De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder
  • Start
  • 2013-02-25 De kern: wat goed is voor Limburg (HBVL)

De kern: wat goed is voor Limburg

maandag, 25 februari 2013

Zo'n 15 procent van de Vlaamse jongeren zijn Limburgers. Men zou dan ook mogen aannemen dat 15 procent van de studenten in het hoger en universitair onderwijs Limburgers zijn en dat ze ook goed zijn voor 15 procent van de diploma's.

Helaas. Dat gaat wel op voor de studierichtingen die ook in Limburg worden aangeboden, maar niet voor de studierichtingen waarvoor er géén aanbod is in deze provincie. Daar is er een achterstand van rond de 40 procent.

Dit blijkt uit officiële cijfers die door McKinsey naar boven werden gespit in voorbereiding van het SALK, het strategisch actieplan Limburg. De UHasselt vraagt al jaren naar deze cijfers maar kreeg die niet. Omdat het technisch niet kon, omdat het een inbreuk op de privacy van de studenten kon betekenen, omwille van vele andere drogredenen. Mc Kinsey kreeg ze wel. Ze staan weliswaar niet in het SALK-rapport, maar ze zijn nu algemeen bekend.

Waarom deze Limburgse ondervertegenwoordiging?

In dat verband hoort men al eens zeggen dat de Limburgers maar eens van onder hun kerktoren moeten kruipen, dat Limburgers te honkvast zijn.

Als dat al waar zou zijn, dan geldt deze vaststelling ook voor de West-Vlamingen, de West-Vlaamse cijfers zijn vergelijkbaar met de Limburgse.

In feite geldt deze vaststelling voor alle Vlamingen. Zo is 82 procent van de studenten aan de UHasselt Limburger. Aan de UAntwerpen is 88 procent van de studenten Antwerpenaar.

Uiteraard zijn deze cijfers koren op de molen van rector Luc De Schepper van de UHasselt om te pleiten voor nieuwe opleidingen in Limburg, zowel professionele opleidingen aan de hogescholen als academische opleidingen aan de UHasselt. We kunnen dit alleen maar steunen. Hopen op grote buitenlandse investeerders die hier meteen honderden en duizenden nieuwe banen creëren, is toegestaan. Het eigen lot in handen nemen is nog beter. Maar wil men een sector ontwikkelen, dan kan dat alleen indien aan een reeks voorwaarden wordt voldaan.

Die voorwaarden liggen voor de hand: goed opgeleide mensen en dus moeten er opleidingen zijn, onderzoeksinstellingen, een incubator voor startende bedrijven en uiteraard geld.

Wat dat oplevert, kan men zien in bijvoorbeeld Leuven, Eindhoven en Aken waar het telkens de universiteiten en de daaraan verbonden onderzoeksinstellingen en incubators zijn die voor de nieuwe toekomstgerichte banen zorgen. Wat daar kan, moet ook in Limburg kunnen. En om het met de woorden van ministerpresident Kris Peeters te zeggen: "Wat goed is voor Limburg, is goed voor Vlaanderen."

© Concentra

  • Start
  • 2013-02-25 De kern: wat goed is voor Limburg (HBVL)