Limburg op zoek naar ruimte om te ondernemen
Nieuwe provinciale studie resulteert in eerste drie focusgebieden voor nieuwe regionale bedrijventerreinen.
"Limburg wil ondernemers opnieuw ademruimte geven. Limburg wil niet zomaar uitbreiden, maar ook de ruimte efficiënter benutten," zegt gedeputeerde voor Ruimtelijke Ordening Inge Moors. "We kijken naar bereikbaarheid, waterveiligheid, impact op de omgeving en zoveel meer. Zo maken we ruimte op de juiste plek."
De provincie onderzocht met de studie RuBeLim 2.0 waar mogelijke ruimte is voor nieuwe regionale bedrijvigheid. De studie RuBeLim 2.0, uitgevoerd door VITO en de afkorting voor "Ruimte voor Bedrijvigheid in Limburg" werd afgestemd met een brede stuurgroep met vertegenwoordigers vanuit alle domeinen en geeft per zone aan hoe geschikt die is voor nieuwe locaties. Onder andere mobiliteit, watergevoeligheid, bereikbaarheid en natuurbeheerplannen werden in kaart gebracht.
Niet alleen werd in kaart gebracht waar de mogelijke bedrijventerreinen van de toekomst gerealiseerd kunnen worden, er werd ook grondig onderzocht, samen met POM Limburg en het cijfermateriaal van VLAIO, op welke locaties momenteel een nijpend tekort is. Deze combinatie vertaalde zich nu in een eerste serie focusgebieden, namelijk in Bilzen-Hoeselt, Bree en Zonhoven.
Deze drie gemeenten hebben nauwelijks actief aanbod en in verhouding met andere provinciale economische dragers weinig grote oppervlakten aan leegstand of onbebouwde percelen.
Zonhoven ligt centraal in de innovatieregio Hasselt-Genk, Bree speelt een rol voor het noordoosten van de provincie en heeft kansen voor een multimodale ontsluiting, en Bilzen-Hoeselt springt eruit vanwege de strategische ligging tussen economische centra en nabij de grens met Nederland. "Net daarom wil de provincie hier extra inzetten op duurzame uitbreiding en/of optimalisatie," aldus gedeputeerde Inge Moors.
De geactualiseerde studie RuBeLim 2.0 vloeit voort uit (of is een uitwerking van) het Ruimtepact 2040 dat inzet op drie sporen inzake ruimte om te ondernemen: door bestaande bedrijventerreinen beter te benutten, verweefbare bedrijven die in een stads- of dorpskern passen daar ook effectief te huisvesten, en de minst geschikte terreinen om te ruilen voor betere strategische locaties.
Ondernemers vragen zuurstof
Volgens het Ruimtepact 2040 kan Limburg zijn economische groei aanhouden als er voldoende inzet is op hergebruik, verweving en slimme keuzes. Daarbij komt ook het actieplan van de Vlaamse Regering (mei 2025) in beeld, dat eveneens inzet op herontwikkeling van bestaande terreinen en verweving van werkplekken in woonkernen.
Werkgeversorganisaties luidden al een tijdje de alarmbel: als er niets gebeurt, dreigt de ruimte voor nieuwe bedrijven binnen twee jaar op te drogen. Limburg telt nog zo’n 300 hectare direct bruikbare bedrijfsgrond, maar die zal in de volgende jaren opgebruikt zijn. De provincie zoekt samen met haar partners naar concrete oplossingen.
Eerste focusgebieden zijn een beginpunt
Het plannen van een actief aanbod aan regionale bedrijventerreinen is een taak voor zowel de provincie als Vlaanderen. Daarom zal het provinciebestuur in dialoog gaan met Vlaanderen over de terreinen die Vlaanderen beheert in het kader van haar regierol in het Economisch Netwerk Albertkanaal (ENA). Dit gaat specifiek over de locaties in de omgeving van Poort West-Limburg en de Insteekhaven te Lummen.
Deze studie is geen eindpunt, maar het begin van gerichte actie. We weten nu waar het kan en waar het beter niet kan. Die kennis gebruiken we om Limburg economisch sterk en leefbaar te houden, ook voor de volgende generaties. We leven in een tijd waarin ruimte schaars is. We willen plaats houden voor natuur, landbouw, woningen én bedrijven. Daarom moet elke vierkante meter slim ingezet worden.