De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te avigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.
Meer weten...

Provinciaal reglement betreffende het toekennen van renteloze studieleningen voor het hoger (beroeps)onderwijs

woensdag, 17 juni 2015

De provincieraad van Limburg

Overwegende dat de provincie Limburg studeren aan het hoger (beroeps)onderwijs in Limburg wil
ondersteunen via renteloze studieleningen;

Gelet op het besluit van 17 juni 2015 van de provincieraad van Limburg tot vaststelling van het
reglement voor het toekennen van renteloze studieleningen aan studenten van het hoger onderwijs;

Overwegende dat een aanpassing van het huidige reglement wenselijk is, rekening houdende met de
veranderde context in het hoger onderwijs;

Overwegende dat deze aanpassingen zijn voorgelegd aan de provinciale adviescommissie, die de
aanpassingen gunstig adviseerde tijdens de bijeenkomst van 26 april 2019;

dat het dan ook wenselijk is het provinciaal reglement van 17 juni 2015 te vervangen door het
voorliggende reglement;

Gelet op artikels 42 en 43 van het provinciedecreet;

Besluit

I Voorwerp van het leningsreglement

Artikel 1: doel en doelgroep

Binnen de perken van het jaarlijks vastgestelde budget van de Limburgse Studieleningen (Limburgs Studiefonds) kan de deputatie een renteloze studielening toekennen aan economisch kwetsbare studenten om hen te stimuleren een diploma te behalen waardoor hun kansen op de arbeidsmarkt kunnen verhogen. 

II Voorwaarden voor leningstoekenning

Artikel 2: voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een renteloze studielening moet de aanvrager voldoen aan
de volgende voorwaarden:

  • ofwel in Limburg studeren voor volgend onderwijs:
    • hoger beroepsonderwijs voor een diploma HBO5 Verpleegkunde in een secundaire school in Limburg
    • hoger onderwijs voor een eerste diploma graduaat, bachelor of bachelor-na-bachelor en master in een Limburgse instelling voor hoger onderwijs
    • er kan ook een lening verstrekt worden voor Europese of andere uitwisselingsprogramma’s als de onderwijsinstelling aan deze programma’s deelneemt.
  • en voldoen aan de nationaliteitscriteria zoals vastgesteld in het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van het onderwijs van de Vlaamse gemeenschap met uitvoeringsbesluit van 7 september 2007; jaarlijks worden deze criteria aangepast.
  • en een totaal belastbaar gezinsinkomen hebben dat niet hoger is dan het vastgesteld referentie-inkomen van de Vlaamse studietoelagen, vermeerderd met 25 %. De vastgestelde inkomensgrenzen liggen vast in het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap met uitvoeringsbesluit van 7 september 2007. Jaarlijks worden
    deze grenzen geïndexeerd.
  • Ofwel in Limburg wonen en buiten Limburg studeren op voorwaarde dat de opleiding niet wordt aangeboden door een Limburgse onderwijsinstelling en voldoen aan de andere vernoemde voorwaarden.

In uitzonderlijke gevallen en op basis van een gemotiveerd dossier kan de deputatie van deze
voorwaarden afwijken.

Artikel 3: voorwaarden waaraan de opleiding moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een renteloze studielening moet de aanvrager een opleiding volgen die voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • hoger beroepsonderwijs:
    • een volledige en volwaardige beroepsopleiding voor Verpleegkunde in een secundaire school in Limburg
  • hoger onderwijs:
    • een studie met een diploma- of creditcontract
    • voor een graduaat (eerste diploma graduaat), bachelor (eerste diploma bachelor) of bachelor-na-bachelor (eerste diploma banaba in België) of master (eerste diploma master)
    • en voor brugopleidingen voor bacheloropleidingen en schakelprogramma’s voor masterstudies

In uitzonderlijke gevallen en op basis van een gemotiveerd dossier kan de deputatie van deze voorwaarden afwijken.

III Indiening van de leningsaanvraag

Artikel 4: termijn, wijze en adres van de indiening van de leningsaanvraag

De aanvraag tot het verkrijgen van een studielening kan op volgende wijze gebeuren:

  • elektronisch
  • per post
  • afgeven tegen ontvangstbewijs.

Meteen na het indienen wordt de ontvangst van de aanvraag bevestigd en worden het verdere verloop en eventuele bijkomende instructies meegedeeld aan de aanvrager.
De aanvraag voor het verkrijgen van een renteloze studielening voor het lopende academiejaar kan doorlopend ingediend worden. Een academiejaar loopt van 1 september tot 1 september.
De aanvraag voor het verkrijgen van een renteloze studielening voor het volgende academiejaar kan ingediend worden vanaf 1 juli.

De lening kan jaarlijks opnieuw worden aangevraagd.
Gezinnen kunnen voor verscheidene studenten tegelijkertijd een lening aanvragen.

De aanvraag moet ingediend worden op volgend adres:

Contactpunt Limburgse Studieleningen
provincie Limburg
Universiteitslaan 1
3500 HASSELT
Tel. 011 30 59 43
E-mail studielening@limburg.be
Website voor het reglement en voor de elektronische aanvragen www.limburg.be/studielening

Artikel 5: documenten in te dienen bij de aanvraag

Voor iedere aanvraag moeten de volgende documenten, gedateerd en ondertekend, in 1 exemplaar, ingediend worden:

  1. persoonsinformatie:
    • ingevuld document "gegevens aanvrager"
    • inschrijving onderwijsinstantie en het academiejaar waarvoor de aanvraag wordt ingediend
  2. omgevingsinformatie:
    • ingevuld document “gegevens leefsituatie”
    • kopie met stempel gemeente van de gezinssamenstelling
    • kopie van het laatste aanslagbiljet inzake onroerende voorheffing eigen woonst (indien van toepassing).
    • huurcontract (kot)student (indien van toepassing)
    • kopie van het laatste aanslagbiljet inzake personen- en aanvullende belasting van het vastgesteld referentie-inkomen van de Vlaamse studietoelagen
    • kopie van de studietoelage (of andere beurs/lening) toegekend aan de aanvrager of aan een ander gezinslid (indien van toepassing)
    • kopie van de tegemoetkomingen of tussenkomsten toegekend door de studentenvoorziening
      van de onderwijsinstantie
  3. studie-informatie:
    • ingevuld document “overzicht studieloopbaan”
    • kopie hoogst behaalde diploma
    • bewijs betaald inschrijvingsgeld of cursusgeld of attest van vrijstelling/verlaagd
      inschrijvingsgeld
    • meest recente studieresultaten vorig academiejaar (indien van toepassing)
    • attest van deelname aan een Europees uitwisselingsprogramma.

IV Toetsing van de leningsaanvraag

Artikel 6: toetsing op volledigheid

De aanvraag wordt onderzocht op volledigheid.
De aanvrager die een onvolledige aanvraag indient, krijgt schriftelijk de vraag om de ontbrekende documenten alsnog in te dienen binnen de meegedeelde termijn. Een aanvraag die niet vervolledigd wordt binnen deze termijn, komt in het lopende academiejaar niet meer in aanmerking voor een lening in het kader van dit reglement.

Hiervan wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 7: toetsing op inhoud

De aanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden vermeld in het reglement en wordt voor de beslissing over het wel of niet toekennen van de lening voor advies voorgelegd aan een commissie. Deze commissie is samengesteld uit vertegenwoordigers van het provinciebestuur van Limburg en van de Limburgse instellingen voor hoger onderwijs die samen kapitaal hebben ingebracht in het fonds van de Limburgse Studieleningen. De samenstelling van deze commissie wordt bepaald door de deputatie. De commissie kan uitgebreid worden met externe deskundigen.
De deputatie mag voor iedere aanvraag bijkomend advies vragen indien nodig.

Bij de beoordeling van de aanvragen wordt rekening gehouden met volgende criteria:

  • de student behoort tot de doelgroep zoals bepaald in artikel 2
  • het gezin behoort tot de doelgroep zoals bepaald in artikel 2
  • de gekozen opleiding zoals bepaald in artikel 3
  • de reële of geschatte studiekosten
  • de studievoortgang
  • het recht op een studietoelage van de Vlaamse Gemeenschap
  • voorgaande leningen aan dezelfde student voor dezelfde studies (met gunstige studievoortgang)
  • voorgaande leningen aan hetzelfde gezin voor andere studenten in dezelfde gezinssamenstelling
  • het aantal keren dat aan eenzelfde student reeds via dit reglement een lening werd toegekend.

Artikel 8: besluitvorming over de leningsaanvraag

De deputatie beslist binnen 3 maanden na het indienen van een volledig aanvraagdossier of de aanvraag al dan niet in aanmerking komt voor een lening en bij het toekennen van de lening welk leningsbedrag wordt toegekend.

V Berekening van het Leningsbedrag

Artikel 9: bepaling van het leningsbedrag

Bij het vaststellen van het bedrag van de studielening wordt rekening gehouden met:

  • de studiekosten van de opleiding
  • de studieloopbaan van de aanvrager
  • de financiële toestand van de student en het gezin
  • de gezinstoestand van de student

altijd op het moment van de aanvraag.

Artikel 10: minimum- en maximumleningsbedrag

De toegekende lening bedraagt per student en per academiejaar minimum 500,00 euro en maximum 3.000,00 euro.
Gespreid over de totale studieloopbaan kan aan één enkele student een totaal leningsbedrag van maximum 12.000,00 euro verstrekt worden.

In uitzonderlijke gevallen en op basis van een gemotiveerd dossier kan de deputatie van deze bedragen afwijken.

VI Voorwaarden voor het leningscontract

Artikel 11: inhoud van het leningscontract

Na de toekenning door de deputatie van een studielening, wordt een leningscontract gesloten tussen de provincie Limburg en de begunstigde.
In dit contract verbindt deze begunstigde zich ertoe het geleende bedrag volledig terug te betalen aan de provincie Limburg. De provincie Limburg verbindt zich ertoe een leningsbedrag toe te kennen zonder rente te vragen bij de terugvordering van dit leningsbedrag.

De begunstigde ontvangt 2 exemplaren van dit leningscontract.

Artikel 12: voorwaarden waaraan de begunstigde moet voldoen

Om een leningscontract te kunnen afsluiten, moet de begunstigde meerderjarig zijn. Het is de meerderjarige begunstigde die aansprakelijk gesteld wordt voor de terugbetaling van de geleende bedragen.

Is de begunstigde minderjarig, dan wordt deze begunstigde bijgestaan door de wettelijke beheerders (normaliter de ouders, in bijzondere gevallen de voogd of curator).
Bij het bereiken van de meerderjarigheid, moet de begunstigde de eerder aangegane verbintenissen overnemen via een schriftelijke verklaring.

VII Betaling van het leningsbedrag

Artikel 13: documenten in te dienen na toekenning

De toegekende studielening wordt pas betaald na ontvangst van volgende documenten:

  • een voor “gelezen en goedgekeurd” handgeschreven en ondertekend leningscontract dat de begunstigde bezorgt aan het Contactpunt Limburgse Studieleningen
  • een bewijs van inschrijving van de begunstigde in de opgegeven opleiding en in het academiejaar waarvoor de leningsaanvraag is goedgekeurd (indien dit bewijs nog niet afgegeven werd)
  • een ingevuld document met de voorkeur voor de wijze van betaling van het leningsbedrag.

Artikel 14: wijze van betaling

Na ontvangst van de volledig ingevulde en ondertekende documenten gaat de provincie Limburg over tot betaling van het volledige leningsbedrag aan de begunstigde.

De begunstigde is niet verplicht om het toegekende leningsbedrag volledig en in één keer op te nemen. De begunstigde kan de lening opnemen in twee schijven:

  • een eerste schijf van maximum 2.000,00 euro
  • een tweede schijf van maximum 1.000,00 euro.

VIII Verplichtingen na de betaling van het leningsbedrag

Artikel 15: verplichtingen voor de begunstigde

De begunstigde verbindt zich ertoe:

  • het toegekende leningsbedrag enkel en uitsluitend te besteden aan de betaling van de studiekosten
  • elk academiejaar de studievoortgang te rapporteren aan het Contactpunt Limburgse Studieleningen
  • elke wijziging in opleiding te rapporteren aan het Contactpunt Limburgse Studieleningen
  • elke adreswijziging te melden aan het Contactpunt Limburgse Studieleningen
  • het beëindigen of stopzetten van de studies uiterlijk 1 maand na de beëindiging of de stopzetting te rapporteren aan het Contactpunt Limburgse Studieleningen.

Op het leningsbedrag mag geen beslag worden gelegd door schulden aan derden die de begunstigde heeft aangegaan.

IX Terugbetaling van het leningsbedrag

Artikel 16: start van de terugbetaling

De terugbetaling van iedere lening kan starten vanaf het beëindigen of stopzetten van de studies. Onder het beëindigen van studies wordt verstaan: het behalen van een eerste diploma in één van de studierichtingen zoals bepaald in artikel 2. Het behalen van een eerste masterdiploma betekent voor de provincie Limburg altijd het einde van de studies in het kader van de Limburgse Studieleningen.

Nadat de einddatum van de studies bekend is bij het Contactpunt Limburgse Studieleningen, ontvangt de begunstigde een document voor de terugbetaling van de lening. In dit document moet de begunstigde een voorkeur voor aflossingswijze invullen. De begunstigde bezorgt dit ingevuld en ondertekend document in 2 exemplaren terug aan het Contactpunt Limburgse Studieleningen binnen de meegedeelde termijn. Het ondertekend document wordt na goedkeuring door de deputatie als addendum aan het eerdere contract toegevoegd. De begunstigde ontvangt een ondertekend exemplaar van dit addendum.

De terugbetaling moet beginnen uiterlijk 1 februari van het derde kalenderjaar na het academiejaar, waarin de studies zijn beëindigd of stopgezet. Bij niet-naleving van de start van de terugbetaling kan de provincie Limburg het volledige leningsbedrag integraal terugvorderen van rechtswege en zonder ingebrekestelling of aanmaning.

Artikel 17: bedrag van de terugbetaling

De begunstigde kan het leningsbedrag op volgende wijzen terugbetalen:

  • bij verscheidene leningen:
    • in één keer het totaal van de leningsbedragen of
    • door een jaarlijkse aflossing per toegekend leningsbedrag of
    • door een jaarlijkse aflossing van minimum 750,00 euro per jaar
  • bij één lening:
    • in één keer het volledige leningsbedrag of
    • door een jaarlijkse aflossing van minimum 750,00 euro per jaar.

De terugbetaling gebeurt altijd op basis van het goedgekeurde aflossingsplan. De aflossingswijze kan jaarlijks aangepast worden door zowel de begunstigde als door het Contactpunt Limburgse Studieleningen.

Artikel 18: wijze van de terugbetaling

De terugbetalingen gebeuren uitsluitend:

  • door storting of door overschrijving
    • op rekeningnummer IBAN BE78 0910 0167 4186 BIC GKCCBEBB van het Contactpunt
      Limburgse Studieleningen, Universiteitslaan 1 te 3500 HASSELT
    • met vermelding “DOSSIERNUMMER - aflossing studielening, Naam en Voornaam
      begunstigde”.

Artikel 19: blijvende verplichting voor de begunstigde

Zolang de lening niet integraal afbetaald is, moet de begunstigde aan het Contactpunt Limburgse Studieleningen elke adreswijziging meedelen. Als de begunstigde deze verplichting niet nakomt mag de provincie Limburg het volledige leningsbedrag integraal terugvorderen van rechtswege en zonder ingebrekestelling of aanmaning.

X Kosten en geschillen over het leningscontract en de uitvoering van het reglement

Artikel 20: geschillen over het leningscontract en de uitvoering van het reglement

Over ieder geschil:

  • over de uitvoering van het leningscontract
  • en over de naleving van de voorwaarden van dit reglement zal naargelang het bedrag van het geschil, uitspraak worden gedaan door de bevoegde gerechtelijke instantie.

Deze instantie kan zijn:

  • het Vredegerecht van Hasselt of
  • de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt.

XI Overlijden van een begunstigde

Artikel 21: overlijden van een begunstigde

Bij overlijden van de begunstigde zal de provincie Limburg het saldo van de schuld van de toegekende lening kwijtschelden. Om van de vrijstelling te kunnen genieten, moet een officieel uittreksel uit de overlijdensakte voorgelegd worden aan het Contactpunt Limburgse Studieleningen.

Achterstallige afbetalingen van eerdere vorderingen van toegekende leningen blijven wel aan de provincie Limburg verschuldigd en moeten dus terugbetaald worden.

XII Inbreuken en niet-nagekomen verplichtingen

Artikel 22: inbreuken en sancties

De vaststelling van:

  • iedere valse verklaring
  • elk vrijwillig verzuim
    door de begunstigde, heeft tot gevolg:
  • de verwerping van de aanvraag of
  • de intrekking van een reeds gunstige beslissing.

Indien deze vaststelling wordt gedaan na de uitbetaling van de leningsbedragen, dan kan de deputatie de totale terugbetaling van deze leningsbedragen onmiddellijk terugvorderen. Dit onder voorbehoud van alle andere rechten, die de provincie wettelijk kan doen gelden tegen de begunstigde.

Artikel 23: niet-nagekomen verplichtingen en sancties

Indien de begunstigde de verplichting tot terugbetaling van de geleende bedragen niet nakomt, dan kan de deputatie van de provincie Limburg, door het vervallen alleen van de betalingstermijn, zonder enige formaliteit of aanmaning de onmiddellijke terugbetaling eisen van het niet-afgeloste saldo van de lening.

Verder kan de financieel beheerder van de provincie overgaan tot invordering van de verschuldigde bedragen via een dwangbevel op grond van artikel 90 van het provinciedecreet. De gebeurlijke kosten van terugvordering zijn ten laste van de begunstigde.

XIII Slotbepalingen

Artikel 24: inwerkingtreding en geldingsduur

Dit reglement treedt in werking vanaf 1 augustus 2019.

Artikel 25: opheffings- en overgangsbepalingen

Het besluit van 17 juni 2015 tot vaststelling van het reglement voor het toekennen van renteloze studieleningen aan studenten van het hoger onderwijs wordt hierbij opgeheven.

Voor terugbetalingen van studieleningen die werden toegekend in het kader van het besluit van 17 juni 2015 of in het kader van eerdere reglementering blijven de bepalingen van het respectievelijke besluiten van 20 juni 2012 of van 17 juni 2015 van toepassing.

Artikel 26: interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden

Alle interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden over de toepassing van dit reglement worden behandeld door de deputatie.

Hasselt d.d. 2019-06-19

De provinciegriffier wd.,
Liliane Vansummeren

De voorzitter,
Huub Broers