De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder

Reglement betreffende de aanleg van fietsvoorzieningen buiten het fietsfonds

Besluit van 20 februari 2013
Gewijzigd: 21 september 2016

De provincieraad van Limburg

Gelet op volgende doelstellingen en actie van het provinciaal beleid 2012-2018:

  • strategische doelstelling 10.1 “Verhogen van de mobiliteit en infrastructurele veiligheid in Limburg en met een maximale verschuiving ten voordele van duurzame vervoermiddelen”
  • operationele doelstelling 2013110152 “De maximale inspanning leveren bij 10 Limburgse gemeenten om de aanleg van fietsvoorzieningen (fietspaden, fietsenstallingen) te realiseren”
  • actie 03 “De gemeenten en de scholen stimuleren om fietsenstallingen aan te leggen en om bestaande fietspaden te verbeteren langs het bovenlokale functionele fietsroutenetwerk”;

Gelet op het door de provincie uitgetekende bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk dat is goedgekeurd door de deputatie in zitting van 14 juni 2001;

Gelet op het Mobiliteitsdecreet van 10 februari 2012 houdende de wijziging van het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid en opheffing van het decreet van 20 april 2001 betreffende de mobiliteitsconvenants;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013 tot bepaling van de nadere regels betreffende de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking inzake het mobiliteitsbeleid;

Gelet het besluit van de provincieraad van 20 januari 2010 inzake het toekennen van provinciale subsidies voor de aanleg van fietsvoorzieningen “buiten het Fietsfonds”;

Gelet op de beslissing van 15 juni 2006 van de deputatie tot invoering van toegankelijkheidsprincipes in de provinciale reglementen betreffende investeringssubsidies;

Overwegende dat het subsidiereglement voor de aanleg van fietsvoorzieningen “binnen het Fietsfonds”, enkel betrekking heeft op omvangrijke projecten waarbij het aandeel van de fietspaden meer dan 50.000 euro incl. btw bedraagt en dit voor de aanleg van nieuwe nog ontbrekende fietspaden;

Overwegende dat het wenselijk is, omwille van de continuïteit van het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk (BFF), om ook kleinere projecten van minder dan 50.000 euro incl. btw, alsook projecten waarbij de kwaliteit van bestaande fietspaden  niet meer voldoet aan het Vademecum Fietsvoorzieningen, in aanmerking te laten komen voor provinciale subsidies;

Overwegende dat goede fietsparkeervoorzieningen essentieel zijn om een fietsvriendelijk beleid te kunnen voeren en om het fietsgebruik te kunnen promoten;

Overwegende dat er redenen toe bestaan om het besluit van de provincieraad d.d. 20 januari 2010 te herzien, nl. een aanpassing van de subsidieerbare kosten naar aanleiding van de herziening van het subsidiereglement binnen het Fietsfonds;

Gelet op artikel 421 8106 640/55 “Prov. subsidie voor de aanleg van fietsvoorzieningen buiten het fietsfonds” van het budget;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 20 maart 2002 inzake de controle op de toekenning en de aanwending van subsidies en de normen voor reservevorming en latere wijzigingen op dit besluit;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 20 maart 1996 betreffende de herkenbaarheid van het provinciebestuur in provinciale subsidiereglementen;

Gelet op artikel 42 van het provinciedecreet;

Besluit

I Voorwerp van het subsidiereglement

Artikel 1: doel en doelgroep

Binnen de perken van het jaarlijks vastgestelde budget kan de deputatie een subsidie verlenen aan de Limburgse gemeenten of scholen

  • voor de aankoop en het plaatsen van fietsenstallingen door scholen
  • voor de aanleg of verbetering van fietsvoorzieningen en fietsenstallingen door de gemeenten die niet binnen het fietsfonds gesubsidieerd worden.

Artikel 2: verklaring begrippen

  • Fietsenstalling : aanbindsystemen waarmee de fiets comfortabel en diefstalveilig kan gestald worden, eventueel inclusief een overkapping en een verharding
  • Fietsvoorziening: elk onderdeel van de weg waarop fietsers veilig en comfortabel kunnen fietsen, waaronder: aanliggend of vrijliggend fietspad, fietsweg, fietssuggestiestrook en fietsopstelstrook
  • Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk – BFF: netwerk van fietsvoorzieningen dat de bovenlokale attractiepolen verbindt met de bedoeling het functionele fietsverkeer (woon-werk; woon-school, woon-winkel) op een veilige en comfortabele manier te laten verlopen
  • Fietsfonds: subsidies voor de aanleg of verbetering van fietspaden op het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk op gemeentewegen waarbij het Vlaams Gewest en het provinciebestuur elk 40 % van de subsidiabele kosten subsidiëren.

II Voorwaarden voor subsidietoekenning

Artikel 3: voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet de aanvrager voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • de gemeente of school moet gelegen zijn in de provincie Limburg
  • de subsidieaanvrager moet voldoen aan alle verplichtingen die voortvloeien uit eerdere toekenningen van gelijkaardige of andere subsidies van de provincie Limburg.

Artikel 4: voorwaarden waaraan het investeringsproject inhoudelijk moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het investeringsproject aan de volgende voorwaarden inhoudelijk voldoen:

§ 1 Fietsenstalling

De gemeente kan een subsidie aanvragen voor de aankoop en het plaatsen van fietsenstallingen, op openbaar domein aan:

  • halten van openbaar vervoer: stations, bushalten, tramhalten
  • bovenlokale attractiepolen: regionale bedrijventerreinen, winkelstraten, recreatiedomeinen, ziekenhuizen, culturele centra, openbare gebouwen,...

De school kan een subsidie aanvragen voor de aankoop en het plaatsen van fietsenstallingen op het terrein van de school.

De fietsenstalling moet voldoen aan de technische specificaties zoals vermeld in de Stallingswijzer (uitgegeven door het Vast Secretariaat voor Preventiebeleid, verkrijgbaar op aanvraag bij de Dienst Mobiliteit van de provincie Limburg).

Komt in aanmerking voor subsidiëring:

  • de grondwerken
  • de verharding met de bijbehorende fundering
  • de levering en plaatsing van de fietsenrekken
  • de levering en de plaatsing van de overkapping met de bijbehorende verlichting
  • de voorzieningen voor waterafvoer
  • btw.

De provinciale subsidie kan beperkt worden tot bepaalde werken of onderdelen ervan. De personeelskosten voor het uitvoeren door eigen personeel van werken in eigen beheer, komen niet in aanmerking voor subsidies.

Het investeringsproject wordt getoetst aan de mate van toegankelijkheid voor personen met een beperking.

§ 2 Fietsvoorzieningen

De fietsvoorzieningen moeten voldoen aan de technische vereisten van het vademecum “Fietsvoorzieningen” van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

De gemeente kan een subsidie aanvragen voor de aanleg en/of verbetering van fietsvoorzieningen indien het traject deel uitmaakt van het BFF en gelegen is op een gemeenteweg.

Het project of het gedeelte van het project, waarvoor de aanvrager subsidies buiten het Fietsfonds aanvraagt, mag niet gecumuleerd worden met de subsidie binnen het Fietsfonds.

De subsidieerbare werken staan verplicht in een afzonderlijk hoofdstuk in de raming, offerte en eindafrekening.

De subsidieerbare kosten voor werken inherent aan de fietsinfrastructuur omvatten:

  • de voorbereidende werken, de opbraakwerken en de grondwerken aan de bermlichamen waarin de fietsinfrastructuur wordt aangelegd, in voorkomend geval met inbegrip van het bouwkundig verbeteren van de ondergrond, met uitsluiting van eventuele meerkosten verbonden aan een bodemsanering
  • de aanleg en de uitrusting van de fietsinfrastructuur: onderfundering, fundering, verharding en signalisatie
  • de afdekking van de strook tussen fietsinfrastructuur en de rijbaan, inclusief de verharding, de levering en de aanplanting van het groen en de levering en plaatsing van noodzakelijke scheidende veiligheidselementen in deze strook
  • de herstelling van de strook gelegen tussen het fietsinfrastructuur en de rooilijn, met uitzondering van bomen en struiken
  • de constructie van kantopsluitingen, de straatgoten en de waterslikkers in de straatgoten inbegrepen
  • voor zover het door de aanleg of de verbetering van de fietsinfrastructuur noodzakelijk is, het aanpassen, verplaatsen of nieuw aanleggen van een waterafvoersysteem voor hemelwater. Dat waterafvoersysteem kan bestaan uit: bermsloten (inbegrepen de duikers in de bermsloten), draineersleuven of RWA-rioolleidingen, met inbegrip van toebehoren. In het geval van een nieuw aan te leggen RWA-rioolleiding, die water afvoert van de fietsinfrastructuur en de rijbaan en/of de aangelanden, kan slechts het deel van de kosten, naar rata van het aandeel van het hemelwater dat van de fietsinfrastructuur afstroomt in aanmerking komen voor subsidie
  • het vernieuwen of het aanpassen van de DWA-riolering is niet subsidiabel, behalve het op de juiste hoogte brengen van de bovenbouw van bestaande inspectieputten in de verharding van de fietsinfrastructuur en het leveren en plaatsen van geschikte riooldeksels
  • het verlengen van dwarse duikers of onderbruggingen onder de fietsinfrastructuur
  • kunstwerken langs, over of onder wegen en onbevaarbare waterlopen die niet vallen onder het beheer van het Vlaamse gewest
  • beschermmiddelen zoals paaltjes en hekkens die dienen om oneigenlijk gebruik van het fietsinfrastructuur te voorkomen
  • het aanbrengen van de bovenlaag van de fietssuggestiestrook over een beperkte lengte en enkel als projectonderdeel van de aanleg van een volwaardig fietsinfrastructuur
  • werfsignalisatie en omleidingsignalisatie tijdens de uitvoering van de werken
  • het aanpassen van de kruispunten, ingevolge de inplanting van de fietsinfrastructuur, ter hoogte van uitmondende zijstraten; Dit betreft het herleggen van de verharding of het op hoogte brengen van de verharding ter hoogte van de kruispunten
  • de aanleg en het uitrusten, waar nodig, van gelijkvloerse fietsoversteekplaatsen
  • het voorzien van functionele verlichting van wegen voorbehouden voor fietsverkeer
  • btw.

De volgende werken en kosten komen uitdrukkelijk niet in aanmerking voor subsidies:

  • de honoraria, studiekosten en toezichtkosten
  • de proefkosten
  • de grondverwervingen
  • de verplaatsing van nutsleidingen
  • rioolleidingen, die gesubsidieerd worden door het gewest en/of andere instanties
  • de reinigingskosten of stortkosten van bodem als gevolg van eventuele verontreiniging van de aanwezige bodem
  • werkuren, ingeval de werken uitgevoerd worden met eigen personeel
  • onderhoudswerken
  • onderhoud van groenaanleg tijdens de waarborgtermijn
  • de aanleg van nieuwe stoepen en straatmeubilair
  • aanleg en inrichting van bushaltes.

III Indiening van de subsidieaanvraag

Artikel 5: de termijn, wijze en het adres van indiening van de aanvraag

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie kan op de volgende wijze gebeuren:

  • per post
  • afgeven tegen ontvangstbewijs
  • elektronisch.

Bijlagen die bij de aanvraag behoren en die niet elektronisch worden ingediend, mogen eveneens per mail of fax worden ingediend.

Bij een elektronische aanvraag geldt het mailbericht als ondertekening.

Om in aanmerking te komen voor een subsidie, moet een aanvraag (preadvies en definitieve aanvraag) ingediend worden op het volgende adres:

Dienst Mobiliteit
Directie Ruimte
provincie Limburg
Provinciehuis
Universiteitslaan 1
3500 Hasselt
Tel. 011 23 83 51
E-mail rik.schreurs@limburg.be
Website www.limburg.be/subsidies

Meteen na het indienen wordt de ontvangst van de aanvraag bevestigd en worden het verdere verloop en eventuele bijkomende instructies meegedeeld aan de aanvrager.

Artikel 6: voorafgaande adviezen

§ 1 Pré-advies
Voorafgaand aan het opstellen van het bestek en de offerteaanvraag of aanbesteding moet de aanvrager volgende documenten indienen op bovenvermeld adres:

  • een voorontwerp van de aan te leggen fietsvoorziening en/of fietsenstalling waarop aangeduid zijn:
    • de as-op-as afstand tussen de fietsen
    • de afmetingen voorbehouden voor de plaatsing van de fiets
    • de vrije ruimte achter de fiets
  • een raming van de kosten met een uitgesplitste  meetstaat voor de subsidieerbare werken.

Op basis van dit voorontwerp verleent de Dienst Mobiliteit een advies aan de aanvrager over de conformiteit met de Stallingwijzer en/of met het Vademecum Fietsvoorzieningen.

§ 2 Advies Private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter)
De aanvrager verbindt er zich toe een overeenkomst af te sluiten met de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter) waarin de afspraken opgenomen worden met betrekking tot de tijdstippen waarop de aanvrager een beroep zal doen op de begeleiding van de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter). Hiertoe reikt de provincie Limburg een modelovereenkomst aan waarin volgende fases omschreven worden:  
de uitnodiging tot de oriënteringsvergaderingen met de bouwheer en/of architect, opmaak van een adviesrapport op het voorontwerp met een bijbehorende bespreking, opmaak van het eindrapport met de bijbehorende bespreking en eindcontrole.

Artikel 7: documenten in te dienen bij de aanvraag

§ 1 Fietsenstalling

Voor iedere aanvraag moeten de volgende documenten in 1 exemplaar ingediend worden:

  • een liggingsplan waaruit blijkt waar de fietsenstalling zal geplaatst worden
  • een gedetailleerd plan van aanleg waarop volgende elementen worden weergegeven:
    • de as-op-as afstand tussen de fietsen
    • de afmetingen voorbehouden voor de plaatsing van de fiets
    • de vrije ruimte achter de fiets
  • illustratie van het soort aanbindsysteem dat gebruikt wordt voor de fietsenstalling
  • een detailplan van de eventuele overkapping
  • een kopie van de laagste of voordeligste regelmatige offerte
  • een volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend aanvraagformulier, indien de aanvrager een school is.

§ 2 Fietsvoorzieningen

Voor iedere aanvraag moeten de volgende documenten in 1 exemplaar ingediend worden:

  • het goedgekeurde bestek, het offerteformulier, de raming en de plannen
  • kopie van de laagste of voordeligste regelmatige offerte, het aanbestedingsverslag en het gunningsbesluit.

IV Toetsing van de subsidieaanvraag

Artikel 8: toetsing op volledigheid

De aanvraag wordt onderzocht op volledigheid binnen een termijn van 14 kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag bij het bestuur.

De aanvrager die een onvolledige aanvraag indient, krijgt schriftelijk de vraag om de ontbrekende documenten alsnog in te dienen. De aanvraag wordt niet verder behandeld, zolang de aanvraag niet vervolledigd is met de ontbrekende documenten.

Hiervan wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 9: toetsing op inhoud, aan de voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen en aan de voorwaarden waaraan het project financieel moet voldoen

De aanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden vermeld in het reglement.

Artikel 10: toetsing op krediet

Indien de kredieten die in het budget voor dit reglement zijn ingeschreven, uitgeput zijn, komt de aanvraag voor het lopende budgetjaar niet meer in aanmerking voor toekenning. In voorkomend geval wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de datum van indiening van de aanvraag en komen de aanvragen die volledig zijn chronologisch in aanmerking.

De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 11: besluitvorming over de subsidieaanvraag

De deputatie beslist binnen een termijn van 60 kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag of in voorkomend geval na vervollediging van het aanvraagdossier, of deze al of niet in aanmerking komt voor een subsidie en bij een toekenning van de subsidie welk subsidiebedrag wordt toegekend.

De aanvrager zal schriftelijk in kennis gesteld worden van de beslissing.

V Berekening van het subsidiebedrag

Artikel 12: bepaling van het subsidiebedrag

Het subsidiebedrag wordt als volgt bepaald:

§ 1 Fietsenstalling

De deputatie stelt het subsidiebedrag vast van 40 % van het subsidieerbare bedrag, rekening houdend met artikel 13, met een begrenzing:

  • voor de gemeentebesturen tot 12.500 euro per budgetjaar.
  • voor scholen tot een éénmalig bedrag van 10.000 euro.

§2 Fietsvoorzieningen

De deputatie stelt het subsidiebedrag vast op 40 % van het subsidieerbare bedrag, rekening houdend met artikel 13.

Artikel 13: cumulatie met andere subsidies

Het gecumuleerde bedrag van de provinciale subsidie en andere subsidies mag niet meer bedragen dan 90 % van het subsidieerbare bedrag.

Artikel 14: minimum subsidiebedrag

Indien na toetsing en berekening de kostprijs lager is dan 1.250 euro, zal de subsidie niet toegekend worden.

VI Betaling van het subsidiebedrag

Artikel 15: wijze van betaling

De subsidie wordt in één keer uitbetaald op basis van het eindafrekingsdossier of factuur met een bedrag beperkt tot het bedrag vermeld in het besluit van de toekenning van de subsidie. Prijsherzieningen, eventuele verrekeningen, bijakten of bijwerken komen slechts in aanmerking voor subsidie tot het subsidiebedrag vastgesteld door de deputatie conform artikel 12.

Artikel 16: voorwaarden tot betaling

De volgende documenten moeten ingediend worden voor de uitbetaling van de subsidie:

§ 1 Fietsenstalling

De door de aanvrager goedgekeurde facturen en het eindrapport van de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter).

§ 2 Fietsvoorzieningen

De door de gemeente goedgekeurde eindafrekening en het eindrapport (bespreking eindcontrole) van de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter).

VII Verplichtingen na de toekenning van een subsidie

Artikel 17: verplichtingen na de toekenning

Indien in het kader van dit reglement aan de aanvrager een subsidie wordt toegekend verbindt deze zich ertoe:

  • de toegekende subsidie aan te wenden voor het doel waarvoor zij werd toegekend
  • om in alle perscontacten en publicaties de provincie te vermelden als ondersteunende overheid en hiervoor
    gebruik te maken van het provincielogo
  • voor alle werken de vereiste vergunningen te bekomen
  • bij de gesubsidieerde infrastructuur een bord aan te brengen waaruit blijkt dat de infrastructuur tot stand is gekomen met de ondersteuning van de provincie Limburg. Voor de overdekte fietsenstallingen zal het bord ter beschikking gesteld worden door de provincie Limburg
  • de infrastructuur toegankelijk te houden voor gehandicapten.

VIII Controle en sancties

Artikel 18: controle op de aanwending van de toegekende subsidie

De provincie heeft steeds het recht toezicht en controle uit te oefenen bij de begunstigde van de subsidie die hem in het kader van dit reglement werd toegekend. De begunstigde verbindt er zich toe de nodige inlichtingen te verstrekken en de controle van de provincie Limburg te aanvaarden.

Artikel 19: sancties

Indien de begunstigde één of meer verplichtingen voortvloeiend uit dit reglement niet nakomt kan de provincie het reeds betaalde subsidiebedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen, of in voorkomend geval beslissen tot het niet-uitbetalen of het gedeeltelijk niet-uitbetalen van de toegekende subsidie. Verder kan voor een periode vastgesteld door de deputatie de begunstigde uitgesloten worden om in de toekomst in aanmerking te komen voor subsidies van de provincie Limburg.

IX Slotbepalingen

Artikel 20: inwerkingtreding en geldigheidsduur

Dit reglement treedt in werking vanaf 1 maart 2013.

Artikel 21: opheffings- en overgangsbepalingen

Het  subsidiereglement voor de aanleg van fietsvoorzieningen “buiten het Fietsfonds” van 20 januari 2010 wordt hierbij opgeheven, met dien verstande dat de subsidieaanvragen die werden ingediend in het kader van het reglement d.d. 20 januari 2010, verder worden behandeld overeenkomstig de voorwaarden en de procedure bepaald in het reglement d.d. 20 januari 2010.

Artikel 22: interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden

Alle interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden betreffende de toepassing van dit reglement worden behandeld door de deputatie.

Hasselt d.d. 2013-02-20

De provinciegriffier,
Renata Camps

De voorzitter,
Gilbert Van Baelen