Video-archief
Webinars gemist of benieuwd naar de concrete uitvoering van het Ruimtepact 2040?
In dit videoarchief vind je webinars en online toelichtingen over acties, instrumenten en projecten die het Ruimtepact 2040 in de praktijk brengen. Bekijk de opnames en ontdek hoe we samen werken aan de ruimtelijke toekomst van Limburg.
Ook de vragen die naar aanleiding van de online presentaties zijn binnengekomen, vind je hier op deze pagina terug
Webinars
29 september 2026
Online toelichtingen
Vraag en antwoord
Vragen en antwoorden over de afbakening van lokale kernen
Moet een gemeente met een afgebakend kleinstedelijk gebied ook haar lokale kernen afbakenen en die afbakening verankeren in een RUP?
Ja. Ook een gemeente met een afgebakend kleinstedelijk gebied moet haar lokale kernen afbakenen. Een kleinstedelijk gebied heeft voorzieningen op provinciaal niveau of op het niveau van de woningmarkt.
In lokale kernen staat de woonfunctie centraal, met hoofdzakelijk lokale voorzieningen.
Een totaalvisie op het gemeentelijk woonbeleid is nodig om elke kern op maat te versterken en tegelijk de open ruimte te vrijwaren. De afbakening van de lokale kernen wordt verankerd via een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP).
Welke provinciale subsidies zijn er voor ruimtelijke initiatieven die aansluiten bij de kernafbakening?
Op 25 februari 2026 werd het provinciale subsidiereglement LIMPACT vastgesteld. Daarmee ondersteunt de provincie Limburg kwalitatieve ruimtelijke initiatieven die bijdragen aan de uitvoering van het Ruimtepact 2040. Jaarlijks staat via een of meer projectoproepen een specifiek ruimtelijk thema centraal.
De oproep van 2026 heeft als thema "Bouwen aan levendige stads- en dorpskernen". Projectaanvragen kunnen worden ingediend tot en met 9 november 2026. Meer informatie staat op de pagina Ruimtelijke initiatieven ter uitvoering van Ruimtepact 2040.
Wat als een gemeente begin 2031 geen ruimtelijk uitvoeringsplan voor de kernafbakening heeft vastgesteld?
Zolang de afbakening van de lokale kernen niet is verankerd in een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP), gebruikt de provincie bij haar advisering de werkhypothese op basis van statistische sectoren. Zie het beleidskader "Wonen in stads- en dorpskernen", actie W-1.1, p. 142.
Als een RUP in opmaak is, kan vanaf de voorlopige vaststelling formeel rekening worden gehouden met de inhoud ervan.
Worden de groeicijfers voor de regionale woningmarkten geactualiseerd?
Het Ruimtepact 2040 voorziet in een voortdurende opvolging en evaluatie van trends en uitdagingen. Het beleidskader "Wonen in stads- en dorpskernen" voorziet een zesjaarlijkse actualisatie van de groeicijfers. Als onvoorziene ontwikkelingen met ruimtelijke impact een bijsturing nodig maken, is een snellere actualisatie mogelijk. Zie actie W-3.1, p. 153.
Wat als er al ruimtelijke uitvoeringsplannen voor de kernen bestaan?
Het afbakeningsproces biedt de kans om bestaande RUP’s voor kernen of delen ervan te beoordelen op hun actuele relevantie. Die evaluatie kan zowel de ligging van de afbakeningslijn als de keuze van de juridische verankering beïnvloeden. Er kan worden gekozen voor een RUP waarin alleen de afbakeningsgrens en algemene voorschriften worden vastgelegd, terwijl de bestaande RUP’s behouden blijven.
Als de evaluatie daar aanleiding toe geeft, kunnen deelplannen worden toegevoegd om delen van bestaande RUP’s te herzien.
De leidraad bevat een overzicht van instrumenten om de kernafbakening te verankeren en de bijbehorende woonvisie uit te voeren.
Kan een contour-RUP verordenend verwijzen naar bestaande RUP’s?
Nee. Een RUP kan niet verordenend verwijzen naar andere RUP’s. Wel kan een RUP de afbakeningsgrens met algemene voorschriften vastleggen, terwijl bestaande RUP’s behouden blijven.
De evaluatie van de bestaande plannen bepaalt of behoud of een gedeeltelijke herziening aangewezen is. Als de evaluatie daar aanleiding toe geeft, kunnen deelplannen worden toegevoegd om delen van bestaande RUP’s te herzien.
Wat is de relatie tussen kernafbakening en een provinciale verordening om woonontwikkelingen buiten de kernen af te remmen?
De opmaak van provinciale stedenbouwkundige verordeningen om nieuwe woonontwikkelingen buiten de kernen af te remmen, blijft een relevante actie binnen het Ruimtepact 2040 (actie W.1.2).
Voor een gebiedsdekkende provinciale verordening moet duidelijk zijn welke gebieden binnen en buiten een kern liggen. Daarvoor zijn de afbakeningen van zowel de bovenlokale als de lokale kernen nodig. Tot dan kunnen alleen verordeningen voor specifieke typegebieden worden uitgewerkt, zoals lintbebouwing of woonparken.
Hoe verhoudt de aanduiding van Houthalen-Helchteren in het voorontwerp van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen zich tot het Ruimtepact 2040?
Het voorontwerp van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen duidt Houthalen-Helchteren aan als nieuw (klein)stedelijk gebied. Hoewel daarin de gemeente Houthalen-Helchteren wordt vermeld, mag worden aangenomen dat hiermee specifiek de kern Houthalen wordt bedoeld.
Het Ruimtepact 2040 duidt Houthalen aan als strategische woningmarktkern.
Beide typeringen beschouwen Houthalen als een kern van bovenlokaal niveau. De principes voor de verdeling van het woningobjectief uit het beleidskader "Wonen in stads- en dorpskernen" blijven van toepassing (p. 150–151).
Ook met een afgebakende bovenlokale kern binnen de gemeentegrenzen moet de gemeente haar lokale kernen afbakenen. Een totaalvisie op het gemeentelijk woonbeleid blijft nodig om de kernen op maat te versterken en de open ruimte te vrijwaren.
Vragen en antwoorden over de Fietstoets
Moet een fietsenstalling open of afgesloten zijn om toegankelijkheid en diefstalpreventie te combineren?
De Fietstoets maakt hierin geen algemene keuze. Bouwsteen 3, "Fietsparkeren en toegang tot de eigen unit", vraagt aandacht voor zowel een vlotte toegankelijkheid als diefstalpreventie. Een deur of poort vormt een extra barrière voor fietsers, maar kan de diefstalpreventie verbeteren. De keuze is daarom contextafhankelijk.
Ook sociale veiligheid en het risico op vandalisme kunnen meespelen. Als voor een deur of poort wordt gekozen, wordt maximaal ingezet op gebruiksgemak, bijvoorbeeld met een automatische deuropening, toegangsherkenning via een badge in plaats van een sleutel en een veilige en overdekte wachtzone die niet wordt gedeeld met autoverkeer.