De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder
Bosgroep Limburg
Bomen en afgezaagde takken

Het geïntegreerde natuurdecreet en de instandhoudingsdoelstellingen

Op vrijdag 25 april 2014 werd het decreet goedgekeurd dat wijzigingen aanbrengt aan het Natuur- en Bosdecreet.
Dit is een belangrijke stap in het lopende traject rond de integratie van de wetgeving met betrekking tot bos en natuur. Het wijzigingsdecreet is immers de voorloper van het geïntegreerde natuurdecreet dat het bestaande bos- en natuurdecreet op het einde van de rit zal vervangen. Deze goedkeuring zorgt er alvast voor dat de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen van start kan gaan. Hoe de vork precies in de steel zit, verduidelijken we hieronder.

De instandhoudingsdoelstellingen (IHD’s)

Het instandhoudingsbeleid is een van de centrale thema’s van het toekomstige geïntegreerde natuurbeleid. Het is het kader dat nodig is opdat de instandhoudingsdoelstellingen gerealiseerd zouden kunnen worden.

De instandhoudingsdoelstellingen komen voort uit de Europese regelgeving die de natuur in Europa wil beschermen. Twee Europese richtlijnen zijn hierbij bepalend: de Vogelrichtlijn (1972) en de Habitatrichtlijn (1992).

In de bijlages van de richtlijnen zijn de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna opgenomen die door de EU-lidstaten beschermd moeten worden. In uitvoering van de richtlijnen werden een aantal "speciale beschermingszones (SBZ)" aangeduid, nl. de vogelrichtlijngebieden (SBZ-V) en habitatrichtlijngebieden (SBZ-H). Samen vormen deze gebieden het Europese Natura 2000 netwerk.

In Vlaanderen komen 47 Europees te beschermen habitattypes en 109 Europees te beschermen soorten voor. Hiervoor bakende Vlaanderen in totaal 205.590 hectare Speciale Beschermingszones (SBZ’s) af: 27 SBZ’s voor vogelsoorten en 40 voor habitattypes en andere diersoorten.
Naast het afbakenen van SBZ’s legt Europa de lidstaten op om de te beschermen habitattypes en soorten in een gunstige regionale staat van instandhouding te brengen. Wat de gunstige staat van instandhouding per habitattype en soort precies is en welke "instandhoudingsdoelstellingen" Vlaanderen bijgevolg moet nastreven, werd na grondig wetenschappelijk onderzoek en uitgebreid maatschappelijk overleg vastgesteld.
Naast de gewestelijke instandhoudingsdoelstellingen (G-IHD) werd per habitat- en vogelrichtlijngebied gekeken naar de specifieke instandhoudingsdoelstellingen (S-IHD) die er gerealiseerd moeten worden.

Natuurdoelen concreet realiseren

De instandhoudingsdoelstellingen (ook wel "natuurdoelen" genoemd) zorgen ervoor dat eigenaars, beheerders en overheden gericht aan de slag kunnen.

Tot op heden bood het huidige natuurbeleid onvoldoende instrumenten om de natuurdoelen doelmatig en effectief te realiseren. Daar komt met het goedgekeurde wijzigingsdecreet verandering in. Het decreet schept immers het kader waardoor alle betrokkenen hun taakstelling concreet zullen kunnen opnemen en uitvoeren. De grote krachtlijnen van de nieuwe aanpak vinden we terug in het wijzigingsdecreet. De uitvoeringsbesluiten zullen dan verder verfijnen hoe alles uitgevoerd zal worden.

Een Vlaams Natura 2000 programma

De concrete realisatie van de natuurdoelen moet niet in één keer gebeuren. Daarom opteert de overheid ervoor om het instandhoudingsbeleid gefaseerd en programmatorisch aan te pakken. Op Vlaams niveau vertaalt de programmatorische aanpak zich in de opmaak van een Vlaams Natura 2000-programma. Hierbij mikt Vlaanderen er op om tegen 2020 16 van de 47 beschermde habitattypes in een gunstige staat van instandhouding te brengen of te verbeteren zodat voor alle habitattypes en richtlijnsoorten samen 70 % van de inspanningen operationeel zijn. In 2050 moeten de natuurdoelen in het hele netwerk bereikt zijn en dus alle habitats en soorten in een gunstige regionale staat van instandhouding verkeren.

De Managementplannen Natura 2000

De doelstellingen per habitattype en per richtlijnsoort worden verder uitgewerkt in specifieke doelstellingen per gebied. Hiervoor wordt een eenvoudig, dynamisch en resultaatsgericht plan opgemaakt dat nauw samenhangt met het Natura 2000-programma: het Managementplan Natura 2000.

Deze plannen duiden de doelen en acties niet meteen aan op perceelsniveau maar geven zoekzones weer waar de gewenste natuur bij voorkeur wordt gerealiseerd.
In deze zoekzones wordt via vrijwilligheid en rekening houdend met sociale en economische factoren zoveel mogelijk gezocht naar een optimale "plaatsing" van de natuurdoelen. Kan een doel geplaatst worden, dan zal de inrichting en het beheer van het betrokken perceel finaal afgesproken en vastgelegd worden in een natuurbeheerplan dat opgemaakt wordt door of met de betrokken eigenaars.

Gelijke financiering voor gelijke inspanningen

Bij de implementatie van de natuurdoelen is een belangrijke rol weggelegd voor de overheden, de terreinbeherende verenigingen en de private eigenaars die terreinen hebben verworven met overheidssubsidie.
Tegelijk zal ook ingezet worden op een zo groot mogelijke bijdrage van andere doelgroepen waarbij in eerste instantie beroep gedaan zal worden op vrijwillige engagementen.

Voor wat het beheer en de inrichting van een habitat of leefgebied betreft, nemen deze engagementen steeds de vorm aan van een natuurbeheerplan. Bovendien zal het subsidiesysteem zodanig aangepast worden dat alle personen die engagementen inzake natuurbeheer opnemen, zonder uitzondering en onder dezelfde voorwaarden toegang kunnen krijgen tot subsidies of andere instrumenten.

Timing

De komende maanden wordt vanuit het Agentschap voor Natuur en Bos hard verder gewerkt aan de realisatie en implementatie van bovenstaande concepten.
De eerste versies van de managementplannen liggen klaar. Na goedkeuring door de Vlaamse regering zullen de zoekzones worden ingevuld. In een eerste stap, begin 2015, wordt gekeken naar de "evidenties": dit zijn de terreinen die bijdragen aan de taakstelling en momenteel in beheer zijn van de overheid of de terreinbeherende natuurverenigingen.

In een volgende stap (streefdoel eind 2017) wordt gekeken naar de terreinen van onder andere private eigenaars die een goedgekeurd beheerplan hebben en waarbij de eigenaars vrijwillig een contract willen aangaan met de overheid om het terrein verder optimaal te beheren (onder de vorm van een natuurbeheerplan). Uiteraard staat hier een compensatie tegenover.
Deze compensatie zal als onderdeel van een volledig vernieuwde subsidieregeling tegen dan ook uitgewerkt worden en operationeel zijn.