De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder

Reglement provinciale fuifbussen

Besluit van 22 juni 2016

De provincieraad van Limburg,

Gelet op volgende doelstelling, actieplan en actie van het provinciale beleid 2014-2019:

  • beleidsdoelstelling 2016140005 “Overig beleid”
  • actieplan 2016140105 “In uitvoering van het Mobiliteitscharter bijdragen aan meer duurzame mobiliteit en (infrastructurele) veiligheid in Limburg, met een maximale verschuiving ten voordele van duurzame vervoermiddelen”
  • actie 2016140422 “De verkeersveiligheid en –leefbaarheid in Limburg verbeteren door informatie, educatie en sensibilisatie van doelgroepen vooral volgens het STOP-principe”;

Gelet op het project ‘provinciale fuifbussen’ dat gelanceerd werd in 2002 en als doel heeft het verkeersveilig vervoeren van fuifgangers naar en van de fuiflocatie;

Overwegende dat het project nog altijd succesvol is maar dat uit de jarenlange ervaringen een aantal punten zijn naar voren gekomen die voor verbetering vatbaar zijn, om zo de jeugd-, studenten- en sportverenigingen nog beter van dienst te zijn enerzijds en om de aanvragen vlotter te kunnen behandelen anderzijds;

Gelet op de voorstellen tot bijkomende wijzigingen in het reglement van 2011-01-19;

Gelet op het provincieraadsbesluit van 20 maart 2002 inzake de controle op de toekenning en aanwending van de subsidies en normen voor reservevorming;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 20 maart 1996 betreffende de herkenbaarheid van het provinciebestuur in provinciale subsidiereglementen;

Gelet op de budgetsleutel 613402/2/0200/2MO1809o “Huur rollend materieel/Wegen/Sensibilisatie en educatieve ondersteuning van verkeer en mobiliteit” van het provinciebudget en meerjarenplan;

Gelet op artikel 42 van het provinciedecreet;

Besluit

Artikel 1: onderwerp

Dit reglement bepaalt de modaliteiten voor het aanvragen en inzetten van een provinciale fuifbus. Het inzetten van een fuifbus heeft als eerste doelstelling het verkeersveilig vervoeren van de fuifgangers naar en van de fuiflocatie..

Artikel 2: de aanvrager

Een aanvraag voor het inzetten van een provinciale fuifbus kan enkel worden ingediend door

  • een Limburgse jeugd- of sportvereniging, die aangesloten is bij de lokale jeugd- of sportraad
  • of door een studentenvereniging, die erkend is door een Limburgse universiteit of hogeschool.

Artikel 3: aanvraagtermijn

§ 1. Het project van de provinciale fuifbussen loopt het hele jaar door.

§ 2. Een fuifbus kan op eender welke dag worden ingezet met uitzondering van 31 december (oudejaarsnacht).

§ 3. De fuifbusaanvraag moet ten laatste 6 weken vóór de fuifdatum in het bezit zijn van het provinciebestuur. Aanvragen die later binnenkomen, worden NIET aanvaard.

Artikel 4: aanvraagformulier

§ 1.  Een aanvraag voor het inzetten van een provinciale fuifbus moet digitaal gebeuren via www.limburg.be/fuifbussen. Aanvragen op een andere wijze ingediend, worden niet aanvaard.

§ 2. Het aanvraagformulier moet volledig en correct ingevuld worden.

§ 3. Bij iedere digitale aanvraag moet een volledig uitgewerkt voorstel van busroute (excel-model in te vullen bij het digitale aanvraagformulier) gevoegd worden.

§ 4. De identiteit van de fuifbusbegeleider wordt gevoegd bij de aanvraag.

Artikel 5: voorwaarden voor de aanvraag en inzet van een fuifbus

De fuif waarvoor een fuifbus wordt aangevraagd moet aan volgende voorwaarden voldoen:

§ 1. De fuif moet plaatsvinden in de provincie Limburg (B).

§ 2. De fuif moet effectief georganiseerd worden door de aanvrager, volgens de bepalingen voorzien in artikel 2 en 3.

§ 3. De fuif moet openbaar zijn, dit wil zeggen toegankelijk voor iedereen en niet slechts voor genodigden (geen privé-evenement).

§ 4. De fuif moet een minimum verwacht aantal bezoekers hebben van 600 personen.

§ 5. De fuiflocatie moet aangepast zijn aan het aantal vermelde verwachte bezoekers (o.a. voldoende groot).

§ 6. De fuiflocatie en de haltes moeten vlot bereikbaar zijn voor de fuifbus.

§ 7. Op elke bus moet een fuifbusbegeleider aanwezig zijn (zie artikel 9).

Artikel 6: bepalingen van de voorgestelde busroute

§ 1. De aanvrager werkt zelf een voorstel van busroute uit volgens het excel-model gevoegd bij de digitale aanvraag. Dit voorstel heeft betrekking op de stopplaatsen en de uurregeling van de fuifbus. Elke stopplaats moet aangeduid worden met een adres of herkenningspunt (cf. kerk, sporthal, …).

§ 2. De totale rijtijd van een fuifbus (van beginuur tot einduur van de volledige dienstregeling) mag per fuif maximum 9 uren bedragen, hierin inbegrepen een pauze van minimum 45 aaneensluitende minuten voor de chauffeur.

§ 3. Eén fuifbusroute (d.w.z. het parcours dat de bus repetitief aflegt om fuifgangers op te halen of terug te brengen) duurt maximum 1 uur.

§ 4. Een fuifbus mag niet ingezet worden als pendelbus tussen 2 locaties. Een fuifbusrit moet minstens 4 verschillende stopplaatsen tellen.

§ 5. De fuifbus kan uitzonderlijk een stopplaats bedienen buiten de provincie Limburg maar steeds binnen België en op voorwaarde dat de bepaling in artikel 6 § 3 wordt nageleefd.

Artikel 7: procedure toekenning van de fuifbus

De §1. De aanvraag wordt door de bevoegde administratie onderzocht op haar volledigheid. De aanvrager die een onvolledige aanvraag indient, wordt binnen de drie werkdagen via e-mail in kennis gesteld.

§2. In principe wordt per fuif slechts één fuifbus toegekend.

§3. Het provinciebestuur houdt zich het recht voor om op basis van cijfers en ervaringen verzameld in de voorgaande jaren via de dagverslagen

  • meerdere bussen toe te kennen aan één fuif
  • een fuifbusaanvraag te weigeren (bv. te laag bezettingspercentage in de voorgaande jaren).

§5. Het provinciebestuur stuurt na controle van de aanvraag en de voorgestelde busroute een bevestiging per e-mail met de vraag om

  • ten laatste 1 maand vóór de fuifdatum de waarborg te storten zoals bepaald in artikel 9
  • ten laatste 2 weken vóór de fuifdatum het promotiemateriaal te bezorgen per e-mail of per post zoals bepaald in artikel 12§3

§6. Het provinciebestuur bezorgt tegelijkertijd het voorstel van de busroute aan de aangeduide busmaatschappij.

§7. Ten laatste drie weken vóór de fuifdatum stuurt de busmaatschappij aan de aanvrager via e-mail een bevestiging van de busroute of de vraag voor aanpassingen van de route.

Artikel 8: de fuifbusbegeleider

§ 1. Bij élke fuifbus die wordt ingezet, moet één (of meer) fuifbusbegeleider(s) aangesteld worden door de fuifbusaanvrager.

§ 2. De fuifbusbegeleider moet aanwezig zijn op de eerste stopplaats van de fuifbus zoals meegedeeld in de dienstregeling. Indien er op de eerste stopplaats geen fuifbusbegeleider aanwezig is, vertrekt de fuifbus niet. Een fuifbusbegeleider moet op de fuifbus aanwezig zijn tot na de laatste rit en laatste stopplaats.

§ 3. De taken van deze fuifbusbegeleider zijn de volgende:

  • de fuifbusbegeleider vult samen met de chauffeur voor en na de route van de fuifbus een beschrijving in van de staat van de (binnenkant van de) bus op het dagverslag/doordrukformulier. Dit dagverslag/doordrukformulier wordt door beiden ondertekend en iedere partij (chauffeur en fuifbusbegeleider) ontvangt één exemplaar.
  • hij/zij is een aanspreekpunt voor de chauffeur, die soms niet vertrouwd is met de buurt van de fuiflocatie
  • hij/zij staat in voor de verwittiging van de lokale politie indien nodig (bv. bij gevechten, vandalenstreken, grote schade aan (de buitenkant van) de fuifbus ...) maar heeft geen politionele bevoegdheid

§ 4. Deze fuifbusbegeleider moet dus:

  •  voorbeeldig gedrag vertonen
  •  minstens 18 jaar oud zijn
  •  in geen geval onder invloed zijn (van alcohol of drugs of andere gedragsbeïnvloedende middelen) en dit tijdens de volledige tijdsduur van de busroute
  •  beschikken over een mobiele telefoon voor het leggen van de nodige contacten.

§ 5. De fuifbusbegeleider kan wisselen gedurende de rijtijd van de bus. Echter, het is sterk aan te raden dat de fuifbusbegeleider op de eerste en op de laatste rit dezelfde persoon is. Deze moet immers samen met de chauffeur het dagverslag invullen en tekenen bij vertrek en aan het einde (staat van de bus opmaken).

Artikel 9: waarborg

§ 1. Voor het inzetten van de fuifbus wordt een waarborg gevraagd aan de aanvragende jeugd-, sport-of studentenvereniging.

§ 2. De grootte van de waarborgsom wordt bepaald op 100 euro per fuifbus.

§ 3. De waarborg kan enkel betaald worden door storting op het rekeningnummer BE31 0910 1289 3955 van het provinciebestuur Limburg met de referentie  ”449300” en met vermelding van de fuifnaam, fuifdatum en naam van de organisator. Iedere andere vorm van betaling van deze waarborg wordt geweigerd.

§ 4. De waarborgsom moet gestort zijn ten laatste 1 maand vóór de fuifdatum. Is dit niet het geval, wordt de fuifbus alsnog geannuleerd.

§ 5. Indien er na de laatste rit van de fuifbus in kwestie vernielingen of beschadigingen worden vastgesteld (zie ook artikel 10 §3), wordt de waarborgsom ingehouden voor het bedrag dat nodig is om de kosten te dekken. Dit kan dus ook de volledige waarborgsom zijn.

§6. Indien er geen problemen worden gemeld, wordt de waarborg integraal teruggestort uiterlijk twee maanden na de fuifdatum.

Artikel 10: financiële bepalingen

§ 1. Het inzetten van een fuifbus is voor de aanvrager in principe volledig gratis. Alle normale kosten worden gedragen door het provinciebestuur, volgens de bepalingen jaarlijks overeengekomen in de samenwerkingsovereenkomst met de desbetreffende busmaatschappij.

§ 2. Er mag in geen geval en in geen enkele vorm toegangs- of gebruiksgeld gevraagd worden aan de fuifbusgebruikers.

§ 3. In geval van schade veroorzaakt door vandalisme zal  de desbetreffende busmaatschappij een schuldvordering opstellen voor de kosten die worden gemaakt voor het herstel van de bus in zijn oorspronkelijke staat. Die herstellingskosten worden door het provinciebestuur onverwijld verhaald op de fuifbusaanvrager en dit via de gestorte waarborg, met een maximum bedrag van 100 euro per bus. Deze verhaling is gebaseerd op de beschrijvingen die door de chauffeur en de fuifbusbegeleider gezamenlijk werden opgesteld en ondertekend op het dagverslag/doordrukformulier na de laatste rit en stopplaats.

Artikel 11: annulatie

§ 1. Indien de aanvrager een fuifbus waarvoor reeds een busroute werd bevestigd door de busmaatschappij, wenst te annuleren, moet dit door de aanvrager uiterlijk 72 uur vóór aanvang van de fuif per e-mail (fuifbus@limburg.be) én telefonisch (011 23 83 40) meegedeeld worden aan het provinciebestuur, dat de desbetreffende busmaatschappij onmiddellijk in kennis stelt.

§ 2. Indien de fuifbus niet tijdig wordt geannuleerd, wordt de waarborg ingehouden.

Artikel 12: communicatie

§ 1. De provincie Limburg staat in voor de communicatie met de aanvrager.

§2. De aanvrager voert géén rechtstreekse communicatie met de desbetreffende busmaatschappij over de toegekende fuifbus, tenzij in onderlinge afspraak met het provinciebestuur.

§3. De aanvrager die een provinciale fuifbus krijgt toegewezen, moet in alle publicaties over de betreffende fuif:

  • het provinciebestuur duidelijk als ondersteunende overheid vermelden en hiervoor gebruik maken van het provincielogo (te downloaden via www.limburg.be/logo)
  • de mogelijkheid van het gebruik van de gratis fuifbus én de dienstregelingen op een duidelijke wijze op alle promotiemateriaal (flyer, voorverkoopkaart, website …) vermelden.

§ 4. De provincie,  Dienst Mobiliteit  en Routenetwerken, moet op elk moment, als daarom gevraagd wordt, toegang krijgen tot de fuif en fuifbus om het gebruik van de fuifbus te controleren.

Artikel 13:  aanvaarding

Door het indienen van het aanvraagformulier, verklaart de aanvrager de bepalingen van dit reglement te aanvaarden en de stipte naleving ervan te waarborgen.

Artikel 14: niet-naleving van de voorwaarden

Bij niet-naleving van de voorwaarden van dit reglement kan de deputatie overgaan tot gehele of gedeeltelijke terugvordering bij de aanvrager van de kosten voor de inzet van de fuifbus.

Artikel 15: betwistingen

Alle betwistingen betreffende dit reglement en de toepassing ervan worden beslecht door de deputatie.
Voor elk geval van betwisting van haar beslissing is enkel de rechtbank van Hasselt bevoegd.

Artikel 16: inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking vanaf 1 juli 2016.

Hasselt d.d. 2016-06-22

De provinciegriffier, 
Renata Camps

De voorzitter,
Gilbert Van Baelen