De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder
  • Start
  • 2013-09-27 Limburg maakt zich sterk

Limburg maakt zich sterk

vrijdag, 27 september 2013

Salk: provinciaal beleidsmatig compas

Met het Strategisch Actieplan voor Limburg in het Kwadraat engageert de Vlaamse regering zich om in de planperiode 2013-2019 concrete acties en projecten te realiseren die de economische impact van de sluiting van Ford Genk en de toeleveranciers op korte termijn kunnen milderen. Anderzijds wordt met het plan op de middellange termijn een nieuw socio-economisch toekomstperspectief voor onze provincie uitgezet. De deputatie verheft het SALK tot een provinciaal bestuurlijk kompas waarop het reguliere provinciaal beleid, de financiële meerjarenplanning, het provinciaal investeringsbudget, de inzet van de beschikbare financiële reserve van 50 miljoen euro en de LSM-middelen worden geënt. Het cumulatief investeringsbudget is hierdoor een veelvoud van 50 miljoen euro. De SALK-toets wordt een essentieel element in het provinciaal beleid dat hierdoor een meerwaarde moet genereren voor de realisatie van een performant ondernemersklimaat met nadruk op stimulering van innovatief, duurzaam (klimaatneutraal) en internationaal ondernemerschap en de creatie van nieuwe jobs voor uiteenlopende profielen en competenties.

Salk creëert een middelpuntvliedende kracht

Bij de aankondiging van de sluiting van de Ford-site te Genk heeft de deputatie de Vlaamse regering gevraagd om nieuwe en vooral additionele impulsen aan Limburg te geven. Deze rechtmatige vraag vindt een grondslag in de bijzonder negatieve impact op het economisch weefsel, die verder reikt dan de Limburgse provinciegrenzen – terzake kan worden verwezen naar de impactstudie van de UHasselt -  en op het welvaart- en welzijnsniveau van de Limburgers.

De Vlaamse regering heeft de Limburgse vraag onmiddellijk beantwoord met de installatie van een expertenwerkgroep onder leiding van prof. Herman Daems. In het rapport van deze expertenwerkgroep worden niet alleen de pijnpunten van Limburg en de Limburgse economie blootgelegd, er worden ook een aantal belangrijke sporen getrokken die de Limburgse economie en samenleving op een hoger niveau kunnen tillen. Het V²O-principe en de zeshoek met randvoorwaarden zijn de twee essentiële strategische principes.

Op basis hiervan heeft de Vlaamse regering op 16 juli ll. het Salk-uitvoeringsplan bekend gemaakt. Dit plan focust op strategische projecten, geselecteerd op basis van grote veelheid aan ingediende projectfiches. De gehanteerde selectiecriteria hierbij waren:

  • passen in de V²O-strategie
  • een significante bijdrage leveren aan jobcreatie
  • een financiële haalbaarheid
  • een Vlaams-provinciaal bestuurlijk draagvlak.

De deputatie beschouwt het  SALK-uitvoeringsplan als een sterke kern waarrond het provinciaal beleid als een concentrische cirkel kan worden geweven. Deze verwevenheid uit zich dubbel: de inzet van de beschikbare provinciale reserve van 50 miljoen euro voor de realisatie van de SALK-projecten en –doelstellingen enerzijds en de maximale afstemming van het regulier provinciaal beleid tijdens de legislatuur op de SALK-strategie.

Salk is het kernpunt, de volgende cirkel is het provinciaal beleid en de buitenste cirkel is Europ

Deze afstemming wordt ingepast in de legislatuurnota, die in november aan de provincieraad wordt voorgesteld. Het provinciaal beleid volgt in deze legislatuur vier grote prioritaire beleidsdoelstellingen:

  • STERK LIMBURG
    • Limburg verder uitbouwen tot een economisch veerkrachtige regio
  • DUURZAAM LIMBURG
    • de Limburgse ambitie inzake klimaatneutraliteit omzetten in duurzame welvaartsgroei en duurzaam ondernemerschap
  • SOCIAAL LIMBURG
    • het Limburgs welvaarts- en welzijnsniveau handhaven en verbeteren voor elke Limburger.

De vierde prioritaire doelstelling richt zich op de oproep in het rapport van de expertenwerkgroep tot community formation. De deputatie wil in de komende legislatuur werken aan een provincie die zich profileert als een sterke partner ten aanzien van de andere bestuurlijke niveaus en van alle socio-economische actoren, als een kennis- en dienstverleningscentrum ten behoeve van de Limburgse gemeenten, als een performant en efficiënt bestuur dat ook in een beperkt budgettair kader en na de interne staatshervorming erin slaagt haar intermediaire bestuurlijke rol maximaal in te vullen.

Salk-toets voor cofinanciering Europese projecten

Een belangrijke opdracht, die in het kennis- en dienstverleningsmodel van de provincie Limburg past, is het medebeheer van de Europese programma’s. In uitvoering van het Vlaams-provinciaal partnerschap is Limburg sinds 2000 een belangrijke partner in de programma-uitvoering van het zogenaamde doelstelling 2-programma en van de grensoverschrijdende Interreg-programma’s. De Europese programma’s hebben sinds 1987 een belangrijke rol gespeeld en zijn ontegensprekelijk een echte hefboom voor de socio-economische ontwikkeling van onze provincie geweest. De Europese subsidies zijn dan ook ingezet voor de realisatie van een veelheid aan projectrealisaties.

In de nieuwe programmaperiode 2013-2020 legt de Europese Commissie in het Europees cohesiebeleid een heel sterk focus op Europe2020, d.i. een innovatieve, duurzame en inclusieve groei. In de provinciale cofinanciering wil de deputatie zich aanvullend en complementair focussen op het Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat.

Omvangrijke budgetten worden zowel vanuit de provinciale reserve als in het regulier budgettair kader gereserveerd om de SALK-ambitie en –doelstellingen te realiseren. Meer dan ooit moet ook ingezet worden op bedrijfsondersteuning op het vlak van innovatie, duurzaam ondernemen, exportstimulering en internationaal ondernemerschap:

  • voor het extra toegewezen EFRO-budget van 49 miljoen euro (totaal 66,5 miljoen euro) voorziet de deputatie in de provinciale reserve een cofinancierings-budget van 12,25 miljoen euro, exclusief voor de cofinanciering van Europese SALK-projecten
  • voor arbeidsmarktprojecten die via het huidige en het nieuwe ESF-programma en via het ESF-gedeelte van het extra toegewezen Europees budget worden gefinancierd, wordt op de provinciale reserve, 1 miljoen euro uitgetrokken
  • voor het Limburgs aandeel op het reguliere doelstelling 2-programma Vlaanderen wordt in de meerjarenbegroting 10,5 miljoen euro ingeschreven
  • 10 miljoen euro wordt gereserveerd op de provinciale meerjarenbegroting voor de provinciale cofinanciering van de grensoverschrijdende Interreg-projecten van de Euregio Maas-Rijn en van de Grensregio Vlaanderen-Nederland - deze programma’s zijn bijzonder belangrijk op de link met innovatieve en economische hotspots, zoals Eindhoven, Leuven, Luik en Maastricht te kunnen leggen
  • verder voorziet de deputatie een cofinancieringsbudget van 1,2 miljoen euro voor transnationale samenwerking en projectontwikkeling in thematische programma’s zoals Life+

In totaal reserveert de deputatie voor deze legislatuur een budget van bijna 35 miljoen euro om projecten, die passen in de SALK-strategie, te cofinancieren. Deze middelen moeten ervoor zorgen dat een veelvoud van subsidies kunnen worden ingezet voor concrete projecten die een meerwaarde genereren voor:

  • de realisatie van een performant ondernemersklimaat met nadruk op stimulering van innovatief, duurzaam (klimaatneutraal) en internationaal ondernemerschap
  • de creatie van nieuwe jobs voor uiteenlopende profielen en competenties
  • een verbeterde werking van de arbeidsmarkt Visuele voorstelling van de verdeling van het budget (zie hierboven).

SALK-strategie gefinancierd vanuit Europa + Vlaanderen + LSM + (provincie)³

Bij de aankondiging van de sluiting van Ford Genk heeft de deputatie onmiddellijk gesteld 50 miljoen euro uit de provinciale financiële reserve af te zonderen voor de medefinanciering van projecten die bijdragen aan het socio-economisch herstel.

In het kader van de opmaak van de financiële meerjarenbegroting 2014-2019 voorziet de deputatie bijkomend op de functionele beleidsenveloppes een hele reeks van uitgaven – werking en subsidies – die in min of meerdere mate een bijdrage leveren aan de SALK-strategie.

Ook met LSM-middelen zijn de voorbije jaren veel middelen vrijgemaakt voor de medefinanciering van strategische projecten o.m. op het vlak van zorg, clean tech, energyville, acquisitie, … Deze inspanningen zullen maximaal worden gecontinueerd.

Limburgs economisch clusterbeleid richt zich op versnelde doorbraken

Met het V²O-principe erkent het rapport van de expertenwerkgroep dat de Limburgse focus op de speerpunteneconomie een juiste en weldoordachte keuze is. Bestaande speerpunten dienen echter te worden versterkt, de ontwikkeling van relatief nieuwe speerpunten dient te worden versneld en sterke groeisectoren dienen te worden ontwikkeld. Het uitvoeringsplan heeft dit vertaald in de zogenaamde businesscases.

De deputatie ondersteunt maximaal deze strategische beleidslijn en affirmeert haar beleid maximaal op het V²O-principe door het aanhouden van een selectieve focus op bepaalde clusters. Deze focus moet leiden tot de realisatie van een sterk omgevingskader voor nieuw en innovatief ondernemerschap en voor jobcreatie.

Bijkomende doelstelling is de verdere uitbouw van de Limburgse kenniseconomie en de reverse van de braindrain. De inzet op een verhoogde deelname van de Limburgse jongeren aan het universitair past hierin naadloos. De organisatie van de rechtenopleiding van UHasselt – waarbij vanuit LSM de nodige middelen zijn vrijgemaakt – is alvast een succesvol voorbeeld dat aantoont dat het aanbieden van een universitaire opleiding in de provincie, de participatie van Limburgse jongeren aan deze opleiding bevordert. In navolging van de rechtenopleiding engageert de deputatie zich om middelen – ten bedrage van 13,5 miljoen euro - ter beschikking te stellen voor de organisatie en de fysieke locatie van de universitaire opleiding handelswetenschappen UHasselt.

De gestelde focus op de kenniseconomie impliceert geenszins dat geen beleidsmatige aandacht aan de eerder klassieke economische maaksectoren wordt gegeven. Integendeel. De Limburgse maakindustrie, geschraagd door grote ondernemingen maar vooral door vele kleine en middelgrote ondernemingen, blijft van onschatbare waarde op het vlak van waarde- en jobcreatie. Het economisch klimaat  noodzaakt  de overheid, op de diverse bestuursniveaus,  om in het flankerend economisch beleid een versnelling hoger te schakelen. De deputatie is dan ook bijzonder verheugd met de middelen die worden voorzien voor:

  • het strategisch onderzoekscentrum Maakindustrie
  • de versterking van het Innovatiecentrum voor innovatie- en exortstimulering
  • het Ondernemersplatform
  • een versterkt acquisitiebeleid 
  • extra financiële producten bij LRM, specifiek voor KMO’s.

In het kader van haar decretale opdracht inzake ruimtelijke planning maakt de deputatie door de inzet van 1,840 miljoen euro, versneld werk van de invulling van haar taakinstelling. Op basis van de VITO-studie, die momenteel wordt uitgevoerd, worden op basis van diverse parameters, potentiële locaties voor nieuwe economische ruimte in kaart gebracht. De deputatie zal versneld de procedure voor een aantal provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen starten en tegelijkertijd de lokale besturen intenser ondersteunen in de planning en ontwikkeling van lokale bedrijventerreinen.

Deze planvorming dient te worden beschouwd als complementair op het concreet ontwikkelings- en ondersteuningsbeleid van de dienst ruimtelijke economie van POM Limburg. Met een totale provinciale subsidie van bijna 3,8 miljoen euro zal actief worden ingezet op de verdere ontwikkeling van het ENA en op de kwalitatieve en duurzame inrichting  en ontsluiting van de Limburgse bedrijventerreinen. Voor de digitale ontsluiting van de provincie en in het bijzonder van de bedrijventerreinen wordt een knelpuntenanalyse (0,2 miljoen euro) gemaakt zodat daarna een concreet actie- en/of investeringsplan kan worden opgemaakt. Aansluitend op de succesvolle uitvoering van het grensoverschrijdend project Waterstof.net dient er zich een opportuniteit aan om in het vervolgtraject een Limburgse pilot op de site van Ineos te Tessenderlo te ontwikkelen.

De actuele verzuchting van het bedrijfsleven inzake de lange vergunningenprocedures wordt beantwoord via een versterking van het provinciale dienst ruimtelijke ordening zodat nog meer kan worden ingezet op het Vlaamse beleidskader inzake de versnelling van investeringsprojecten, waarbij de gouverneur optreedt als turbomanager.

De deputatie focust ook op strategische projectontwikkeling via het APB Limgrond. Hiervoor wordt ruim 2,050 miljoen euro vrijgemaakt.

Bouwsector

De vele Limburgse bouwondernemingen hebben reeds jaren een sterke positie op de Vlaamse bouwsector verworven. Vakmanschap, kennis omtrent het gebruik van gespecialiseerde bouwmaterialen en de toepassing van innovatieve technieken inzake duurzaam bouwen en energie-efficiëntie, maken van deze sector een sterk economisch Limburgs speerpunt waarin vele jobs met o.m. technische profielen, worden gecreëerd.

Om de niche van de woningbouw te ondersteunen in de toepassing van de nieuwe Europese verplichtingen inzake energieneutraal bouwen, dient de sector zich verder te specialiseren en te transformeren in een bouw-milieucluster.

Op het vlak van duurzame woningrenovatie wordt daarom naast de in SALK geplande renovatieprogramma’s van de Kantonnale Bouwmaatschappij Beringen en van Nieuw Dak Genk, in Limburg een proeftuin voor woningrenovatie uitgebouwd. Door de inbreng van 3,4 miljoen euro in een rollend fonds voor de renovatie van woningen wordt de kwaliteitsvolle en energetische woningrenovaties in onze provincie ondersteund. Bijkomend wordt een kennisplatform opgestart zodat kennis en expertise van de proeftuin wordt opgebouwd, geborgen en naar de sector verspreid. Deze proeftuin moet op termijn hefbomen creëren aan de vraag- en aanbodzijde om de stap te zetten naar een volumemarkt voor doorgedreven energetische renovaties. Naast de beoogde maatschappelijke en ecologische impact, zal dit leiden tot meer werkgelegenheid in een meer competitieve bouwsector.

Voor praktijkgerichte opleiding en onderzoek en voor een sterkere en snellere transfer van kennis en innovatie in de sector cofinanciert de deputatie, aanvullend op de 1 miljoen euro gereserveerde EFRO-subsidie, met 0,750 miljoen euro, de bouw van een nieuwe Construction Academy van de Confederatie Bouw.

Medtech/Biotech - zorgeconomie

De voorbije jaren is in onze provincie een sterke kiem gelegd voor de ontwikkeling van de sector van de life sciences en healthcare die ook in het SALK-rapport als belangrijke speerpunten naar voor worden geschoven. Biotech, Medtech en Care zijn drie deeldomeinen waarop sterk is gefocust. Naast een sterke structurele platformwerking, waarvan LifeTechLimburg.be de motor is, zijn op het vlak van Care en Cure meerdere innovatieve en op Vlaams niveau baanbrekende projecten uitgevoerd. Op infrastructureel vlak biedt de incubator Bioville ruimte aan nieuw hoogtechnologisch ondernemerschap en kennisintensieve jobs. Met de uitbreiding van Bioville wordt nog meer ruimte gecreëerd voor innovatie en kennisontwikkeling in deze sector.

Om de groei- en ontwikkelkansen verder vanuit de reeds aanwezige bouwstenen te ontwikkelen en om onze provincie te laten excelleren en accelereren in bepaalde niches, zet de deputatie, aanvullend op de SALK-middelen, 2,4 miljoen euro in voor de verdere uitbouw van het medisch wetenschappelijk onderzoek via het Limburg Clinical Research Programma (LCRP) – samenwerking UHasselt – ZOL en Jessa en voor een Patient Safety & Medical Simulation Center.

De toenemende vraag naar een kwaliteitsvolle zorgverlening is niet alleen een zaak van onderzoek en investeringen maar ook van personeel. De Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Limburg heeft berekend dat in de Limburgse zorgsector jaarlijks ongeveer 2.000 nieuwe medewerkers nodig zijn. De invulling van deze nieuwe arbeidsbehoefte in de zorgsector is echter geen sinecure.

Om de arbeidsbehoefte in deze sector in te vullen heeft POM Limburg, samen met de VDAB, de zorgsector en de onderwijsinstellingen, diverse initiatieven uitgewerkt. Deze initiatieven zijn reeds succesvol toegepast en dienen te worden gecontinueerd. Bovenop de platformwerking bij POM Limburg zet de deputatie in op projecten die een bijdrage leveren aan de invulling van de arbeidsbehoefte in de zorgeconomie.

  • het realiseren van een verhoogde instroom van nieuwe zorgmedewerkers via o.m. collectieve instroom, innovatieve opleidings- en vormingstrajecten
  • een impulsprogramma voor stageplaatsen: een collectief stage-coördinatiecentrum voor kwalitatieve stages voor alle zorgberoepen
  • het ondersteunen van innovatieve arbeidsorganisaties en arbeidsformules in de zorg
  • de promotie van de zorgsector met de campagne Werkgoesting in de Zorg
  • de deelname aan de proeftuinwerking CareVille

Het zorglandschap is permanent in beweging en in verandering. Meer dan voorheen wordt de zorgverlening vraaggestuurd ingevuld. Dit heeft tot gevolg dat vele zorgvragen kort bij de woon- en thuissituatie van de zorgvrager zal moeten worden ingevuld. Om hier een voldoende inzicht in te verwerven ontwikkelt de deputatie versneld een provinciale zorgkaart. Tevens versterkt de provincie haar ondersteunende rol tav de gemeenten in de gemeentelijk taakstelling inzake zorgstrategische planning.

Voor de realisatie van de arbeidsmarktprojecten en de zorgstrategische planning voorziet de deputatie 2,7 miljoen euro.

Vrijetijdseconomie

Met 4 miljoen overnachtingen en 1,1 miljard euro omzet heeft het toerisme voor onze provincie een groot economisch potentieel. De deputatie kiest resoluut voor de strategische versterking van de toeristische waardeketen en professionalisering van het toeristische ondernemerschap.

De geografische positie van Limburg in de Euregio met een markt van meer 40 miljoen mensen en de kansen voor cross-overs naar cultuur en erfgoed zullen hierbij worden ingezet als troeven en bouwstenen voor een geïntegreerd toeristisch beleid om van Limburg een unieke vakantiebestemming te maken. Voor deze Euregionale marketing en de organisatie van grote culturele evenementen met een Euregionale uitstraling wordt 0,250 miljoen euro gereserveerd.

Om de toeristische positionering te versterken reserveert de deputatie 4 miljoen euro. Hierbij wordt ingezet op drie thema’s:

  • mijnerfgoed: een sterkere toeristische ontsluiting van de mijnsites als unieke sites voor outdoor beleving
  • kindvriendelijk erfgoed: het verder ontwikkelen van de onderscheidende en unieke beleving van het aanwezige erfgoed (Bokrijk, Gallo-Romeins museum, kastelenlandschap, …) voor gezinnen teneinde het segment van het weerongebonden erfgoed te versterken
  • landschapsbeleving: de verdere positionering van Limburg als een aparte en authentieke vakantiebestemming op het vlak van eco-toerisme (50 tinten bronsgroen)

Essentieel in de toeristische ontwikkeling van onze provincie is de versterking van de competitiviteit van het toeristische ondernemerschap. Aanvullend op de Europese EFRO-subsidie van 5 miljoen euro voorziet de deputatie een bijkomend krediet van 1,250 miljoen euro voor een ondersteunend impulsenbeleid ten aanzien van de toeristische ondernemers.

  • verbetering van de kwaliteit van het logiesaanbod via een gerichte subsidiëring
  • financiële impulsen voor innovatie 
  • facilitering van de toeristische ondernemers op het vlak van ruimtelijke ordening
  • oprichting en uitbouw van een R&D centrum "Tourville" dat het ondernemerschap in de vrijetijdseconomie kan faciliteren
  • oprichten van een leerhotel waarbij een professionele leeromgeving wordt gecreëerd voor on-the-job-training zodat nieuwe potentiële medewerkers beter worden opgeleid voor een tewerkstelling in de sector van de vrijetijdseconomie
  • het versneld inzetten van de Kwaliteitsscan voor de Limburgse logiessector zodat aanpassingen op maat van de consument snel kunnen worden doorgevoerd.

Twee toeristische producten krijgen met een financiële input van 2,5 miljoen euro bijzondere aandacht, m.n. het fietsroutenetwerk en het Domein Bokrijk. Om het onderscheidend vermogen van het Limburgs fietsroutenetwerk te behouden zet de deputatie in het provinciaal toeristisch beleid nog meer in op de kwaliteit en de outdoor beleving van dit uniek toeristisch product. Voor een belevingsvolle landschapsbeleving op en naast het succesvol fietsroutenetwerk worden daarom een aantal landmarks gecreëerd. Investeren in beleving is ook de doelstelling voor het provinciaal Domein Bokrijk. Door de uitbouw van een belevingsvolle, weerongebonden dagattractie, die gezinnen met kinderen via een hedendaagse en interactieve publiekbenadering laat kennismaken met het openluchtmuseum, kan de marktpositionering van het grootste openluchtmusuem van Vlaanderen worden versterkt. De deputatie investeert in de uitbouw van een plek van permanente beleving rond het baanbrekend vakmanschap ( ambachten zoals smid, pottenbakker, lederbewerker, …) in de historische setting van Bokrijk. Bedoeling is dat de bezoeker daadwerkelijk binnenstapt in een atelier, zelf de handen uit de mouwen steekt en, als bezoeker van de 21ste eeuw, het authentieke verhaal beleeft. Hierop verder bordurend, wordt, samen met hedendaagse designers/ondernemers een Bokrijk-label ontwikkeld om authentieke producten aan te passen aan de smaken en vormgeving van nu.

Fruitteelt/Land- en tuinbouw

Vlaanderen en in het bijzonder Limburg is een topregio inzake de productie van hardfruit. Deze positie is verworven dankzij het innovatief ondernemerschap van de fruitsector – o.m. gestimuleerd dankzij het baanbrekend onderzoek van pcfruit als hét Vlaams kennis- en onderzoekscentrum voor de fruitteelt, een sterke coöperatieve structuur voor de afzet en intensieve internationale promotie op buitenlandse markten.

De genoemde positie staat echter onder toenemende druk door de professionalisering in andere concurrerende (Europese) regio’s. Het concurrentievoordeel dient te worden versterkt door de productieomstandigheden en de output te optimaliseren, o.m. via technische optimalisatie en mechanisatie en door cross-overs te maken naar food en farma. In totaal reserveert de deputatie hiervoor 1,5 miljoen euro.

Pcfruit start een onderzoekstraject om de technologische mechanisatie, de robotisering en toepassing van ICT-technologie te maximaliseren zodat technische activiteiten en waarnemingen in het fruitbedrijf efficiënter kunnen worden uitgevoerd zodat de productiekost daalt. Concreet betreft het GPS gestuurde gewasbescherming en smartphone applicaties in functie van teeltopvolging.

De cross-over naar food en farma creëert nieuwe economische kansen voor de ontwikkeling van bepaalde niches. Fruit bevat een hoog aantal en gehalte aan waardevolle stoffen die zowel door hun smaakeffect, hun nutritionele kwaliteiten (gezonde suikers) als hun positieve effecten op de gezondheid (anti-oxidantia, polyfenolen, vitaminen, vezels, …) de interesse wekken van de consument en voedselverwerkende bedrijven (zuivel, fruitsappen, salades, …).  Het resultaat zou een verhoogde consumptie van vers of verwerkt fruit moeten zijn, waarbij omwille van toegevoegde waarde omwille van de voedingsstoffen een meerwaarde voor het fruit (eventueel bepaalde sorteringen), voor de nevenstromen van het fruit (schil, …), of het product waarin fruit wordt verwerkt, kan gerealiseerd worden.

De link naar farma sluit dan weer volledig aan bij de positionering van onze Limburg als gezondheidsregio. Recent onderzoek wijst erop dat langdurige opname van diverse bioactieve moleculen, aanwezig in diverse fruitsoorten, de ontwikkeling van neurodegeneratieve ziekten kan vertragen. Het is niet de bedoeling om intensieve klinische studies terzake uit te zetten doch om een nieuwe nichemarkt op basis van bestaande onderzoeken en literatuurgegevens af te bakenen.

Tot slot wordt in pcfruit onderzoekscapaciteit vrijgemaakt voor de uitbouw van een onderzoekscentrum voor de wijnbouw.
Met een totale financiële input van 1,625 miljoen euro wordt innovatiestimulering en de exploratie van nieuwe niches ook in de andere segmenten van de Limburgse land- en tuinbouw nagestreefd.

De deputatie zet in op de versterking van het Limburgse tuinbouwpotentieel en dit onder de vorm van een “Groenten Innovatie Fonds (GIF)”. Het GIF wordt aangewend voor projecten inzake nieuwe teelten met potentieel voor hoogwaardige valorisatie en de valorisatie van nevenstromen.

Het Agropoliscentrum is een belangrijke en noodzakelijke eerste stap bij de ontwikkeling van de site. Het Agropoliscentrum fungeert als een incubatiecentrum en een dienstverleningscentrum op het agrarisch bedrijventerrein. Er wordt ondermeer een bezoekerscentrum ingericht, onthaalloketten voor partners als KULeuven en BelOrta. Mogelijkheden voor een satelliet van het Aquacultuurcentrum Vlaanderen worden onderzocht.

Om een klimaatneutraal Limburg te realiseren is een duurzame landbouw essentieel. Een duurzame landbouw draagt niet enkel bij aan een klimaatneutraal Limburg; het versterkt de agrarische sector bedrijfseconomisch (optimale kwalitatieve bemesting draagt bij tot productefficiëntie en kostenreductie) en het stimuleert tewerkstelling.

Creatieve economie

Om de economische positie van Limburg te verstevigen, werkgelegenheid en welvaart voor de toekomst te kunnen garanderen is het van belang dat de industriële maakeconomie doorgroeit naar een economie aangedreven door kennis en innovatie. Binnen het innovatieproces is creativiteit één van de belangrijkste pijlers. De creatieve economie behoort dan ook vandaag tot één van de meest sterke groeisectoren in Vlaanderen.

De deputatie voert een ondersteunend beleid om de creatieve economie verder tot ontwikkeling te brengen. Diverse initiatieven zijn in het verleden genomen en zijn vanuit de provincie Limburg ondersteund: de Mad-Faculty, de uitbouw van Z33 als experimenteel cultuurcentrum, diverse onderzoeksprojecten inzake design, de uitbouw van een Fabrication Laboratory (een zogenaamd Fablab) op de site van C-mine waar prototypes kunnen worden gemaakt, de oprichting van de platformwerking IDE – Innovation and Design Euregio van waaruit, bedrijven in de maakindustrie, de zorg en de mode worden ondersteund op het vlak van designinnovatie. Hiervoor werkt de provincie nauw samen met de partners: de steden Genk en Hasselt, UHasselt, PXL en de KHlim.

Op het kruispunt tussen economie en cultuur wordt verder ingezet op de  verdere ontwikkeling van de Limburgse creatieve economie. Voor de verdere operationele uitbouw van het Limburgs platform IDE wordt in het ontwerp provinciaal budget meer dan 2 miljoen euro voor deze legislatuur voorzien. Verder wordt ook 0,6 miljoen euro vrijgemaakt voor de organisatie van enkele grote exposureprojecten die Limburg op het vlak van creatieve economie op de Vlaamse en Euregionaal kaart dient te zetten.

Vraag/Aanbod op de arbeidsmarkt = duurzaam werk

De Limburgse arbeidsmarkt kent een bijzonder negatieve evolutie. 

< 25 jaar 25-50 jaar 50+

Totaal

juni 2001 5.269  16.604  1.317 

23.190

juni 2002  6.134  17.847  1.362  25.343

juni 2003

8.241  20.912  2.030  31.183
juni 2004 8.278  23.021  2.979  34.278
juni 2005 7.879  22.974  5.506  36.359
juni 2006 6.653  19.930  6.692  33.275
juni 2007 4.721  14.168  6.684  25.573
juni 2008 4.503 11.982 6.530  23.015
juni 2009 6.714  15.736  7.034  29.484
juni 2010 6.241  15.500  7.503  29.244
juni 2011 5.128  13.387  7.380  25.895
juni 2012 5.480  14.318  7.253  27.051
juni 2013 6.345  16.376  7.434  30.155

Opmerking: juni 2005: stijging is te verklaren doordat sinds augustus 2004 de oudere werkzoekenden met mini-vrijstelling en sinds oktober 2004 de PWA-werknemers in de cijfers nwwz zijn opgenomen.

De werkloosheid en de Limburgse jeugdwerkloosheid in het bijzonder, is de voorbije jaren significant gestegen. Eind juni noteerde de VDAB 30 155 nwwz. Tov vorig jaar is dit een stijging van 11,5 % (stijging met 3.104 nwwz). De werkloosheidsgraad bedraagt d.d. 2013-06-30 7,95 %. Dit is een stijging met 0,29 % tov juni 2012.

Werkloosheidscijfers

De provincie heeft recent een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met VDAB Limburg voor het realiseren van een geïntegreerd (arbeidsmarkt en onderwijs) en inclusief (aandacht voor kansengroepen) competentieversterkend provinciaal beleid teneinde de provinciale werkloosheid significant terug te dringen, de match tussen de Limburgse arbeidsmarkt en bedrijfsleven te verbeteren, de wendbaarheid van de Limburgse arbeidsmarkt in relatie met de ontwikkeling van nieuwe economische speerpunten te verhogen en de groeipotenties van de sociale economie te valoriseren.

Deze samenwerkingsovereenkomst wordt door de deputatie ingevuld enerzijds met een flankerend provinciaal arbeidsmarktbeleid en door projectwerking via de beschikbare budgetten van het huidige en nieuwe ESF-programma en via de ESF-enveloppe ten bedrage van 17,5 miljoen euro, voorzien in het extra toegewezen Europees budget van 66,5 miljoen euro.

Op de provinciale meerjarenbegroting wordt voor het flankerend provinciaal arbeidsmarktbeleid voor deze legislatuur 3 miljoen euro ingeschreven:

  • 1,5 miljoen euro voor de subsidiëring van vacaturegerichte kortlopende opleidingen
  • 600.000 euro voor sociale economie
  • 900.000 euro  voor de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst provincie Limburg/sociale economie en voor een actief, maatgericht provinciaal en gemeentelijk arbeidsmarktbeleid

In het provinciaal arbeidsmarktbeleid worden drie elkaar versterkende klemtonen gelegd:

  • gebiedsgerichte focus
  • sectorgerichte focus
  • een focus op bepaalde doelgroepen.

De negatieve evolutie van de Limburgse arbeidsmarkt en de te verwachten uitstroom nav de sluiting van Ford en de toeleveranciers manifesteren zich zeer sterk in sommige Limburgse gemeenten en regio’s. Het historisch zeer kwetsbaar arbeidsmarktprofiel van de vroegere mijngemeenten komt opnieuw aan de oppervlakte. Doch ook de andere Limburgse regio’s worden geconfronteerd met een groeiende werkloosheid.

Midden-Limburg West-Limburg Zuid-Limburg Noord-Limburg Maasland Totaal
juni 2001 7.507  4.141  4.686  2.764   4.092  23.190
juni 2002 8.680  4.748  5.051  2.929  3.935  25.343
juni 2003 10.424  6.051  5.689  4.009  5.010  31.183
juni 2004 11.867  6.372  6.368  4.367  5.304  34.278
juni 2005 11.782  6.449  7.215  5.352  5.561  36.359
juni 2006 10.724  5.904  6.883  4.760 5.004  33.275
juni 2007 8.380  4.403  5.323  3.615  3.852  25.573
juni 2008 7.335  4.011  4.823  3.289 3.557  23.015
juni 2009 9.588  4.909  5.939  4.064  4.984  29.484
juni 2010 9.298  4.947  5.837  4.163  4.999  29.244
juni 2011 8.267  4.455  5.371  3.600  4.202  25.895
juni 2012 8.648  4.669  5.558  3.699  4.477  27.051
juni 2013 9.720  4.866  6.038  4.463  5.068  30.155

Een gedifferentieerd beleid op maat per regio is dus wenselijk. Samen met de lokale besturen, die de decretale regierol inzake lokale werkgelegenheid hebben, zal de provincie, samen met de VDAB, sterk inzetten op een maatgericht provinciaal en gemeentelijk arbeidsmarktbeleid.

Sectorgericht prioritiseert de deputatie diverse sectoren, m.n. industrie, logistiek, zorgeconomie, bouw, industrie, voeding, vrijetijdseconomie, toerisme, …

Op het vlak van doelgroepen moet worden vastgesteld dat de stijging van de Limburgse werkloosheid zich voltrekt in twee doelgroepen: de jongeren en de 50-plussers. Om de werkzaamheidsgraad van de 50-plussers te verhogen is vorig jaar een specifiek traject in 8 sectoren gestart. Deze acties zal worden versterkt met bijkomende acties om de werkloosheid van de 50-plussers terug te dringen.

Een hele reeks van acties wordt ondernomen om de jeugdwerkloosheid terug te dringen. In het kader van de recente ESF-oproep betreffende de Werkinlevingstrajecten (WIJ!) heeft de deputatie gevraagd aan het ESF-Agentschap, om gelet op de groeiende jeugdwerkloosheid, een bijkomend contingent van 500 WIJ!-trajecten te onderzoeken.

De provincie Limburg treedt alvast op als promotor in de subsidie-aanvraag Voortrajecten Kwetsbare Groepen. Binnen deze oproep kan worden ingezet op de creatie van voortrajecten voor kwetsbare groepen die niet of onvoldoende bereikt worden door reguliere begeleidingsinstanties. Deze voortrajecten moeten ertoe leiden dat de doelgroep zich in een sterkere positie bevindt om toegeleid te worden naar de arbeidsmarkt of om de arbeidsmarkt te betreden. Op basis van de arbeidsmarktgegevens d.d. 2013-06-30 hebben diverse Limburgse gemeenten een belangrijk potentieel van kwetsbare groepen waarvoor met deze oproep een gepaste ondersteuning kan worden geboden. Op basis van de arbeidsmarktparameters zijn drie gemeenten, m.n. Genk, Maasmechelen en Hasselt en een cluster van gemeenten, m.n. Heusden-Zolder, Beringen en Houthalen-Helchteren, uitgenodigd voor een partnerschap in het kader van deze oproep.

Maatschappelijk kwetsbare jongeren lopen omwille van hun etnische achtergrond, thuissituatie, armoede, … een groter risico op achterstelling en uitsluiting. In de provinciale aanpak wordt de klemtoon op verschillende domeinen gelegd. Maatschappelijk kwetsbare jongeren worden in hun contacten met maatschappelijke voorzieningen (school, arbeid, vrijetijd, …) vooral en steeds opnieuw geconfronteerd met de negatieve aspecten van het aanbod, waardoor ze nog kwetsbaarder worden. Ze komen meer in contact met justitie, zijn kwetsbaarder binnen het onderwijssysteem en de arbeidsmarkt. In tegenstelling tot mensen die vooruit geraken ("sociale mobiliteit"), dreigen deze kwetsbare groepen eerder "sociaal te overleven" i.p.v. vooruit te kunnen geraken.

Vanuit de jeugdwerking wordt daarom de nadruk gelegd op deze doelgroep, en begeleiding ingezet op maat, teneinde alle kwetsbare Limburgse jongeren eveneens op een spoor van "sociale mobiliteit" te zetten i.p.v. op een "overlevingsmodus", en met het oog op het doorbreken van de vicieuze cirkel waarin veel van deze jongeren belanden. Hierbij gaat het om structurele en lange termijn-initiatieven, ten bedrage van 2 miljoen euro, waarbij de deputatie in de begeleiding voorziet, die voor een toename van het ‘sociaal kapitaal’ zorgen van de kwetsbare groepen, teneinde hen een perspectief te geven.

Maar ook vanuit het onderwijsoogpunt wordt ingezet op deze doelgroep teneinde de hoge cijfers van ongekwalificeerde uitstroom te verminderen en bijgevolg de jeugdwerkloosheid zo veel mogelijk terug te dringen. Jongeren motiveren de draad op te pakken en hun onderwijsloopbaan te finaliseren, jongeren extra te motiveren, al dan niet via schoolexterne initiatieven, zodat ze finaal in het arbeidscircuit kunnen opgenomen teneinde een toekomst uit te bouwen. Maar ook jonge leerkrachten leren omgaan met specifieke doelgroepen is van kapitaal belang, willen ze jongeren, die het moeilijk hebben kunnen begeleiden en motiveren hun schoolloopbaan af te maken.

Daarnaast wordt binnen onderwijs ook ingezet op de afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Het technisch- en beroepsonderwijs zijn vaak niet afgestemd op de noden van de arbeidsmarkt, er is een tekort aan stageplaatsen voor vele studenten uit deze richtingen, er zijn onvoldoende technisch opgeleiden om aan de vraag van de arbeidsmarkt tegemoet te komen … en dit terwijl de technische richtingen in de nijverheidsscholen eerder minder leerlingen aantrekken. Daartoe is het belangrijk dat jongeren hun talenten leren ontdekken en ontwikkelen zodat ze, ondanks het watervalsysteem, toch gemotiveerd worden om een opleiding te volgen waarin ze later ook hun toekomst willen uitbouwen.

Taal tenslotte is een belangrijk gegeven om schoolachterstand te voorkomen en een plaats op de arbeidsmarkt te verwerven. Echter, heel wat kinderen, jongeren maar ook volwassenen kampen met taalachterstand die een vlotte doorstroming in het onderwijs en/of arbeidsmarkt vaak in de weg staan. Taalinitiatieven stimuleren, van peuters tot jongeren en volwassenen blijft van kapitaal belang teneinde heel wat ongelijkheid weg te werken. Voor deze acties vanuit onderwijs, zet de deputatie een budget in van 3 miljoen euro.

De negatieve evolutie op de arbeidsmarkt dreigt een watervalsysteem te veroorzaken naar de  zogenaamde kansengroepen. Het behoud van tewerkstelling en de hertewerkstelling en jobcreatie van kansengroepen en personen met een arbeidsbeperking is de komende jaren meer dan nodig. De ondernemingen in de sociale economie zijn belangrijke partners om de tewerkstelling voor deze doelgroep op peil te houden. Een belangrijke doelstelling is het behoud van de bestaande tewerkstelling in lopende tewerkstellingsprojecten, zoals de parkrangers bij de drie regionale landschappen voor het onderhoud van toeristisch-recreatieve infrastructuur en duurzaam groenbeheer. Hiervoor wordt in de periode 2014-2019 in een progressief scenario 3,5 miljoen euro voorzien.

Sociaal Limburg

Als je (terug) op de arbeidsmarkt terecht komt en op zoek moet gaan naar een nieuwe job, is een bijkomende opleiding een belangrijke troef. Jonge ouders komen echter  vaak in de verleiding het volgen van een opleiding even uit te stellen of doen dit noodgedwongen. Helaas wordt het daardoor vaak moeilijk om later (opnieuw) aansluiting te vinden op de arbeidsmarkt. We vinden het dan ook belangrijk in het kader van SALK de opleiding van jonge ouders te faciliteren. We onderzoeken samen met K&G en de VDAB hoe we dit best organiseren. En hoe we samen op een duurzame manier extra opvangplaatsen kunnen creëren in Limburg die prioritair ter beschikking zijn van ouders die een opleiding volgen in het kader van een begeleiding door de VDAB. De provincie stelt  3 miljoen euro ter beschikking gedurende een periode van 4 jaar. De organisatoren van opvangplaatsen krijgen 7.000 euro per kind per jaar van de provincie. De ouders betalen een bijdrage naargelang hun inkomen. K&G zal alle extra plaatsen binnen de termijn van 4 jaar overnemen binnen de reguliere subsidiëring als IKG-opvangplaatsen.

Op die manier geven we een impuls om tussen de 100 en 400 opvangplaatsen bijkomend te erkennen en te subsidiëren door het Vlaamse Kind & Gezin in Limburg. En geven we jonge ouders een impuls om zich voor te bereiden op een nieuwe job, in de wetenschap dat hun kind kan genieten van een kwalitatieve opvang. Dit versterkt jonge gezinnen.

Duurzaam Limburg

Het is belangrijk dat de provincie haar voortrekkersrol als Vlaamse, Euregionale en Europese duurzame regio de komende jaren blijft vervullen. De provincie Limburg wil daarom blijven optreden als initiator en stimulator ten aanzien van de Limburgse samenleving als geheel en ten aanzien van de verschillende doelgroepen en segmenten (economie, huisvesting, landbouw, mobiliteit, ruimtelijke ontwikkelingen i.c. verstedelijking, …). Tevens zal het bestuur als bestuurlijke organisatie de principes van duurzame ontwikkeling maximaal toepassen en zich verder profileren als een inspirerend voorbeeld op het vlak van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.

Op maatschappelijk vlak krijgt het principe van "duurzame ontwikkeling" invulling via het creëren van gelijke kansen op het vlak van onderwijs, toegang tot de arbeidsmarkt, huisvesting, vrijetijdsbesteding (cultuur, sport, toerisme, …), zorgverlening, … Op economisch vlak ligt de klemtoon eerder op energie- en grondstofefficiëntie, het gebruik van hernieuwbare energie, duurzame mobiliteit (personen- en goederenvervoer), duurzame inrichting van de Limburgse ruimte, een duurzame productie en consumptie, de toepassing van het kringloopgedachte (cradle to cradle), duurzaam bouwen (Europese verplichting inzake energieneutraal wonen) … Hierin past de proeftuin bouwinnovatie (zie bij Sterk Limburg).

  • Start
  • 2013-09-27 Limburg maakt zich sterk