak me veel zorgen over u. En ook over Isidore. Zijn vaderlandsliefde is lovenswaardig, maar over zijn activiteiten ben ik minder te spreken. Ik hoop dat ook hij onze kleine nog kan zien opgroeien.

Het is nacht, Baptist ligt onrustig te slapen. Opeens schiet hij wakker uit een angstdroom. We horen een baby huilen. Baptist zit hijgend rechtop in bed.

In Maastricht zien we een kinderbedje waarin de kleine ligt te huilen. We horen de stem van Baptist, die een brief aan Mathilde leest.

Baptist:
’t Is wreed aan het front, Mathilde. Er gaat geen dag voorbij of ik zit aan u te denken. Geef onze Kamiel een kuske.
Aan een tafel zit Mathilde de brief te lezen.

Baptist:
Ik zie u ontzettend graag en ik kan niet wachten om opnieuw met u te dansen.

Een man met zware laarzen en een Duits legeruniform komt de trap af. Hij heeft een wandelstok en loopt moeizaam. Hij duwt de deur open van de kamer waar Mathilde de brief zit te lezen en gaat naar binnen. Mathilde kijkt op van haar brief. De Duitse soldaat komt achter Mathilde staan. Hij neemt de brief op en ziet een tekening van een dansend stel.

Hij zegt in het Duits:
Kijk ’s aan. De mooie Mathilde kan dus toch dansen.

Hij legt de tekening weer op tafel, buigt zich over Mathilde heen en wil haar kussen.

Mathilde graait de brief van de tafel, springt op van haar stoel en loopt weg van de Duitse soldaat.
De soldaat zet een paar passen in haar richting en zegt gelaten:
Alleen niet met mij.

Notaris Dreesen komt de kamer binnen. Mathilde zegt:
Meneer

Dreesen ziet de Duitser en zegt:
Herr Hohenhoffer

De Duitser antwoordt:
Herr Dreesen

Mathilde loopt terug naar de tafel, legt de brief neer en neemt een mand. De Duitse soldaat gaat naar notaris Dreesen toe en zegt in de richting van Mathilde:
Mijn excuses.

Hij loopt de kamer uit.

Notaris Dreesen doet de deur achter hem dicht, kijkt glimlachend naar Mathilde en loopt naar haar toe. Hij zegt:
En? ... Hoe is het met de kleine?

Mathilde knikt glimlachend.
Mathilde:
Goed. Hij slaapt. Ik wil u trouwens nog eens bedanken dat we zijn mogen blijven.

Notaris Dreesen:
Maar Mathilde. Ik kan de vrouw van een van onze helden aan de IJzer toch niet zomaar aan de deur zetten? Ook al is ze nog niet getrouwd. En vooral niet omdat ze de beste smokkelaar is van heel Limburg.

Hij haalt een dichtgebonden stapeltje brieven uit zijn binnenzak en legt dat onder de valse bodem in de mand van Mathilde.

Notaris Dreesen:
Hier. De post voor Maastricht. Ge kent er uwe weg toch, he?

Mathilde lacht en zegt:
Het is niet de eerste keer dat ik ga, he.

Notaris Dreesen draait zich om, loopt naar de deur en zegt voor hij naar buiten gaat:
Ha, en vergeet uw pas niet. Voor aan de grens.

Mathilde kijkt hem lachend na, gaat dan weer aan de tafel zitten en neemt de brief weer op.

Een stoomtram rijdt voor een haag. Er staan lantaarnpalen langs het spoor.
We horen de stem van Mathilde en zien haar even later in een rijtuig, waar ze aan haar medepassagier, Jeanne, vertelt:
En toen kwam meneer Dreesen binnen. Ge had zijn gezicht moeten zien.

De twee vrouwen lachen.

Jeanne zegt:
Die Pruisen, he, die menen dat ze zich alles kunnen permitteren. Maar ondertussen zitten ze onze jongens aan de IJzer wel af te schieten.

Mathilde staart verdrietig voor zich uit.

Jeanne:
Sorry, Mathilde. Ik wil u niet …

Mathilde:
’t Is niks, Jeanne. ’t Is gewoon … Ik weet er zo weinig over. Ik … Ik weet in feite niet eens zeker of hij nog leeft of niet.

Jeanne:
Jawel.

Mathilde:
Het duurt allemaal veel te lang.

Jeanne:
Beter geen nieuws dan slecht nieuws.

Mathilde knikt gelaten.

Jeanne:
Hoe is ’t met Kamiel?

Mathilde:
Goed. Gelukkig weet dat kind nog niet in welke wereld hij is terechtgekomen, he.
Ik probeer me zo goed en zo kwaad mogelijk te behelpen, maar ja … Ja, ’t is niet gemakkelijk alleen.

Jeanne:
En Isidore?

Mathilde:
Nog altijd kwaad dat hij niet aan de IJzer zit.

Jeanne:
Ja, al maar goed.

Mathilde:
Maar waar onze Isidore mee bezig is, he Jeanne, dat wilt ge niet weten, he. En de Duitsers al zeker niet.

Jeanne zucht.

Mathilde:
Hoe komt het dat gij dat vraagt? Ge hebt toch geen oogsken op mijn broertje, he?

Jeanne:
Maar zotteken, nee. Is toch veel te jong?

We horen tweemaal de stoomfluit van de tram, die vertraagt. Naast het spoor staan gewapende Duitse soldaten.
Jeanne en Mathilde reageren geschrokken. De trein stopt en de Duitsers komen de treinwagon in. Een van hen zegt:
Controle. Tassen openmaken.

Jeanne en Mathilde kijken achterom naar de Duitsers, die langs de banken gaan en de bagage controleren.
Eén Duitser kijkt naar een vrouw en zegt:
Tas openmaken.

De vrouw antwoordt:
Ik heb niks bij.

Ze laat de inhoud van een rieten mand zien. De Duitser controleert of er niks in ligt.
Mathilde staat op en neemt haar bagage. De Duitse officier achter haar zegt:
Juffrouw Mathilde.

Mathilde:
Dieter

Dieter Hohenhoffer:
Dat ik u hier op de tram weer een kus moet vragen.
Hij neemt de bagage van Mathilde over en legt ze in het rek.

De andere Duitse soldaat komt naar Mathilde en Dieter toe. Dieter maakt een teken met zijn hoofd dat hij moet doorlopen.

Mathilde:
Dank u.

Dieter Hohenhoffer:
Geen dank. Ik drink ook graag verse koffie.

Mathilde knikt en gaat weer zitten.
De stoomfluit van de tram klinkt opnieuw.

Mathilde loopt de keuken bij notaris Dreesen binnen met de mand in haar handen. Ze zet ze op de tafel neer en haalt er het pak uit dat ze in Maastricht heeft gehaald. Ze neemt een schaar en knipt het pak open. Het is gevuld met stro, waar een viertal brieven in verstopt zit. Mathilde legt de brieven op de tafel en neemt uit de zak een pakje dat met een touw is dichtgebonden. Ze haalt het touw eraf en ruikt aan het pakje. Ze glimlacht en schudt de inhoud van het pakje - koffiebonen - half leeg in een koffiemolen. Ze maalt de bonen en ruikt dan aan de verse koffie.

Een man met een pet op (Jefke Peeters) zit op een bank in een park vogels te voeren. Je hoort vogels kwetteren. Een andere man, met een hoge hoed en wandelstok (Mr. Dreesen), loopt naar hem toe en gaat naast hem zitten.

Mr. Dreesen:
Geen duiven meer kunnen vinden, Jefke?

Jefke (gelaten):
Nee. De Pruisen hebben ze allemaal geconfisqueerd.

Mr. Dreesen:
Ja … de smeerlappen. Onze schone, Belgische duivensport zo om zeep helpen.

Jefke:
Ja, maar misschien zijn er wel een paar kunnen ontsnappen.

Mr. Dreesen:
Het wordt tijd dat gij ook ontsnapt.

Jefke kijkt bezorgd.

Mr. Dreesen:
Ze blijven vanuit Holland aandringen dat gij overkomt.

Jefke:
Meneer Dreesen …

Mr. Dreesen:
De Pruisen hebben al mensen genoeg opgepakt. Eentje gaat er zijn mond voorbijpraten, en dan hangt ge. En als gij hangt … dan hangen wij allemaal.

Er lopen twee elegante dames voorbij de bank. Mr. Dreesen tikt zijn hoed aan.

Jefke:
Ik laat mijn mensen niet graag in de steek. Al drie jaar riskeren wij ons leven. Het netwerk werkt goed. Onze inlichtingen zijn van onschatbare waarde.

Mr. Dreesen:
Ja. En dat heeft de zaak goedgedaan. Maar het kerkhof ligt vol met mensen die we niet kunnen missen.

Jefke denkt na.

Jefke:
Wie helpt mij over de draad?

Mr. Dreesen:
Een jonge gast, een hele goeie.

Jefke veegt de kruimels van zijn broek en staat op.

Mr. Dreesen:
Jef!

Mr. Dreesen pakt een krant van de bank en houdt ze omhoog.

Mr. Dreesen:
Ge vergeet uw gazet.

Jefke:
Staat er iets in?

Jefke pakt de krant aan.

Mr. Dreesen:
De plattegronden van het Duits vliegveld in As. En de verbouwingen van het kamp van Beverlo.

Mr. Dreesen pinkt een oogje naar Jefke, die met de krant in zijn arm langzaam wegloopt.

Het is nacht. Vier mannen zitten in een greppel te kijken naar een grensovergang in de verte, waar een wachttoren staat. Het zijn Jefke Peeters, twee andere verzetstrijders en Isidore.Eén van hen kucht. Isidore draait zich om en zegt:
Allee, moeten ze ons soms horen?

Op een bord staat, in het Duits en Nederlands: ACHTUNG! Hoogspanning – levensgevaar.

Isidore wijst naar een Duitse soldaat bij de grensovergang, en zegt:
Oké, als hij wordt afgelost, gaan we.

Hij wacht even en zegt dan tegen Jefke:
Ik heb veel bewondering voor wat gij gedaan hebt.

Jefke:
Als mijn land in nood is, dan doe ik mijn plicht. Gij toch ook?

Bij de grensovergang loopt een Duitse soldaat naar zijn collega die de grenspost bewaakt.
Hij zegt:
Peter.
Heb je een vuurtje?

Peter:
Ja.

Hij strijkt een lucifer af en geeft zijn collega een vuurtje. Die steekt zijn pijp aan en zegt:
Anders lag ik nu in een warm bed naast mijn Sieglinde.

Peter:
Ja ja, rotoorlog. Oké, ik ben weg. Hou de Belgen in de gaten, want ze willen vluchten.

Soldaat:
Goedenacht.

De vier mannen in de greppel zien de soldaat vertrekken. Als die weg is, zegt Isidore:
Kom.

Zijn kompaan antwoordt:
Ja.

De vier mannen staan op en lopen naar de Duitse soldaat. Die komt duidelijk in beeld. Hij draait zijn hoofd en blaast rook uit een pijp. De vier verzetstrijders naderen de Duitse soldaat.
Die wenkt de verzetstrijders en zegt:
Kom.

De mannen komen bij de Duitse soldaat. Isidore een pakje uit een schoudertas. De Duitser neemt het aan, ruikt eraan en zegt in het Duits:
Verse tabak. Altijd leuk zakendoen met jou.
Daar kan je erdoor, op eigen risico. Kom.

De verzetstrijders en de soldaat haasten zich naar die plek.

Soldaat: Hier is de beste plek.
Verzetstrijder: Oké.

Isidore haalt een deken en een aantal doeken uit zijn tas en gooit de tas over de eerste draad.

Hij zegt:
Jullie eerst.

De mannen bukken zich en gaan onder de draad door naar de elektrische draad.

Duitse soldaat: De koffer! De koffer!

Isidore plaatst twee gevorkte stokken onder de elektrische draad.
Hij zegt: Oké. Raak vooral die elektrische draad niet aan of ge zijt morsdood. Voorzichtig.

De mannen beginnen één voor één onder de draad door te kruipen.

Jefke:
Bedankt.

Isidore:
Maakt dat ge weg zijt.

Hij haalt de gevorkte stokken weg vanonder de draad. De drie overgelopen verzetstrijders lopen weg naar een bos in de verte. Jefke kijkt nog even om en verdwijnt dan samen met de anderen.

Op een strand spelen vier jongens van een jaar of tien, twaalf met een bal. Ze zwaaien met de armen en schoppen de bal naar elkaar. We horen de zee en de jongens die onverstaanbaar naar elkaar roepen.

In de duinen vlakbij zit een soldaat. Hij heeft een envelop in de handen en maakt die open. We zien dat de envelop een brief en een foto bevat.

We horen de geluiden van de zee en een vrouwenstem, terwijl de soldaat de brief leest:
Ik heb slecht nieuws, Baptist … Onze Isidore is door de Duitsers opgepakt.
Ze hebben hem gelukkig niet neergeschoten maar naar Duitsland gevoerd. Dat hij het maar overleeft. Ik hoop dat het met u beter gaat, lieve Baptist. Zie eens hoe groot onze Kamiel al is.

Baptist kijkt naar de foto en vouwt de brief dan weer dicht.

Ondertussen spelen de jongetjes op het strand voort. Ze schoppen de bal weg en die rolt naar Baptist. Die staat op, schopt de bal terug en loopt weg uit beeld.

Het is avond. Mathilde zit in een nachtpon naast het bed van Kamiel. Ze bekijkt een foto van Baptist in uniform. Er staat een kaars naast het bed. Mathilde houdt de foto naast Kamiel, die de ogen opent,  en zegt:
Kijk ne keer, Kamiel. Da’s uw papa, he.

Mathilde legt haar vinger op de foto en vraagt:
Gaan we hem ooit nog terugzien?

Ze buigt zich over Kamiel en drukt een kus op zijn hoofd. Dan gaat ze rechtop zitten en drukt een kus op de foto van Baptist. Ze neemt een boek en steekt de foto tussen de bladen, naast een gedroogde bloem, de bloem die ze van Baptist bij het begin van de oorlog in het café heeft gekregen. Ze klapt het boek dicht.

We zien Baptist aan het front in een loopgraaf, helm op het hoofd. Hij kijkt dromerig voor zich uit. In gedachten ziet hij Mathilde, die om hem heen danst.
We horen naderende voetstappen en een soldaat met een geweer komt voorbij Baptist en gaat naast hem zitten. Hij kijkt naar Baptist en zegt:

Baptist!

Baptist reageert niet. De soldaat geeft hem een klap op de schouder en zegt:
Hé!

De soldaat haalt iets uit zijn borstzakje. Baptist ziet dit en zegt:
Ah ja.

Hij haalt een envelop uit zijn borstzakje en geeft die aan de andere soldaat. Die overhandigt ook een envelop aan Baptist en zegt:

Merci. Ik hoop dat ge hem niet moet versturen.

De twee soldaten stoppen de envelop in hun zak. Baptist zegt:
Ik ook.

Baptist haalt een horloge uit zijn borstzak, kijkt er samen met de andere soldaat naar, knikt, en zegt:
Ja.

Beide mannen staan op, samen met nog andere soldaten Verschillende soldaten klimmen via een ladder uit de loopgraaf, de bajonet op het geweer. Er volgen nog meer soldaten.

Baptist blijft als laatste achter in de loopgraaf. Hij haalt een fluitje uit zijn zak en stopt dat in zijn mond. We horen een bom inslaan. Baptist staat op en volgt de andere soldaten uit de loopgraaf.

We horen kreten van soldaten die gewond zijn. Een bom slaat in. Soldaten rennen heen en weer en proberen de bommen te ontwijken.
Baptist kijkt achterom. We horen het gefluit van een bom die nadert en voor zijn voeten inslaat. Baptist wordt de lucht ingegooid en valt neer op de grond. Een tweede bom valt dicht bij hem neer en ontploft.

In het huis van notaris Dreesen gaat het raam op de bovenverdieping open. Mathilde verschijnt in de vensteropening. Ze hangt de Belgische vlag uit. De oorlog is afgelopen. Ze inspecteert de vlag en draait zich dan om en loopt weg van het raam.

We bevinden ons op een kerkhof met allemaal identieke grafstenen, waarop de Belgische vlag prijkt. In beeld verschijnt de tekst

Pancarte
2 jaar later

Mathilde zit op haar knieën bij een graf en Kamiel staat naast haar. Mathilde schikt bloemen in een vaas en kijkt dan op naar Kamiel. Ze staat op en zegt:
Dat zijn hier allemaal soldaten die gestorven zijn in de Grote Oorlog.

Ze geeft Kamiel een hand. Kamiel zegt:
Zoals nonkel Isidore?

Mathilde:
Nee nee, nonkel Isidore, die ligt ergens anders begraven. Maar uw vader heeft ook nog gevochten in de Grote Oorlog, he?

Op de achtergrond komt Baptist naderbij, met een baby op zijn arm. Kamiel ziet hem komen, loopt naar hem toe en roept:
Papa!

Baptist geeft Kamiel een hand. Mathilde loopt naar Baptist toe en neemt de baby van hem over.

Mathilde:
En? Bekenden?

Baptist knikt en zegt:
Sommige.

Kamiel kijkt op naar Baptist en vraagt:
Papa, heb jij ook mensen doodgeschoten?

Mathilde:
Stt, Kamiel. Uw vader, da’s een hele goeie mens.

Baptist draait zich om, de kleine Kamiel gaat voor hem staan en Mathilde met de baby komen dichterbij. Baptist brengt zijn hand naar zijn voorhoofd, als eresaluut aan de gesneuvelden. Kamiel volgt zijn voorbeeld.

Mathilde:
’t is te hopen dat het nooit geen oorlog meer wordt.

Mathilde geeft de baby op haar arm een kus.
Baptist neemt de baby van Mathilde over. Mathilde legt haar hoofd op de schouder van Baptist.

Voice over (stem van Stijn Meuris)
Het zomerde in Limburg dat jaar
Met de loden hitte die zwaar langs de gevels viel
Op de velden stond het graan goud-geel en oogstklaar
 Toen de vijand onze contreien binnenviel
 
Het donderde in Limburg dat jaar
In een hemel zonder wolken aan de lucht
De boeren meldden het eerste gevaar
En sloegen vanop hun velden op de vlucht

Niemand had zich hieraan verwacht
In een maand die zich zomers en zacht
Onschuldig onder een maanloze nacht
Van geen kwaad was bewust

Niemand had dit ooit voorspeld
Dat zoveel bruut en zinloos geweld
Door de dorpen trok en over ’t veld
Van de Maas tot aan de kust

En hoe het weer daarna voorgoed veranderde
van een onbezorgde zomer
waarin de beken muisstil meanderden
naar de regen, de vrieskou, de sneeuw
in de eerste oorlog van de eeuw

En toen eindelijk de kanonnen zwegen
Bleven enkel over:
de regen, de vrieskou, de sneeuw
In de eerste oorlog van de eeuw.

Pancarte
Limburg 1914-1918
Kleine verhalen in een Groote Oorlog

Volg dit verhaal via:
• www.limburg1914-1918.be
• www.facebook.com/mathildepaukens
• www.twitter.com/mathildepaukens

 

Twitter

Facebook

Kalenderrss feed kalender

  • 1412546400000
  • 1414101600000
  • 1414188000000
  • 1414188000000
  • 1414188000000
  • 1414274400000
  • 1414450800000
  • 1414623600000
  • 1414710000000
  • 1414710000000
  • 1414796400000
  • 1414969200000
  • 1414969200000
  • 1414969200000
  • 1415055600000
  • 1415055600000
  • 1415142000000
  • 1415228400000
  • 1415228400000
  • 1415228400000
  • 1415228400000
  • 1415228400000
  • 1415314800000
  • 1415314800000
  • 1415401200000
  • 1415574000000
  • 1415660400000
  • 1415746800000
  • 1415833200000
  • 1415833200000
  • 1415833200000
  • 1415833200000
  • 1415881800000
  • 1415919600000
  • 1416006000000
  • 1416006000000
  • 1416006000000
  • 1416265200000
  • 1416265200000
  • 1416265200000
  • 1416265200000
  • 1416438000000
  • 1416438000000
  • 1416438000000
  • 1416438000000
  • 1416610800000
  • 1416610800000
  • 1416697200000
  • 1416697200000
  • 1416697200000
  • 1416783600000
  • 1416783600000
  • 1416870000000
  • 1416870000000
  • 1416870000000
  • 1416870000000
  • 1416870000000
  • 1416870000000
  • 1416956400000
  • 1417042800000
  • 1417042800000
  • 1417042800000
  • 1417042800000
  • 1417042800000
  • 1417042800000
  • 1417042800000
  • 1417042800000
  • 1417388400000
  • 1417388400000
  • 1417474800000
  • 1417474800000
  • 1417474800000
  • 1417474800000
  • 1417474800000
  • 1417523400000
  • 1417647600000
  • 1417647600000
  • 1417734000000
  • 1417734000000
  • 1417993200000
  • 1418079600000
  • 1418079600000
  • 1418079600000
  • 1418079600000
  • 1418079600000
  • 1418252400000
  • 1418252400000
  • 1418252400000
  • 1418252400000
  • 1418338800000
  • 1418338800000
  • 1418425200000
  • 1418598000000
  • 1418598000000
  • 1418598000000
  • 1418684400000
  • 1418684400000
  • 1418770800000
  • 1418857200000
  • 1418943600000
  • 1419548400000
  • 1422313200000
  • 1422918000000
  • 1423522800000
  • 1424127600000
  • 1424732400000
  • 1424905200000
  • 1425337200000
  • 1425337200000
  • 1425942000000
  • 1426114800000
  • 1426114800000
  • 1426546800000
  • 1426546800000
  • 1426719600000
  • 1427151600000
  • 1427151600000
  • 1427752800000
  • 1427752800000
  • 1427925600000
  • 1429740000000
  • 1430172000000
  • 1430258400000
  • 1430258400000
  • 1430776800000
  • 1430949600000
  • 1432764000000

Nieuws op maat

Het overzicht van nieuws, door jou gekozen ...

Dit e-mailadres is reeds ingeschreven

Producten