De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder
  • Start
  • 2013-01-16 Het verdriet van Limburg (De Morgen)

Het verdriet van Limburg

woensdag, 16 januari 2013

Minister Ingrid Lieten: "Provincie heeft meer problemen dan Ford alleen."

"De problemen in Limburg zijn groter dan Ford alleen." Dat zei minister Ingrid Lieten (sp.a) na afloop van een vergadering met Limburgexperts. Oude industrie, een spoor dat stopt in Genk en bruggen die te laag zijn: Limburg kan de rest van Vlaanderen maar niet inhalen.

Fietspaden (de beste van het land), hoevetoerisme, appels, peren, stroop en jenever. Gezellig, gemoedelijk, gastronomisch. Dat is het beeld dat de rest van Vlaanderen van Limburg heeft. Het zijn de troeven die de manco's maskeren. De lijst van wat Limburg niet heeft, is lang. Grote steden, grote bedrijven, grote verkeersaders, het is er nauwelijks. Geen luchthaven. Zelfs een trein is er niet echt - verder dan Genk brengt de NMBS je niet. De Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM) heeft destijds na de sluiting van de mijnen en nadat alle interne ruzies uitgeklaard waren, miljoenen in de provincie gepompt. Alleen ging een groot deel van dat geld naar shoppingcentra en recreatiedomeinen. Goed voor het imago, maar weinig relevant als het aankomt op het creëren van arbeidsplaatsen. Er werd weliswaar ook geïnvesteerd in hightech en/of groene bedrijfjes. Die zijn er inmiddels, maar vaak zijn het nog niet meer dan dat: bedrijfjes. Hier en daar zit er een grotere klepper tussen, maar op een bedrijf dat echt op massale schaal personeel te werk kan stellen, blijft het wachten.

Meer geboortes

"Limburg heeft geen haven, geen luchthaven en geen grote administratieve centra", vat econoom Erik Buyst (KU Leuven) het samen. "Er zit een structurele zwakte in de regio. En dat is een probleem. Niet het minst omdat de provincie extra veel nood heeft aan tewerkstelling. Jarenlang waren er in Limburg meer geboortes dan elders. Dat is inmiddels gestabiliseerd, maar die baby's van toen zijn nu wel op zoek naar werk. "Werk dat ze in Limburg maar moeilijk vinden. En dat is niet alleen de schuld van Ford, dat is de schuld van keuzes uit het verleden. Tot die conclusie komt nu ook Vlaams minister Ingrid Lieten (sp.a).

Kort nadat Ford de sluiting van de fabriek in Genk had aangekondigd, besloot de Vlaamse regering om een Expertengroep samen te stellen die zich zou buigen over een toekomstplan voor de hele provincie. Het team, onder leiding van KUL-econoom Herman Daems, stelde gisteren zijn rapport voor aan de regering. En hoewel de inhoud nog tot 1 februari geheim blijft, was de Limburgse Lieten niet positief na afloop: "Als we kijken naar de groei en de jobcreatie die we nodig hebben, dan is dat probleem niet alleen gecreëerd door Ford. Ook in andere delen van de provincie moeten we nog een tandje bijsteken." "Ford is een negatieve hefboom voor alles wat er al mis was", aldus Lieten. "De zwakke punten worden nu versterkt. Er blijft een scholingsachterstand, ondanks alle inspanningen is de jeugdwerkloosheid in de oude mijngemeenten nog steeds erg hoog én de kmo's moeten groeien. Er moet meer geëxporteerd worden en meer worden ingezet op innovatie. "Want de bedrijven die er zijn, zijn niet toekomstgericht."

"Een te groot deel van de arbeidsplekken zit nog in de klassieke sectoren", meent ook gouverneur Herman Reynders (sp.a). "Wij hebben in Limburg een aantal buitenlandse bedrijven die puur productiegericht zijn. Er wordt geïnvesteerd in nieuwe sectoren, maar het is niet voldoende. Hoe dat komt? Tja, wij zijn geen provincie van ondernemers, zoals andere dat wel zijn. Het groeit, maar het is nog niet voldoende. Wij hebben decennialang op landbouw en mijnen kunnen teren. Ondernemen moest niet echt. Dat wreekt zich nu: de families met het grote kapitaal zitten niet in Limburg. "En ze zullen ook niet snel komen. Eén van de belangrijkste problemen van de provincie is immers de ontsluiting: de weg tussen Eindhoven en Hasselt is een ramp, de E40 negeert Zuid-Limburg volledig, de IJzeren Rijn blijft een droom, en zelfs de bruggen over het Albertkanaal zijn te laag.

"Als die bruggen iets hoger zouden zijn, zouden schepen een container hoger kunnen stapelen", legt Jeroen Bloemen van VOKA Limburg uit. "Dat zou een belangrijke troef zijn. Voor al die projecten zijn er dossiers ingediend, maar niks vlot zoals het moet. Je kunt in Vlaanderen geen meter beton meer leggen zonder dat er her en der klachten ingediend worden. Daardoor zie je nu dat er zich net onder de taalgrens, in het Luikse, verschillende bedrijven vestigen die evengoed naar Zuid-Limburg hadden kunnen komen. Maar in Sint-Truiden zullen ze zich niet snel vestigen, want je moet er een stuk voor omrijden. Idem met Lummen: ze doen daar fantastische dingen met hun industrieterrein. Maar wie geraakt er?"

Lieten haalde het al aan: scholing is een knelpunt. Limburg was lang een provincie zonder universiteit. Toen die er kwam, was er de eerste jaren slechts een beperkt aanbod. Ook nu nog is het curriculum niet volledig, al is de komst van een rechtenfaculteit een belangrijke troef. Dat hele proces laat zijn sporen na. Limburgers stromen minder vaak door naar het hoger onderwijs (54 procent versus een Vlaams gemiddelde van 59 procent) en als ze voortstuderen, dan is dat niet zelden buiten de provincie. Bovendien blijven ze ook vaak weg eenmaal ze aan de slag zijn. Een paar jaar geleden bedroeg de braindrain van Limburgse hogeropgeleiden 25 procent.

Desnoods uit China

Dat ze wegtrekken, is logisch. Waar moeten ze als hoogopgeleide werken? "Er zijn sectoren waarin je amper aan de slag kunt in Limburg", moet ook Reynders toegeven. "Zeker als je wilt doorgroeien." Dat is geen alleenrecht van Limburg. "Als je buiten de ruit Gent-Antwerpen-Leuven-Brussel valt, heb je in Vlaanderen een probleem", zegt ook Buyst. "Zeker wat arbeidsplaatsen betreft. In Nederland heeft de overheid dat deels proberen op te vangen door de administratie te decentraliseren. Dat zou ook voor Limburg een hulp zijn. "Al blijft dan het probleem van de laaggeschoolden, de groep die door het vertrek van Ford het meest getroffen zal worden. Vooral in het uiterste oosten zullen de klappen vallen. Het zuiden heeft de fruitteelt en het toerisme en het noorden is redelijk welvarend", analyseert Bloemen. "In het westen, rond Lummen, is de industriegrond zelfs op, maar vooral in het oosten gaat het minder. Het was al erg en na Ford zal het daar alleen maar erger worden. Veel van de Fordwerknemers wonen aan de Maaskant. Er zijn daar industriegebieden, maar er zullen nieuwe bedrijven moeten komen. Dat moet. Vanuit Vlaanderen of de buurlanden, voor mijn part vanuit China."

© De Persgroep Publishing

  • Start
  • 2013-01-16 Het verdriet van Limburg (De Morgen)