De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder

Planbaten (art. 2.6.4 t.e.m. 2.6.19 VCRO)

vrijdag, 14 juni 2013
  1. Wat zijn planbaten?
    Planbatenheffing is een perceelsgewijze belasting op een vermoede meerwaarde die tot stand komt door een bestemmingswijziging die voortvloeit uit een bestemmingsplan.

  2. Criteria voor de toepassing van planbaten
    De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) somt uitdrukkelijk en limitatief de bestemmingswijzigingen op die aanleiding kunnen geven tot een heffing.

    Bestemmingswijzigingen die aanleiding kunnen geven tot een heffing

    Oorspronkelijke bestemming

    Nieuwe bestemming

     
    Wonen
    Bedrijvig-heid Recreatie Oppervlakte-delfstoffen Landbouw Bos, overig groen, reservaat en natuur
    Wonen
    geen
    n.v.t.
    n.v.t.
    n.v.t.
    n.v.t.
    n.v.t.
    Bedrijvigheid
    heffing
    geen
    n.v.t.
    n.v.t.
    n.v.t.
    n.v.t.
    Gemeenschaps- en nuts-voorzieningen
    heffing
    heffing
    heffing
    n.v.t.
    n.v.t.
    n.v.t.
    Recreatie
    heffing
    heffing
    geen
    n.v.t.
    n.v.t.
    n.v.t.
    Landbouw
    heffing
    heffing
    heffing
    heffing
    geen
    n.v.t.
    Bos, overig groen, reservaat en natuur
    heffing
    heffing
    heffing
    heffing
    heffing
    geen
  3. Uitzonderingen waarbij geen planbaten verschuldigd zijn

    Er is geen planbatenheffing verschuldigd in volgende gevallen:
    • indien de bestemmingswijziging niet tot gevolg heeft dat voortaan een verkavelingsvergunning of een stedenbouwkundige vergunning verkregen kan worden die vóór de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan of het bijzonder plan van aanleg niet verkregen kon worden
    • indien de bestemmingswijziging minder dan 25 % van een perceel bestrijkt en/of het een perceelsgedeelte van minder dan 200 m² betreft
    • indien voor het perceel een ruimtelijk uitvoeringsplan, dan wel een bijzonder plan van aanleg, in werking treedt om te voldoen aan een verplichting tot planschadevergoeding
    • indien het perceel waarop de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan, dan wel het bijzonder plan van aanleg, een zonevreemde, hoofdzakelijk vergunde en niet-verkrotte woning in de zin van artikel 4.4.10 gevestigd is, een voor wonen geëigende bestemming krijgt ten gevolge van het plan
    • indien een perceel, opgenomen in een niet-vervallen verkaveling, bestemd voor woningbouw, een voor woningbouw geëigende bestemming krijgt ten gevolge van het plan
    • indien het perceel waarop de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan, dan wel het bijzonder plan van aanleg, een zonevreemd, hoofdzakelijk vergund en niet-verkrot bedrijf in de zin van artikel 4.4.10 gevestigd is, een voor bedrijvigheid geëigende bestemming krijgt ten gevolge van het plan
    • indien het perceel waarop de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan, dan wel het bijzonder plan van aanleg, zonevreemde, hoofdzakelijk vergunde en niet-verkrotte gebouwen of terreinen voor sport-, recreatie- en jeugdactiviteiten gelegen of gevestigd zijn, een voor deze activiteiten geëigende bestemming krijgt ten gevolge van het plan.

    Percelen die worden onteigend of overgedragen in der minne en voor het algemeen nut, worden van planbatenheffing vrijgesteld, voor zover voldaan is aan beide volgende voorwaarden:

    • er wordt overeenkomstig artikel 2.4.6 §1, eerste lid, geen rekening gehouden met de waardevermeerdering die voortvloeit uit de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan, dan wel het bijzonder plan van aanleg
    • de onteigening, respectievelijk de overdracht in der minne en voor het algemeen nut, gebeurt ten laste van de heffingsplichtige en niet ten aanzien van een derdeverkrijger.
  4. Tijdstip waarop de planbaten ontstaan

    De belastingschuld wordt ingekohierd en uitvoerbaar verklaard uiterlijk 31 december van het jaar volgend op het kalenderjaar van de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan dat de bestemmingswijziging omvat die als grondslag geldt van de planbatenheffing. Het verzenden van het aanslagbiljet maakt de heffing evenwel nog niet opeisbaar. De heffing is pas opeisbaar na het zich voordoen van een gebeurtenis die de meerwaarde tot uiting brengt (= het zogenaamde startfeit). Zo zal de planbatenheffing betaalbaar zijn binnen een termijn van:
    • vijftien kalenderdagen vanaf de datum van het verlijden van de authentieke akte betreffende een overdracht ten bezwarende titel, door de heffingsplichtige, van enig zakelijk recht met betrekking tot het perceel
    • zes maanden na het verlenen, in laatste administratieve aanleg, van:
      • een stedenbouwkundige vergunning voor bouwwerken voor zover voldaan is aan alle volgende voorwaarden:
        • de betrokken bouwwerken betreffen niet enkel afbraakwerken of bodemsaneringswerken
        • voor het verrichten van de betrokken bouwwerken is de medewerking van een architect vereist
        • de vergunning kon vóór de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan of het bijzonder plan van aanleg niet worden verleend
      • een verkavelingsvergunning.

      Een bonificatie t.b.v. 15 % wordt verleend aan de heffingsplichtige die de planbatenheffing betaalt binnen het jaar na de datum waarop het aanslagbiljet verstuurd is, terwijl het heffingsbedrag eigenlijk nog niet moest worden betaald.
  5. De berekening van de planbatenheffing

    Planbatenheffing wordt berekend op basis van de vermoede meerwaarde van een perceel ten gevolge van een bestemmingswijziging en op basis van de oppervlakte van de bestemmingswijziging op het perceel. De vermoede meerwaarde per m² werd decretaal als volgt vastgelegd.
    Vermoede meerwaarden per m²

    Oorspronkelijke bestemming

    Nieuwe bestemming

     
    Wonen
    Bedrijvig-heid Recreatie Oppervlakte-delfstoffen Landbouw
    Wonen
    geen
    n.v.t
    n.v.t
    n.v.t
    n.v.t
    Bedrijvigheid
    54,89 euro
    geen
    n.v.t
    n.v.t
    n.v.t
    Gemeenschaps- en nuts-voorzieningen
    85,65 euro
    57,36 euro
    1,92 euro
    n.v.t
    n.v.t
    Recreatie
    83,73 euro
    55,44 euro
    geen
    n.v.t
    n.v.t
    Landbouw
    85,92 euro
    57,63 euro
    2,19 euro
    2,46 euro
    geen
    Bos, overig groen, reservaat en natuur
    86,31 euro
    58,02 euro
    2,58 euro
    2,85 euro
    0,39 euro
    De planbatenheffing wordt berekend aan de hand van een progressief tarief dat per kadastraal perceel wordt toegepast op het bedrag van de vermoede meerwaarde.
    Planbatenheffing: een progressief tarief op bedrag vermoede meerwaarde
    Gedeelte van de vermoede meerwaarde % toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte Totaalbedrag van de heffing over het voorgaande gedeelte
    van 0,01 tot en met 12.500,00 euro
    1 %
    /
    van 12.500,00 tot en met 25.000,00 euro
    2 %
    125,00 euro
    van 25.000,00 tot en met 50.000,00 euro
    3 %
    375,00 euro
    van 50.000,00 euro tot en met 100.000,00 euro
    5 %
    1.125,00 euro
    van 100.000,00 tot en met 150.000,00 euro
    8 %
    3.625,00 euro
    van 150.000,00 tot en met 200.000,00 euro
    14 %
    7.625,00 euro
    van 200.000,00 tot en met 250.000,00 euro
    18 %
    14.625,00 euro
    van 250.000 tot en met 500.000,00 euro
    24 %
    23.625,00 euro
    boven 500.000,00 euro
    30 %
    83.625,00 euro
  6. Bezwarenregeling

    De heffingsplichtige kan bij de Vlaamse belastingsdienst een gemotiveerd bezwaar indienen tegen een aanslag. Het bezwaar dient op straffe van verval ingediend te worden binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de betekening van het aanslagbiljet.

Belastingen

Nieuws

maandag, 11 december 2017
Welk Limburg wil jij? Onder dit motto gaat de provincie Limburg het gesprek aan met alle Limburgers over de toekomstige ruimtelijke invulling van de provincie. Daarom organiseerde het provinciebestuur...
maandag, 20 november 2017
Naar aanleiding van de wateroverlast ter hoogte van de Asdonkbeek en in uitvoering van het goedgekeurde Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan "afbakening kleinstedelijk gebied Leopoldsburg" is de...
donderdag, 09 november 2017
Novemberzittingen provincieraad 2017 - Een Sterk Sociaal Duurzaam Limburg - Inge Moors
Op 9 november 2017 sloot gedeputeerde Inge Moors de toelichtingen van het beleid 2018 van de Limburgse deputatie af. Als bevoegde gedeputeerde voor Ruimtelijke ordening, Landbouw, Plattelandsbeleid,...