De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te avigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.
Meer weten...

Subsidiereglement ruraal management - werkingssubsidie

Besluit van 22 januari 2014
Gewijzigd 17 december 2014

De provincieraad van Limburg

Gelet op volgende doelstelling, actieplan en actie van het provinciaal beleid 2014-2019:

  • Beleidsdoelstelling 2014000001 “Sterk Limburg”
  • Actieplan 2014000043 “Bijdragen aan een sterk Limburg door het ondersteunen en ontwikkelen van een economische en innovatieve land- en tuinbouw”
  • Actie 2014000241 “Ondersteunen van innovatie in de land- en tuinbouw”;

Gelet op de aanduiding van een aantal speciale beschermingszones of de voorstellen voor aanduiding in het kader van internationale verdragen en Europese richtlijnen, namelijk de 23 Vogelrichtlijngebieden aangeduid in het kader van Richtlijn 79/409/EEG inzake het behoud van de vogelstand, de 4 Ramsargebieden in het kader van de Internationale Ramsar Conventie (1971) en de 38 Habitatrichtlijngebieden voorgesteld in het kader van de Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en wilde flora en fauna;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 3 april 2009 betreffende de aanwijzing van speciale beschermingszones en de vaststelling van instandhoudingsdoelstellingen;

Gelet op Verordening (EU) Nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 24 februari 2006 betreffende de toekenning van subsidies aan de land- en tuinbouwbedrijfsleiders die een beroep doen op bedrijfsadviesdiensten en het ministerieel besluit van 28 maart 2001 betreffende de toekenning van subsidies aan bedrijfsadviesdiensten;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 16 november 2007 betreffende de instelling van de adviesmodules en de bepaling van de adviesinhoud in het kader van het bedrijfsadviessysteem en het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 17 november 2006 tot instelling van een bedrijfsadviessysteem voor land- en tuinbouwers;

Overwegende dat het opstellen van een bedrijfsplan de ondernemende landbouwer belangrijke informatie verstrekt bij het nemen van investeringsbeslissingen die een impact hebben op de bedrijfsvoering, oogstzekerheid, risicospreiding, …;

Overwegende dat door het financieel ondersteunen van adviesverlening aan startende landbouwers deze landbouwers zich beter informeren en voorbereiden op een overname of eventuele start van een nieuw agrarisch bedrijf;

Overwegende dat daardoor de toekomstige beperkingen en kansen van het landbouwbedrijf op voorhand beter zullen kunnen worden ingeschat door de ondernemende landbouwer in spe en dat dit kan leiden tot meer crisisbestendige duurzame landbouwbedrijven;

Overwegende dat door het opstellen van een juridisch advies de juridische structuur van het bedrijf en de landbouwers met kennis van zaken kunnen doorgroeien naar een bepaald juridisch statuut;

Overwegende dat door middel van gerichte investeringen het bedrijfsrisico kan beperkt worden, dat dit kan resulteren in crisisbestendige duurzame landbouwbedrijven en dat een risicoanalyse moet worden opgesteld om de kosten en de baten tegen elkaar af te wegen;

Overwegende dat 262 Limburgse landbouwbedrijven in 2012 een dossier bij het Vlaams Landbouw Investeringsfonds hebben ingediend voor het verkrijgen van investeringssteun;

Overwegende dat dit subsidiereglement bijgevolg als een hefboom kan fungeren voor de verduurzaming van de landbouwsector in de provincie Limburg;

Overwegende dat 49 % van de Limburgse landbouwbedrijven gelegen is in een Speciale Beschermingszone (SBZ) of binnen een perimeter van 750 meter hierrond;

Gelet op het feit dat de uitbaters van landbouwexploitatiezetels gelegen in een SBZ of in de bovenvermelde perimeter krachtens het besluit van de Vlaamse Regering inzake het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu d.d. 21 oktober 1997, verplicht zijn om bij de aanvraag van een nieuwe of bijkomende stedenbouwkundige of milieuvergunning een passende beoordeling op te stellen;

Overwegende dat het opstellen van deze passende beoordeling een bijkomende administratieve last veroorzaakt die de normale economische bedrijfsvoering bemoeilijkt en dat de kosten voor het opstellen van de passende beoordeling volledig ten laste van de aanvrager zijn;

Overwegende dat uitbaters van landbouwexploitatiezetels die niet gelegen zijn in of vlakbij een SBZ of binnen de bovenvermelde perimeter geen passende beoordeling moeten opstellen;

Gelet op het besluit van de provincieraad d.d. 22 januari 2014 houdende de vaststelling van het provinciaal reglement betreffende de subsidiëring van ruraal management;

Overwegende de uitvoering van een evaluatie na de eerste referentieperiode, waaruit blijkt dat enkele inhoudelijke wijzigingen wenselijk zijn;

Gelet op de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige subsidies;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 24 oktober 2012 betreffende de controle op de toekenning en de aanwending van subsidies en de normen voor reservevorming;

Gelet op de budgetsleutel 649020/2/0530/2LA0801n “Werkingssubsidies aan verenigingen,
instellingen en openbare besturen/Land-, tuin en bosbouw/Versterking van ruraal management en ondernemerschap/Versterking van ruraal management en ondernemerschap” van het provinciebudget;

Gelet op artikel 42 van het provinciedecreet;

Besluit

I Voorwerp van het subsidiereglement

Artikel 1: doel en doelgroep

Binnen de perken van het jaarlijks vastgestelde budget kan de deputatie een subsidie verlenen aan bedrijfsadviesdiensten die land- en tuinbouwers adviseren bij:

  • het opstellen van een bedrijfsplan met een risicoanalyse van de huidige bedrijfsvoering
  • het opstellen van advies over het meest passend juridisch statuut van een landbouwbedrijf
  • het opstellen van advies aan privépersonen met de ambitie een landbouwbedrijf te starten of (deels) over te nemen
  • het opstellen van een passende beoordeling.

Artikel 2: verklaring termen of begrippen

Speciale Beschermingszone (SBZ): een gebied dat door een EU-lidstaat (o.a. België) werd aangewezen voor bepaalde habitats en/of soorten ter uitvoering van de Vogel- of de Habitatrichtlijn.

Referentieperiode: de periode van 1 augustus van het werkjaar voorafgaand aan het jaar van de aanvraag tot en met 31 juli van het jaar van de aanvraag.

Land- of tuinbouwer: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een agrarisch bedrijf uitbaat waarvan de bedrijfszetel gevestigd is op het grondgebied van de provincie Belgisch-Limburg.

Bedrijfsplan: een realistische weergave van hoe een welbepaald landbouwbedrijf door middel van een optimale organisatie van middelen en personeel, een maximaal rendement kan verwezenlijken, rekening houdend met beperkingen eigen aan het bedrijf en sectorspecifieke belangen en restricties.

Risicoanalyse: rapport dat een weergave is van de waarschijnlijkheid en de eventuele gevolgen van de verschillende scenario’s bij het al dan niet nemen van een beslissing tot investering met betrekking tot de werking, rendabiliteit en solvabiliteit van het bedrijf.

Prestarter: landbouwer in spe die de ambitie, kwalificaties en middelen heeft om op korte of middellange termijn een agrarisch bedrijf (al dan niet gefaseerd) over te nemen of op te richten.II Voorwaarden voor subsidietoekenning

Artikel 3: voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet de aanvrager voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • erkend zijn als bedrijfsadviesdienst in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 17 november 2006 tot instelling van een bedrijfsadviessysteem voor land- en tuinbouwers
  • voldoen aan de bepalingen van het ministerieel besluit d.d. 16 november 2007 betreffende de instelling van de adviesmodules en de bepaling van de adviesinhoud in het kader van het bedrijfsadviessysteem
  • voldoen aan alle verplichtingen die voortvloeien uit eerdere toekenningen van gelijkaardige of andere subsidies van de provincie Limburg
  • in het lopende jaar nog niet eerder een subsidie hebben verkregen in het kader van dit reglement.

Artikel 4: voorwaarden waaraan de werking inhoudelijk moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet de werking van de aanvrager inhoudelijk aan een of meer van de volgende voorwaarden voldoen:

  • een korting verlenen – berekend volgens de bepalingen van ondervermeld artikel 13 – aan land- of tuinbouwers voor het opstellen van een bedrijfsplan met risicoanalyse, op te stellen op basis van de bedrijfseconomische boekhouding en/of technische kengetallen waarin d.m.v. het simuleren van scenario’s met verschillende veranderende omstandigheden de landbouwer een duidelijk totaalbeeld krijgt van de gevolgen van een mogelijke investering op de financiële situatie, bedrijfsrisico’s en positie in de sector. De veranderende omstandigheden kunnen zowel sectoroverstijgend zijn (bv. het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en de mestwetgeving) als sectorspecifieke zaken (bv. de volatiele melk- en voerprijzen, …)
  • een korting verlenen aan land- of tuinbouwers bij adviesverlening over welk juridisch statuut voor een welbepaald landbouwbedrijf zowel op korte als lange termijn het meest passend is voor de bedrijfsvoering, rekening houdend met de specifieke sociale, economisch en ruimtelijke aspecten van het bedrijf
  • een korting verlenen voor adviesverstrekking aan Limburgse (B) prestarters met de ambitie om een nieuw agrarisch bedrijf op te richten of een bestaand agrarisch bedrijf (al dan niet gefaseerd) over te nemen
  • een korting verlenen aan land- of tuinbouwers die gelegen zijn in een SBZ of in de perimeter van 750 m errond voor het opstellen van een passende beoordeling bij een bedrijf dat omwille van zijn ligging geconfronteerd wordt met een bijkomende last bij het opstellen van een vergunningsaanvraag
  • daarnaast moeten de kortingen verleend zijn tijdens de referentieperiode zoals bedoeld in artikel 2 van dit reglement.

Artikel 5: voorwaarden waaraan de werking financieel moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet de werking aan de volgende voorwaarden financieel voldoen:

  • indien er een overlapping zou zijn met eventuele Vlaamse of federale ondersteuningsmaatregelen moeten eerst deze maximaal uitgeput worden
  • de subsidiëring van de verstrekte adviesverlening mag nooit meer dan 100 % bedragen.
     

III Indiening van de subsidieaanvraag

Artikel 6: de termijn, wijze en het adres van de indiening van de aanvraag

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie kan op de volgende wijze gebeuren:

  • per post
  • afgeven tegen ontvangstbewijs
  • elektronisch.

Meteen na het indienen wordt de ontvangst van de aanvraag bevestigd en worden het verdere verloop en eventuele bijkomende instructies meegedeeld aan de aanvrager.

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie moet uiterlijk 31 augustus van het lopende jaar ingediend worden.

Aanvragers moeten een gebundelde aanvraag indienen die tijdens de referentieperiode verleende kortingen i.h.k.v. dit reglement omvatten.

De aanvraag moet ingediend worden op volgend adres:
Dienst Landbouw en Platteland
Directie Ruimte
provincie Limburg
Universiteitslaan 1
3500 HASSELT
Tel. 011 23 74 47
E-mail landbouwenplatteland@limburg.be

Artikel 7: documenten in te dienen bij de aanvraag

Voor iedere aanvraag moeten de volgende documenten in 1 exemplaar ingediend worden:

  • een volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend aanvraagformulier
  • het bewijs van erkenning als bedrijfsadviesdienst
  • een lijst van de landbouwers en prestarters die korting op hun factuur hebben ontvangen  i.h.k.v. dit reglement
  • een Modelformulier type 1 voor verenigingen die een kasboekhouding voeren (laatst goedgekeurd rekeningjaar) of een Modelformulier type 2 voor verenigingen die een boekhouding voeren op basis van vorderingen en schulden (laatst goedgekeurd rekeningjaar) of een jaarrekening opgesteld overeenkomstig het KB van 26 juni 2003 betreffende de vereenvoudigde boekhouding van kleine vzw’s
  • de balans en resultatenrekening van het laatste goedgekeurde rekeningjaar voor verenigingen die een dubbele boekhouding voeren of indien het gevraagde subsidiebedrag hoger is dan 24 789,35 euro
  • een begroting van ontvangsten en uitgaven van het lopende jaar
  • een kopie van een factuur waaruit blijkt dat bij de facturatie vermeld werd dat de provincie Limburg een subsidiebedrag verleent en dat deze subsidie in mindering is gebracht bij de facturatie. Van elke categorie waarbinnen de bedrijfsadviesdienst korting verleent, moet een factuur worden bijgevoegd in het aanvraagdossier.

Het aanvraagformulier en de modellen van de bij te voegen documenten kunnen op het adres vermeld in bovenvermeld artikel opgevraagd worden of kunnen van de bovenvermelde website worden gehaald.

IV Toetsing van de subsidieaanvraag

Artikel 8: toetsing op volledigheid

De aanvraag wordt onderzocht op volledigheid binnen een termijn van 30 kalenderdagen, te rekenen vanaf de postdatum of bij onleesbaarheid de datum van ontvangst van de aanvraag bij het bestuur.

De aanvrager die een onvolledige aanvraag indient, krijgt schriftelijk de vraag om de ontbrekende documenten alsnog in te dienen binnen de meegedeelde termijn. Een aanvraag die niet vervolledigd wordt binnen deze termijn komt in dat jaar niet meer in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit reglement.
Hiervan wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 9: toetsing op tijdigheid

Aanvragen die buiten de termijn vermeld in artikel 6 werden ingediend, komen in dat jaar niet meer in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit reglement.
De postdatum of bij onleesbaarheid de datum van ontvangst bij het bestuur geldt als datum voor de toetsing.
De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 10: toetsing aan de voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen en aan de voorwaarden waaraan de erking inhoudelijk en financieel moet voldoen.

De aanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden vermeld in artikel 3, 4 en 5 van het reglement.

Artikel 11: toetsing op krediet

Indien de kredieten die in het budget voor dit reglement zijn ingeschreven, uitgeput zijn, komt de aanvraag voor het lopende budgetjaar niet meer in aanmerking voor toekenning. In voorkomend geval wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de postdatum of bij onleesbaarheid de datum van ontvangst van de aanvraag en komen de aanvragen chronologisch in aanmerking.

De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

De aanvrager zal ook worden gevraagd of hij zijn aanvraag wenst te behouden voor het volgende budgetjaar.

Artikel 12: besluitvorming over de subsidieaanvraag

De deputatie beslist binnen een termijn van 90 kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag of in voorkomend geval vanaf de datum van ontvangst van de ontbrekende stukken, of de aanvraag al of niet in aanmerking komt voor een subsidie en bij een toekenning van de subsidie welk subsidiebedrag wordt toegekend.

De aanvrager zal schriftelijk in kennis gesteld worden van de beslissing.

V Berekening van het subsidiebedrag

Artikel 13: bepaling van het subsidiebedrag

Het subsidiebedrag wordt als volgt bepaald:

  • 350 euro per aangesloten land- of tuinbouwbedrijf waarvoor door de bedrijfsadviesdienst een bedrijfsplan met risicoanalyse van de huidige bedrijfsvoering wordt opgesteld
  • 200 euro per land- of tuinbouwbedrijf waarvoor door de bedrijfsadviesdienst een advies over het meest passend juridisch statuut van een landbouwbedrijf wordt opgesteld
  • 50 % van de kosten met een maximum van 250 euro per prestarter die voor de start of (gedeeltelijke) overname van een agrarisch bedrijf geadviseerd wordt door de bedrijfsadviesdienst
  • 150 euro per aangesloten land- of tuinbouwbedrijf waarvoor door de bedrijfsadviesdienst een passende beoordeling wordt opgesteld in het kader van een Speciale Beschermingszone.

VI Betaling van het subsidiebedrag

Artikel 14: wijze van betaling

Het toegekende subsidiebedrag wordt in één schijf bij de toekenning betaald.

VII Verplichtingen na de toekenning van een subsidie

Artikel 15: verplichtingen na de toekenning

Indien in het kader van dit reglement aan de aanvrager een subsidie wordt toegekend verbindt deze zich ertoe de toegekende subsidie aan te wenden voor het doel waarvoor zij werd toegekend.

VIII Controle en sancties

Artikel 16: controle op de aanwending van de toegekende subsidie

De provincie heeft steeds het recht toezicht en controle uit te oefenen bij de begunstigde van de subsidie die hem in het kader van dit reglement werd toegekend. De begunstigde verbindt er zich toe de nodige inlichtingen te verstrekken en de controle van de provincie Limburg te aanvaarden.

Artikel 17: sancties

Indien de begunstigde één of meer verplichtingen voortvloeiend uit dit reglement niet nakomt kan de provincie het reeds betaalde subsidiebedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen, of in voorkomend geval beslissen tot het niet-betalen of het gedeeltelijk niet-betalen van de toegekende subsidie. Verder kan voor een periode vastgesteld door de deputatie de begunstigde uitgesloten worden om in de toekomst in aanmerking te komen voor subsidies van de provincie Limburg.

IX Slotbepalingen

Artikel 18: informatieverstrekking

Aan de provincieraad wordt jaarlijks verslag uitgebracht van alle via dit reglement verstrekte subsidies.

Artikel 19: inwerkingtreding en geldigheidsduur

Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2015 en is geldig tot en met 31 december 2020.

Artikel 20: interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden

Alle interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden betreffende de toepassing van dit reglement worden behandeld door de deputatie.

Hasselt d.d. 2014-12-17

De provinciegriffier,
Renata Camps

De voorzitter,
Gilbert Van Baelen