De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.

A tot Z (Weetjes)

Limburg boomt

Kanarie in de koolmijn

Je kunt er in Limburg niet omheen: ons mijnverleden laat zich nog altijd zien in het landschap. Denk aan de mijnterrils, maar nog meer vertegenwoordigd zijn de bossen van grove den. Dennenbalken werden gebruikt om de mijngalerijen te stutten. Maar waarom precies de grove den en niet de stevigere eik?

Als je het hebt over "een kanarie in een kolenmijn" spreek je over iets dat gevoelig is voor ongunstige omstandigheden en dus prima werkt als indicator bij gevaar of problemen. Het is een toespeling op de gekooide kanaries die de mijnwerkers meenamen in de mijngangen. Kwamen er gevaarlijke gassen vrij, stierven eerst de kanaries en konden de werkers zich nog tijdig uit de voeten maken.

Ook de grove den is zo’n "kanarie". Bomen van 40 tot 50 jaar oud werden gebruikt voor het stutten van de mijngalerijen. Als er instortingsgevaar dreigde, kraakte het hout vooraleer de mijngang instortte, vandaar ook de term "kraakhout" en de uitdrukking "grenen spreekt voordat het breekt".

Kappen en planten

Grove dennen werden in Limburg dan ook massaal aangeplant. In de glorieperiode van de Limburgse steenkoolmijnen werden de dennenbossen regelmatig kaalgekapt en terug aangeplant. Die cyclus stopte na het sluiten van de mijnen. De bossen bleven staan en werden ouder. Nu worden de dennen terug gekapt om de biodiversiteit te verhogen. Heel wat dennenbossen worden omgevormd tot gemengde bossen omdat die interessanter zijn voor verschillende diersoorten.

Heide: een uitgekiend systeem

Dennenbossen maken ook opnieuw plaats voor heide: een waardevol leefgebied voor dieren en planten en tegelijk een recreatieve trekpleister. Die heide was het gevolg van een uitgekiend landbouwsysteem met grazende schapen, branden, maaien en steken van plaggen. Het hield in Limburg eeuwenlang stand.

Bij het plaggen verwijdert men de bovenste, begroeide grondlaag. Dat plagsel werd in de zogenaamde potstallen gebruikt als strooisel. Het verrijkte strooisel bemestte de akkers.

Het potstalsysteem maakte de arme gronden nog schraler. Foto’s van Jean Massart uit het begin van de 20ste eeuw tonen hoe immens en verlaten de Limburgse heide er ooit uitzag. Kijk zeker eens op:  www.recollectinglandscapes.be.

De opkomst van kunstmest betekende het einde van de eeuwenoude manier van werken. De woeste gronden kregen een andere bestemming. Industrie, woonwijken en … de massale aanplantingen van grove den voor de mijnen natuurlijk.