De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder

Het prinsbisdom Luik (1366 n.C. tot 1795 n.C.)

Woelige tijden voor het prinsbisdom

Toen Loon in 1366 definitief bij Luik kwam, had het prinsbisdom net een woelige periode achter de rug. De Luikse ambachten hadden zich met geweld van deelname aan het bestuur van de stad verzekerd. Zo hadden zij in 1312 de Sint-Martinuskerk, waarin talrijke edelen en rijke burgers van de stad zich verscholen hadden, gewoonweg in brand gestoken.
 
Binnen het prinsbisdom werd de macht van de prins-bisschop beperkt en verwierven de Luikse Staten de wetgevende macht. In die Staten zetelden het kapittel van Sint-Lambertus, de hoge adel en een aantal steden, waaronder de Luikse maar Dietssprekende steden Tongeren en Sint-Truiden en de Loonse steden Beringen, Bilzen, Borgloon, Bree, Hamont, Hasselt, Herk-de-Stad, Maaseik, Peer en Stokkem.
De lage adel, clerus en de plattelandsbevolking bleven echter in de kou staan.

Het bestuur

Bij het bestuur van het graafschap Loon behield de prins-bisschop grotendeels de oude structuren, al werd ook Loon in vijf ambten of drossaardschappen verdeeld: Bilzen, Hasselt, Stokkem, Pelt-Grevenbroek en Horne-Montenaken.

Aan het hoofd stond telkens een hoogdrossaard. Zijn taak bestond voornamelijk uit het zorgen voor de administratie van politie en justitie, misdrijven opsporen en misdadigers vervolgen voor de plaatselijke schepenbank. Daarnaast moest hij de vorstelijke rechten doen naleven, toezicht houden op het onderhouden van de wegen, maten en gewichten controleren, net zoals de jacht en de visvangst.

Oorlogen, eerder regel dan uitzondering

Ook nadat Luik het graafschap Loon had weten in te palmen, werd het meermaals door oorlog getroffen. Ofwel waren het ruziënde lokale heren die elkaars eigendommen brandschatten, ofwel waren het vreemde legers die zorgden voor een spoor van vernieling. Vooral in het Maasland en de Kempen werd regelmatig lelijk huisgehouden.

De strijd tussen Bourgondië en Frankrijk

Het prinsbisdom raakte verstrikt in de strijd tussen Bourgondië en Frankrijk. In 1482 was de bisschoppelijke zetel weer beschikbaar. In dat jaar werd Jan, de zoon van Willem van der Marck, gesteund door koning Lodewijk van Frankrijk als nieuwe prins-bisschop. De Duitse keizer Maximilaan van Oostenrijk, echtgenoot van de Bourgondische erfgename en regent van de Nederlanden, schaarde zich onmiddellijk achter zijn tegenstander Jan van Horne.
 
De keizerlijke troepen richtten een bloedbad aan in Hasselt en ook andere steden werden zwaar getroffen door geweld. In 1483 werden de vijandelijkheden tijdelijk gestaakt, maar de werkloze huurlingen bleven actief en plunderden de Kempen.

Willem van der Marck werd in 1485 in Maastricht onthoofd. Zijn broers Robrecht en Erard zetten de burgeroorlog echter gewoon voort. In 1490 sloegen de troepen hun hoofdkwartier op in het kasteel van Vogelsanck in Zolder. Iets verder, meer bepaald in Zonhoven, geraakten ze slaags met de Luikse troepen. De Van der Marcks werden zwaar verslagen.

Neutraliteit

De strijd had diepe wonden geslagen. In het prinsbisdom was men het erover eens dat men zich voortaan best neutraal kon opstellen als de grote mogendheden weer eens oorlog voerden. Elk voorbijtrekkend leger kreeg vrije toegang.

De voordelen waren duidelijk, Luik behield zijn onafhankelijkheid en had tegelijkertijd geen duur leger nodig. Bovendien verdiende de eigen wapenindustrie nog aardig aan de strijdende partijen. Het grote nadeel van deze neutraliteit was dat de doortrekkende buitenlandse legers de weerloze bewoners telkens opnieuw weer uitbuitten.

Contactgegevens dienst

Informatie en Communicatie
Universiteitslaan 1
3500 Hasselt

tel. 011 23 80 26
e-mail communicatie@limburg.be


Openingsuren

Het Provinciehuis is elke werkdag geopend van 9 tot 12 uur en van 13.30 tot 17 uur.