De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder

Reglement toewijzing

Provinciale Commissie voor Studiebeurzenstichtingen van Limburg

Reglement van inwendige orde

Gecoördineerde versie (besluiten van 16 september 2008 en 15 december 2016)

Besluit

Artikel 1 Woonachtig te

  1. Iedere kandidaat die deel uitmaakt van een gezin, op het ogenblik van de beursaanvraag, dat gevestigd is in de gemeente die door de stichter werd aangeduid.
  2. Bij ontstentenis van kandidaten, uit de door de stichter aangeduide gemeente, geldende fusiegemeenten.

Artikel 2 Geboren in

  1. Het kind geboren uit of geadopteerd door ouder(s) die op het ogenblik van de geboorte of adoptie woonachtig is (zijn) in de aangeduide gemeente.
  2. Indien de beurs toegekend wordt vanaf een zekere leeftijd, moet deze leeftijd bereikt zijn in de loop van het schooljaar (1 september tot en met 31 augustus), waarin de beurs begeven wordt.

Artikel 3 Afkomstig uit

De kandidaat woonachtig (Art. 1, punt 1) of geboren (Art. 2, punt 1) in de fusiegemeenten door de stichter aangeduid.

Artikel 4 Laattijdig insturen

Het volledige dossier van de aanvrager moet binnen zijn voor 1 november van het betrokken schooljaar.

Bij twijfel zal de postdatum uitsluitsel geven.

De commissie zou wegens omstandigheden de aanvraagtermijn in het algemeen of voor een aparte reden kunnen verlengen; hierover beslist zij souverein zonder redenen te moeten opgeven.

Laattijdige beursaanvragen worden enkel aanvaard voor die stichtingen waarvoor tijdig geen aanvraag werd ingediend.
In geval er meerdere beurzen van een bepaalde stichting vacant zijn, en hiervoor tijdig niet voldoende aanvragen zijn, dan neemt de laattijdige aanvraag slechts rang in na de tijdige inschrijvingen.

Artikel 5 Dubbelen

Conform artikel 40 van de wet van 19 december 1864, gewijzigd bij KB. van 25 december 1959:
"Het genot van de studiebeurs is beperkt tot de normale duur die voor de leergang of de studie bepaald is in de inrichtingen van openbaar onderwijs.

Van die regel mag slechts met toestemming van de regering "gouverneur", KB 25/12/1959, worden afgeweken, de begevers gehoord".

In geval van dubbelen verliest de kandidaat voor de resterende duur van zijn studie zijn beurs, doch hij kan een nieuwe aanvraag indienen, nadat hij geslaagd is voor het jaar dat hij dubbelde.

Artikel 6 Verwanten met de naam van de stichter

Graad primeert op de naam van de stichter, indien de stichter geen andere modaliteiten heeft vooropgesteld.

Tekst gewijzigd bij beslissing van 16 september 2008.

Artikel 7 - Hoger onderwijs

In het hoger onderwijs wordt een studiejaar gelijkgesteld met een studietraject.
Een volledig studietraject bevat 60 studiepunten.
Per studietraject wordt voor 60 punten betoelaagd.
De student bewijst op basis van een inschrijvingsattest van de instelling dat hij voor een bepaald studietraject waarvoor hij een beurs aanvraagt is ingeschreven.
De beurs wordt maximaal toegekend voor het totaal aantal studiepunten dat voorzien is voor de volledige opleiding.

Artikel 8 Gradatie in de toekenning

Er zullen 2 criteria worden gevolgd:

  1. Familiebeurzen
    Graad van verwantschap
    De kandidaat het verst gevorderd in zijn studie, waarbij het hogere onderwijs van elk type primeert op het secundaire onderwijs.
    Leeftijd
  2. Geen familiebeurzen
    Netto-belastbaar inkomen van de persoon van wie de student ten laste is, en bij ontstentenis, van hemzelf.
    De kandidaat het verst gevorderd in zijn studie, waarbij het hogere onderwijs van elk type primeert op het secundaire onderwijs.
    Leeftijd

Artikel 9 Aanvullende specialisatie op het hoger onderwijs

Tenzij het testament anders bepaalt, worden navolgende regels toegepast in geval van aanvullende specialisatie op het hoger onderwijs.

Aanvragen, binnen dezelfde stichting, voor post-universitair onderwijs en specialisatie worden niet aanvaard.
Het recht op een beurs, binnen dezelfde stichting, vervalt na het behalen van een eerste einddiploma.
Wanneer men zijn eerste opleiding onderbreekt om een hogere studie aan te vatten, of na zijn eerste opleiding zijn studie verder zet voor het bekomen van een hoger diploma, dan wordt de beurs van deze stichting uitgekeerd voor de langste studieduur of het hoogst aantal studiepunten.
(Conform artikel 40 van de wet van 19 december 1864, gewijzigd bij KB van 25 december 1959)

Artikel 10 Aanvraag voor het buitenland

Kandidaten die in het buitenland studeren kunnen van een beurs genieten wanneer ze studeren aan een buitenlandse onderwijsinstelling die door de Vlaamse Gemeenschap is erkend.

Artikel 11 Begeving van de beurs volgens de finaliteit van de studierichting

  1. De beursaanvrager is verwant met de stichter.
    Indien er beurzen vacant zijn die niet kunnen begeven worden volgens de rechtstreekse omschrijving van de gestelde studievoorwaarden door de stichter, kan de commissie in dit geval onderzoeken of de finaliteit van de gekozen studierichting aanleunt bij de bedoelingen van
    de stichter.
    De commissie oordeelt of dit het geval is en zal hierbij ondermeer rekening houden met de aard van de hoofdvakken - en of vakken.
    De beurs wordt in dit geval toegekend voor de duur van één schooljaar.
  2. De beursaanvrager is niet-verwant met de stichter
    Indien er beurzen vacant zijn die niet kunnen begeven worden volgens de rechtstreekse omschrijving van de gestelde studievoorwaarden door de stichter, kan de commissie in dit geval onderzoeken of de finaliteit van de gekozen studierichting aanleunt bij de bedoelingen van de stichter.
    De commissie oordeelt of dit het geval is en zal hierbij ondermeer rekening houden met de aard van de hoofdvakken.
    De beurs wordt in dit geval toegekend voor de duur van één schooljaar.
  3. Als hoofdvak wordt beschouwd: het vak met het hoogst aantal studiepunten.
    Kandidaten die reeds een beurs hebben ontvangen op basis van de "soepele regeling" krijgen deze beurs nog verder bij wijze van uitdoving.
  4. De beurzen met als studievoorwaarde: "hoger onderwijs dat kan opleiden tot het katholieke priesterschap", wordt  in navolgende rangorde toegekend
    1. Kandidaat priesterschap
    2. Verwant aan de stichter, in de studierichting katholieke godsdienstwetenschappen of met het vak katholieke wijsbegeerte of het vak katholieke theologie
    3. Niet-verwant aan de stichter (bij gemengde stichtingen) in de studierichting katholieke godsdienstwetenschappen of met het hoofdvak katholieke wijsbegeerte of het hoofdvak katholieke theologie
    4. Indien geen enkele kandidaat voldoet aan de hierboven gestelde voorwaarden, kan een vacante beurs door de commissie/begever toegekend worden voor één jaar aan een kandidaat die verwant is aan de stichter.

Artikel 12 Studeren aan een katholieke instelling

Bij familiebeurzen met als voorwaarde "studeren aan een katholieke instelling", die ook kunnen worden toegekend aan niet-verwante kandidaten, wordt, bij ontstentenis van verwante kandidaten die studeren aan een katholieke instelling, de beurs toegekend aan de niet-verwante kandidaat die aan deze voorwaarde voldoet.
Indien geen enkele kandidaat studeert aan een katholieke instelling, dan kan de beurs toegekend worden aan een verwante kandidaat. De beurs wordt dan toegekend voor één jaar.

Artikel 13 Dagonderwijs versus deeltijds onderwijs

Kandidaten uit het dagonderwijs hebben voorrang op kandidaten uit het deeltijds onderwijs.

(Coördinatie 15 december 2016)

Contactgegevens dienst

Provinciale Commissie Studiebeurzenstichtingen Limburg
Universiteitslaan 1
3500 Hasselt

tel. 011 23 81 26
e-mail peter.brimioul@limburg.be

Deze dienst is telefonisch bereikbaar van dinsdag tot vrijdag van 13.00 tot 17.00 u.
Een persoonlijk onderhoud kan na afspraak.