De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder
  • Start
  • Toespraak gouverneur Reynders
Gouverneur Reynders

Toespraak gouverneur Reynders

woensdag, 09 januari 2013

Graag wil ik, namens de deputatie en het provinciebestuur, u allen en iedereen die u dierbaar is, een gelukkig en vooral gezond nieuw jaar toewensen.
De Maya’s hadden immers ongelijk. We zijn er nog.
Tijd voor een nieuw begin zou je zo kunnen stellen. Maar of wij goed bezig zijn is natuurlijk nog een andere vraag.

2012 was voor onze provincie een jaar met mooie hoogtepunten. Maar evenzeer kende onze provincie enkele tragische en pijnlijke momenten die ons nog lang gaan bijblijven.

Wij mochten terecht trots zijn op de puike organisatie van het internationaal kunst - evenement Manifesta; trots ook op de Oscarnominatie van Michael Roskams film "Rundskop" en het feit dat men in Hollywood toch voor enkele weken plat Sint-Truidens kon horen op en naast de rode loper; trots ook op de kleding van onze Olympische atleten, zij haalden dan wel niet de medailles met het gros binnen, zij waren alvast wel de mooist uitgedoste delegatie; trots toch ook op de 4de plaats van Alkenaar Hans van Alphen en op de Limburgse medailles behaald op de Paralympics.

Onze provincie werd echter in diepe rouw geslagen in februari bij het dramatische busongeval in het Zwitserse Sièrre waarbij kinderen uit een school in Lommel betrokken waren. Het past hier vandaag zeker even stil te staan en in gedachten bij de ouders, familie en vriendjes te zijn van de slachtoffers en bij uitbreiding bij iedereen die iemand dierbaars verloren heeft in 2012.

Het nieuws van de sluiting van de Ford fabrieken in Genk was een tweede grote schokgolf die door Limburg ging. Een verlies van meer dan 11.000 jobs waarvan 8.000 bij Ford en de toeleveranciers en meer dan 3.000 bij andere bedrijven. Een werkloosheidsgraad die stijgt met 30 % van 6,8 % naar 8,8 % van de beroepsbevolking. En een daling van de productiviteitsgroei met 10,9 % en een welvaartsverlies van 640 miljoen euro in Limburg en 875 miljoen euro in Vlaanderen.
“We zijn zwaar aangeslagen, maar wij zijn niet dood” was toen mijn eerste publieke reactie.

En laat deze uitspraak voor Limburg de start zijn van een nieuw begin.

2013 wordt immers het jaar van de waarheid!

Het jaar van de waarheid voor Limburg enerzijds en voor het Limburgs provinciebestuur anderzijds.

Een jaar waarin wij in Limburg zullen moeten bewijzen dat wij samen, ieder vanuit zijn verantwoordelijkheid en alle krachten verenigd , het Ford-drama kunnen bedwingen en versneld ons economisch weefsel vernieuwen, duurzame jobs kunnen creëren en zo de welvaart en welzijn behouden voor onze inwoners.

Een jaar ook waar het provinciebestuur zal moeten bewijzen dat wij een betekenisvolle nieuwe positie kunnen innemen in het bestuurlijke landschap in Vlaanderen, tussen het Vlaamse niveau en de steden en gemeenten. En dat wij gefocust de juiste strategische doelstellingen zullen kiezen om zo samen met de lokale besturen en middenveldpartners een daadkrachtig beleid voor de ontwikkeling van onze regio uit te tekenen.

En dames en heren, wij zijn, wat dat betreft, alvast goed gestart.
Vanop de eerste rij ben ik getuige geweest van een eendrachtige en eensgezinde installatievergadering van de nieuwe provincieraad en deputatie waarbij ook de oppositie haar constructieve hand reikte. Tijdens de eerste deputatievergaderingen heeft het mij verheugd dat de oproep tot reflectie - nog versterkt door de interne staatshervorming - ernstig werd genomen. Zowel het durven kritische evalueren van onze werking als het bewust zijn van de nieuwe rol die de provincie moet gaan opnemen beheersen vandaag ook daadwerkelijk de deputatieagenda. Dank en complimenten hiervoor aan de nieuwe ploeg en aan het managementteam.

Niettemin, als ik terugkijk naar mijn toespraak hier een jaar geleden en herneem welke uitdagingen en realisaties toen belangrijk waren voor de uitbouw van onze regio dan voel ik toch wel enige scepsis.
Ik wil niet meteen opnieuw ieders verantwoordelijkheden duiden. En een opsomming geven van alle uitdagingen. Maar sta mij toe om nogmaals het belang van eensgezindheid en samenwerking te onderlijnen.

Zeker vandaag is samenwerking, ook over de partijgrenzen heen, altijd de kracht van Limburg geweest. Steeds stonden daarbij de Limburgse belangen op de eerste plaats. Deze intense samenwerking heeft Limburg en de Limburgers de welvaart gebracht die wij vandaag kennen.

Dames en heren, onze provincie heeft vandaag meer dan ooit nood aan eendrachtigheid.
De volgende vraag stellen is dan ook legitiem.
Zal Limburg “on top” van de sociaal-economische agenda geraken? Heeft men de wil om belangrijke kredieten vrij te maken richting onze provincie? Zal het Vlaamse/ federale investeringsklimaat voldoende meststof houden om de Limburgse kiemen te laten groeien? Vlaanderen toont vandaag alvast met de druk die ze voert op de Europese instellingen, met de aanstelling van de “Expertengroep” voor de opmaak van een Strategisch Actieplan Limburg Kwadraat en met de Taskforce Limburg dat ze met onze provincie vooruit wil. Ik hoop dan ook dat straks wanneer Limburg effectief beroep zal doen op de Vlaamse en federale solidariteit deze even daadkrachtig beantwoord wordt en dat men het Limburg gunt om haar - verdiende - positie terug in te nemen.

Als ik daarentegen de investeringsplannen van de NMBS neem en vaststel dat de snelle verbinding vanuit onze provincie naar Brussel weer met 2 jaar wordt uitgesteld, dan ben ik eerder negatief gestemd.
En kan ik ergens wel begrip voelen voor die mensen die zich dagelijks met de mobiliteit inlaten dat zij - moedeloos - de vraag hardop durven stellen of wij in Limburg niet beter af zouden zijn met een Vlaamse spoorwegmaatschappij in plaats van met een Belgische maatschappij die hier de voorbije 50 jaar toch alleen maar afgebouwd heeft en, zo blijkt, bijna halsstarrig weigert om in Limburg te investeren.

Als ik de toename zie van sommige veiligheidsproblemen in bijzonder de inbrakenplaag en het gebrek aan resultaat bij de aanpak ervan dan ben ik bevreesd.
Neem nu de inbraken, die toch wel een reële bedreiging vormt voor het welbevinden in onze provincie. Inbraakcijfers voor onze provincie: van 2.698 feiten in 2010 naar 3.198 feiten in 2011. Dit Is een stijging met 20 %. En de tendens voor 2012 is opnieuw stijgend. Dat zijn dames en heren, bijna 9 inbraken per dag.

Ik doe een oproep in eerste plaats aan alle veiligheidsdiensten om niet één maar tien tandjes bij te steken. Ook aan de Limburgers zelf wil ik vragen alle mogelijke preventieve maatregelen te nemen die nodig zijn. Het doel moet zijn om binnen twee jaar deze inbraakcijfers minstens te kunnen halveren. Zelf heb ik het initiatief genomen om de nodige middelen te verzamelen om aan de verschillende op- en afritten van de autostrades binnen onze provincie camera’s te laten plaatsen. Ik hoop dat alle procedures en vergunningen hiervoor snel worden afgeleverd. Wat kan ik nog meer doen? Ik durf toch moeilijk aan provinciecommandant Johan Steyaert vragen om het leger in te zetten?

Als ik zie dat de armoede, ondanks alle fragmentaire en goed bedoelde inspanningen ten spijt, toch nog steeds verder uitdijt en meer en meer groepen in onze samenleving besmet dan ben ik verontrust.
Verontrust omdat er eigenlijk niet veel nodig is om van een relatief rustig leven in de bestaansonzekerheid te geraken. Wie even niet mee kan, ziek wordt, alleen komt te staan door een scheiding, dreigt in de problemen te komen. Eénoudergezinnen, mensen met een andere etnisch-culturele afkomst, ouderen, mensen met schulden of slachtoffers van een faillissement hebben het vandaag moeilijk. Weet bovendien dat één derde van de mensen in armoede werk heeft, alleen brengt dat werk niet steeds voldoende inkomen op om én de huishuur, de gas en elektriciteitsrekening, de studiekosten van de kinderen, … te betalen. Onze methodes werken niet, zijn korte termijn gerelateerd en veranderen weinig zo niet niets fundamenteel. Een structurele aanpak dringt zich op anders dreigt ook hier een sociale ontwrichting, een duale samenleving die een zware impact zal hebben op ons aller manier van leven en samenleven. Armoedebestrijding is niet langer een individueel probleem van bepaalde doelgroepen dat opgelost wordt door “activering” maar is een sociaal maatschappelijke kwestie die iedereen aanbelangt! Vraag dat maar al eens aan de Grieken en de Spanjaarden.

Als ik de jonge mensen vandaag beluister en zie hoe zij tegen het leven aankijken dan ben voel ik mij aangesproken. Nog niet zo lang geleden verscheen er een korte artikelenreeks waarin jonge Limburgers die weggetrokken zijn uit onze provincie geïnterviewd werden.

Joachim 24 jaar uit Genk. Sabrina 21 uit Hasselt en Sander 25 uit Maaseik. Hen werd gevraagd hoe zij Limburg zien. Volgende uitspraken kunnen tellen: “Ik hou van mijn provincie, ben er zelfs trots op maar ik zou er mijn ambities niet kunnen waarmaken.”, “In mijn gemeente is niets te beleven, het ligt geïsoleerd, er ligt geen snelweg noch goeie treinverbindingen.”, “Ik kies om te leven in een stad, ik woon nu dichtbij Brussel en Mechelen.” , “Veel van mijn vrienden van de unief zijn weggetrokken uit Limburg.”, “De meeste van mijn vrienden die in Limburg gebleven zijn laaggeschoold en vruchteloos op zoek naar werk. Mijn vrienden zijn ontgoocheld, maar vooral gelaten.”

De manier waarop vandaag jonge mensen naar hun leefomgeving kijken en invulling geven aan hun toekomst is anders dan vroeger. Wij mogen dit allerminst onderschatten en zullen daar terdege rekening mee moeten houden. Daarvoor zullen wij de zaken intelligenter moeten aanpakken, zullen wij nieuwe bedrijfsvormen moeten introduceren die beantwoorden aan wat jonge mensen vandaag verwachten. Inzetten op slimme economische groei, op de creatieve industrie, op kwaliteit van de infrastructuur, op kwaliteit van de inrichting van onze publieke ruimte, op de kwaliteit van onze arbeidsorganisatie. Maar evenzo door het leggen van goede verbindingen zowel intern tussen de verschillende centra, als extern, met andere stedelijke knooppunten. En dit telkens vanuit de ambitie tot complementariteit en samenwerking in plaats van concurrentie.

Ondanks dit alles blijf ik hoopvol.
En met vertrouwen de toekomst, onze toekomst, tegemoet kijken.
Wij kunnen zelf ons verhaal schrijven. Wij zijn eigenlijk al een hele periode zelf bezig om ons eigen verhaal te schrijven. Nieuwe tijden vragen immers andere gedachten en inzichten!

Geruime tijd geleden al, met het invullen en uitvoeren van de Europese projecten, de Limburgovereenkomst en de LSM engagementen, hebben wij in Limburg over een periode van ongeveer 15 jaar meer dan 1,4 miljard euro geïnvesteerd en dito keuzes gemaakt op speerpunten waarop wij meenden het verschil te kunnen maken.
De weg die wij toen kozen is ingeslagen, de keuzes zijn gemaakt, wij moeten nu enkel nog vooruit!

Samen met LRM, LSM, de UHasselt en andere actoren en gesteund door de sociale partners werd geïnvesteerd in kennisintensieve sectoren als Clean Tech, Life Sciences en ICT. Maar evenzo in de slimme logistiek, in de zorgeconomie en in ons groene - toeristisch sterk - imago, met de natuurrijkdom en de klimaatneutraliteit als solide dragers.
Geïnvesteerd in de toekomst dus!
In zowel infrastructuur als in onderzoeksexpertise. En telkens in de overtuiging dat al deze groeisectoren voldoende potentieel in zich dragen om morgen onze provincie te kunnen stutten. De resultaten moeten straks zichtbaar worden.

Daarnaast blijf ik pleitbezorger om te groeien naar een stad (’s regio) Limburg. Ook die idee geeft mij hoop. Een netwerkstad als het ware die door haar schaal en invloed een algeheel en pragmatisch antwoord geeft op de behoeften van de volgende generaties. De toekomst speelt zich immers af in de stad, dit wordt vandaag wereldwijd aangetoond. Anno 2013 woont meer dan de helft van de wereldbevolking in een stad. Volgens de VN zal dit in 2050 liefst 70 % zijn. Natuurlijk lijkt deze vergelijking met Limburg op het eerste zicht wat eigenaardig, toch bewijst het dat als je je als stad gedraagt en organiseert je mogelijk heel wat aspecten van het moderne leven beheerst.
En laat dat nu net de uitdaging zijn waarvoor Vlaanderen en bij inbreiding Limburg voor staat. Hoe zullen wij wonen, hoe zullen wij ons verplaatsen, waar halen wij onze energie vandaan en ons voedsel. Hoe gaan wij om met onze publieke ruimte, hoe plannen wij onze ruimtelijke ordening? Denken wij nog langer in homogene bestemmingen op het gewestplan? Of zit er meer kracht in de gemengde vormen en dus in sociale integratie.

Denken in stedelijkheid kan nuttige antwoorden geven op essentiële vragen van morgen én kan ons daardoor een geweldige voorsprong geven op andere regio’s. Laat ons daarover nadenken. Laat ons daarom slim plannen en investeren.
Laat ons daarom samenwerken. Burgemeesters die samen met elkaar en met de provincie verbonden zijn en nauw samenwerken maken een verschil en worden sterker. Dat klinkt misschien utopisch, maar veel grote steden in de wereld zijn al met elkaar verbonden. De netwerken wisselen ervaringen uit en werken samen. Hier kunnen wij een voorbeeld aan nemen.

In het Vlaanderen van morgen kan Limburg een belangrijke stadscel worden, een micronetwerk van urbane eco-efficiënte kernen, steunend op 21-eeuwse technologie en een modern en fijnmazig openbaar vervoer. Met een sterke cultuur - en zorgstructuur en voldoende open ruimtes en groene zones. Kernwoorden zijn nabijheid, internet en sociale integratie. En dat laatste kan zelfs met aandacht voor de biodiversiteit. De idee bijvoorbeeld van het aanleggen van een bloesemroute naar de stadskernen om zo opnieuw bijenpopulaties naar de stad te lokken is niet alleen een verhaal van biodiversiteit, het is ook een verhaal van overleven!

Ook hoopvol stemt mij de alternatieve vormen van financiering die vandaag opgang maken in tal van sectoren. Als voorbeeld staat Inclusie Invest: een coöperatieve vennootschap die aangepaste woningen bouwt voor mensen met een beperking. Zij hadden plannen en de vergunningen. Het enige wat ontbrak was kapitaal. En dat halen ze op in de maatschappij, bij de mensen, bij u en mij. Iedereen die dat wil - ook u - kan vennoot worden van Inclusie Invest. U tekent dan in op een aandeel van € 2.000. In ruil krijgt u een rendement van 1,5 % en een goed gevoel als bonus. In dit systeem liggen onvermoede mogelijkheden en ongebruikte hefbomen om tal van maatschappelijke belangrijke projecten in sociaal wonen, in de zorg enzovoort … te financieren. Laat ons deze mogelijkheden zeker verder exploreren.


Dames en heren
Om af te sluiten nog twee zaken die ik graag onder uw aandacht wil brengen.

Ik doe een oproep aan onze kennisinstellingen om de ambitie te hebben om verder te excelleren in de uitbouw en aantrekkelijkheid van ons (hoger) onderwijs en de doorstroming van studenten te waarborgen. Als wij gekend (beroemd/ berucht) waren om onze “hogeschool met de laptop” waarom kunnen wij dan morgen niet de “provincie zijn met de tablet!” Niet dat technologie in alles zaligmakend is, maar toch. Smartschool overal en altijd!

Ik doe tevens een oproep aan de federale wetgevers om een grensregiotoets in te voeren. Nog steeds zorgen nationale regels ervoor dat mensen die over de landsgrens heen willen werken of ondernemen in Kafkaïaanse toestanden verzeilen, het werken of ondernemen wordt daardoor onnoemelijk bemoeilijkt en duur gemaakt. Het zou goed zijn - zeker voor onze grensgemeentes - dat zulk een grensregiotoets er zou komen.

Dames en heren ik besluit.

Limburg is nodig. Ook en zeker morgen nog. Limburg is nog steeds een sterk merk! Vandaag, morgen en ook nog na de sluiting van Ford.
Wij mogen de kracht van Limburg niet onderschatten. Samen zijn wij sterker dan wij denken. De kracht van onze verbondenheid is bovendien tastbaar aanwezig in onze Limburgse identiteit, in ons wij-allen-samen-gevoel (ook wel gemeenzaam het “Limburggevoel" genoemd) en bijvoorbeeld in de talrijke - meer dan 500 aanwezigen - op deze nieuwjaarsreceptie!

Dit is uniek en niet te onderschatten.

Denkt u dat er in andere provincies evenveel volk aanwezig is op de traditionele provinciale nieuwjaarsrecepties? Ik ben alvast overtuigd dat u niet hier bent voor de gratis drank? De verbondenheid en het feit er graag te willen bij zijn dat is het bindmiddel voor het succes van dit soort ontmoetingen, dat is het succes van Limburg.
Limburg is immers méér dan een administratieve eenheid, Limburg heeft een identiteit, heeft een ziel, heeft een verhaal. Het verhaal dat onder meer zijn oorsprong vindt in onze perifere ligging - en dat zonder ons apart te zetten - morgen ons de kracht kan geven om een voorname rol te spelen als open modern portaal van Vlaanderen naar het Europa van morgen. Het is louter een kwestie van wilskracht.
Ik toast samen met u op dit vastberaden Limburg.

Herman Reynders
gouverneur

9 januari 2013

  • Start
  • Toespraak gouverneur Reynders