De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder

Subsidiereglement projecten Noord-Zuid

Besluit van 16 maart 2011

De provincieraad van Limburg,

Gelet op de strategische doelstelling 04.5 “Duurzaamheid en solidariteit in al zijn vormen zowel in Limburg als in mondiaal perspectief versterken”;

Gelet op de operationele doelstelling 2011000134 “Het stimuleren van sociale projecten in erkende ontwikkelingslanden en de gerichte ondersteuning van de aanvragers in het versterken van projecten met een langeretermijnvisie”;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 19 maart 2008 tot vaststelling van het reglement ter subsidiëring van projecten in het kader van ontwikkelingssamenwerking;

Overwegende dat bovenvermeld reglement moet aangepast worden aan de vernieuwende inzichten in de sector Noord-Zuid;

Overwegende dat het nieuwe reglement tot stand kwam in overleg met de projectenadviescommissie;

Gelet op de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige subsidies;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 20 maart 2002 inzake de controle op de toekenning en de aanwending van subsidies en de normen voor reservevorming en latere wijzigingen op dit besluit;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 20 maart 1996 betreffende de herkenbaarheid van het provinciebestuur in provinciale subsidiereglementen;

Gelet op artikel 160 3444/640 45 “Toegestane subsidies voor projecten Noord-Zuid” van het provinciebudget;

Gelet op artikel 42 van het provinciedecreet;

Besluit

I Voorwerp van het subsidiereglement

Artikel 1: doel en doelgroep

Binnen de perken van het jaarlijks vastgestelde budget kan de deputatie een subsidie verlenen aan Limburgers, aan Limburgse verenigingen rond internationale solidariteit of aan Limburgse vzw's, die de langetermijnwerking ondersteunen van Limburgse feitelijke verenigingen met projecten in ontwikkelingslanden, voor de ondersteuning van projecten Noord-Zuid.

Artikel 2: verklaring termen of begrippen

De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) registreert jaarlijks hoeveel officiële ontwikkelingshulp (ODA) landen verstrekken en hoe de officiële ontwikkelingshulp wordt verdeeld.

De Commissie voor Ontwikkelingssamenwerking (=DAC, Development Assistance Committee) van de OESO is een internationaal forum waar donorlanden en multilaterale organisaties zoals de Wereldbank en de Verenigde Naties, samenkomen om de armoede in partnerlanden te bestrijden. De DAC brengt elk jaar het Rapport Ontwikkelingssamenwerking (Development Co-operation Report) uit.

Erkende ontwikkelingslanden: landen die voorkomen op de lijst van de Commissie voor Ontwikkelingssamenwerking die om de drie jaar wordt vastgelegd door de OESO (DAC-Lijst van ODA).

II Voorwaarden voor subsidietoekenning

Artikel 3: voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet de aanvrager toetreden tot het Limburgs Platform Ontwikkelingssamenwerking en zich bereid verklaren om deel te nemen aan de provinciale educatieve activiteiten in het kader van het Limburgs Platform Ontwikkelingssamenwerking.

Daarnaast wordt een onderscheid gemaakt in de voorwaarden naargelang het statuut van de aanvrager.

Limburgers in een erkend ontwikkelingsland

Limburgers die werkzaam zijn in een ontwikkelingsproject in één van de erkende ontwikkelingslanden kunnen een project ter subsidiëring voorleggen, hetzij via een niet-gouvernementele organisatie (ngo) waarmee zij samenwerken, hetzij via hun vertegenwoordig(st)er. De betrokken Limburger moet minstens één jaar werkzaam zijn in het ingediende ontwikkelingsproject.

  • De ngo is erkend door de Belgische overheid in het kader van de medefinanciering of heeft een de facto erkenning in het kader van de Europese Unie en haar medefinancieringssysteem. De ngo draagt de verantwoordelijkheid voor de procedure.
  • De vertegenwoordig(st)er van de Limburger draagt de verantwoordelijkheid voor de procedure.
Vzw’s gericht is op internationale solidariteit of ontwikkelingssamenwerking

Vzw's, waarvan de voornaamste statutaire doelstelling gericht is op internationale solidariteit of ontwikkelingssamenwerking kunnen een project indienen waarbij geen Limburger ter plaatse betrokken is. Deze vzw's staan in voor een permanente structurele en ondersteunende band met de provincie Limburg.

  • De Limburgse vereniging rond internationale solidariteit is opgericht overeenkomstig de "wet betreffende verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen" van 27 juni 1921, gewijzigd op 2 mei 2002, 16 januari 2003 en 22 december 200.
  • De vzw heeft zetel en secretariaat in Limburg en ontwikkelt een eigen educatieve werking.
  • De vzw is minstens een jaar (ondersteunend) projectmatig bezig en heeft een uitgewerkt beleids- en actieplan zowel projectmatig als educatief over het ingediende project.
  • De vzw is de formeel erkende vertegenwoordiger van de projectpartner in een erkend ontwikkelingsland, zorgt voor de communicatie met de projectpartner, volgt haar op en is verantwoordelijk voor de opvolging van de procedure.
Limburgse vzw's, die de langetermijnwerking ondersteunen

Limburgse vzw's, die de langetermijnwerking van Limburgse feitelijke verenigingen met projecten in ontwikkelingslanden ondersteunen hoeven geen rechtstreekse band te hebben met Limburgers die werkzaam zijn in een ontwikkelingsproject in één van de erkende ontwikkelingslanden.

Artikel 4: voorwaarden waaraan het project inhoudelijk moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het project aan de volgende voorwaarden inhoudelijk voldoen.
Het project

  • is gericht op de sociale, maatschappelijke of economische ontwikkeling van een regio, gemeenschap of bevolkingsgroep.
  • beoogt een duurzame ontwikkeling, met o.m. respect voor het milieu, respect voor de aanwending van materialen en grondstoffen en respect voor de culturele eigenheid van de doelgroep van het project.
  • betrekt de doelgroep/partner bij de voorbereiding, de uitvoering en de opvolging van het project en dit weerspiegelt zich in de structuur en organisatie van de doelgroep/partner.
  • moet de doelgroep in staat stellen zijn eigen ontwikkeling in handen te nemen, onder meer door het aantonen van de financiële leefbaarheid op langere termijn en van de volledige overname van het project na afloop.
  • is gesitueerd in een erkend ontwikkelingsland.

Artikel 5: voorwaarden waaraan het project financieel moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet ten minste 20 % van de totale uitgaven voor het project gedragen worden door de indiener.

III Indiening van de subsidieaanvraag

Artikel 6: de termijn, wijze en het adres van de indiening van de aanvraag

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie kan op de volgende wijze gebeuren:

  • per post
  • afgeven tegen ontvangstbewijs
  • elektronisch.

Meteen na het indienen wordt de ontvangst van de aanvraag bevestigd en worden het verdere verloop en eventuele bijkomende instructies meegedeeld aan de aanvrager.

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie moet uiterlijk 30 april of 30 augustus ingediend worden.

Elke aanvrager mag per werkjaar maximaal 1 subsidieaanvraag indienen.

De aanvraag moet ingediend worden op volgend adres:
Dienst Noord-Zuid
Directie Mens
provincie Limburg
Universiteitslaan 1
3500 HASSELT
Tel. 011 23 72 96
E-mail: ontwikkelingssamenwerking@limburg.be
Website: www.limburg.be/subsidies

Artikel 7: documenten in te dienen bij de aanvraag

Voor iedere aanvraag moeten de volgende documenten, gedateerd en ondertekend, in 1 exemplaar ingediend worden:

  • een volledig in het Nederlands ingevuld en ondertekend aanvraagformulier
  • een begroting van ontvangsten en uitgaven van het project in euo uitgedrukt. Bij de begroting wordt duidelijk melding gemaakt van alle financieringsbronnen
  • voor een project dat over verscheidene jaren loopt wordt een meerjarenplanning ingediend.
  • indien voor het project ook bij andere instanties een subsidieaanvraag werd ingediend, wordt de goedkeuring van de medefinancierende instanties toegevoegd aan het aanvraagdossier. Bij weigering van medefinanciering wordt het desbetreffende project niet gesubsidieerd door de provincie. Eventueel kan een onderdeel van het project, waarbij de Limburger is betrokken, gehandhaafd worden
  • de ngo voegt, daarnaast, bij de subsidieaanvraag:
    • een afschrift van het contract met de Limburger
    • een verklaring op eer of een ander officieel document, medeondertekend door de lokale partner in een ontwikkelingsland, dat de ngo het voorgestelde project mag vertegenwoordigen in Limburg
  • de vertegenwoordig(st)er van de Limburger voegt, daarnaast, bij de subsidieaanvraag:
    • een schriftelijke machtiging van de Limburger
    • een verklaring op eer of een ander officieel document, medeondertekend door de lokale partner in een ontwikkelingsland, dat de vertegenwoordiger het voorgestelde project mag vertegenwoordigen in Limburg
  • een vzw voegt, daarnaast, bij de subsidieaanvraag
    • de statuten
    • het jaarverslag en jaarrekening van het voorgaande jaar en de begroting van het lopende werkjaar
    • een verklaring op eer of een ander officieel document, medeondertekend door de lokale partner in een ontwikkelingsland, dat de vzw het voorgestelde project mag vertegenwoordigen in Limburg
    • Limburgse vzw's, die de langetermijnwerking van Limburgse feitelijke verenigingen met projecten in ontwikkelingslanden ondersteunen voegen, daarnaast, bij de subsidieaanvraag een uitgebreide financiële en inhoudelijke rapportage van het voorbije werkjaar en het educatief plan waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

Het aanvraagformulier kan op het adres vermeld in bovenvermeld artikel opgevraagd worden of kan van de website worden gehaald.

IV Toetsing van de subsidieaanvraag

Artikel 8: toetsing op tijdigheid

Aanvragen die worden ingediend na 30 april en vóór 30 augustus worden pas behandeld vanaf 30 augustus.
Aanvragen die worden ingediend na 30 augustus komen in het lopende budgetjaar niet meer in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit reglement.
De postdatum of bij onleesbaarheid de datum van ontvangst bij het bestuur geldt als datum voor de toetsing.
De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 9: toetsing op volledigheid

De aanvraag wordt getoetst op volledigheid.

De aanvrager die een onvolledige aanvraag indient vóór 1 mei, krijgt schriftelijk de vraag om de ontbrekende documenten alsnog in te dienen binnen de meegedeelde termijn. Een aanvraag die niet vervolledigd wordt binnen deze termijn wordt automatisch verwezen naar de tweede indieningstermiijn.
De aanvrager die een onvolledige aanvraag indient vóór 1 september, krijgt schriftelijk de vraag om de ontbrekende documenten alsnog in te dienen binnen de meegedeelde termijn. Een aanvraag die niet vervolledigd wordt binnen deze termijn komt in het lopende budgetjaar niet meer in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit reglement.
Hiervan wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 10: toetsing op inhoud

De aanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden vermeld in het reglement en wordt vóór de beslissing over het al of niet toekennen van de subsidie voor advies voorgelegd aan een projectenadviescommissie, bestaande uit een ambtenaar van de Dienst Noord-Zuid van het provinciebestuur Limburg en 4 inhoudelijke experten. De experten zijn onafhankelijk en professioneel niet tewerkgesteld binnen de sector Noord-Zuid. Er is mimimum één expert per continent (Afrika, Latijns- en Midden-Amerika, Azië - Oceanië). De experten van de projectenadviescommissie worden door de deputatie aangesteld voor 4 jaar en hun mandaat kan één keer worden verlengd met 4 jaar.

De expert bezorgt vooraf een schriftelijk advies over het project aan de projectenadviescommissie. Dit advies heeft een vertrouwelijk karakter. Projecten waarbij een directe band bestaat met de expert, worden niet door de expert geadviseerd. Het advies wordt dan geformuleerd door de andere experten gezamenlijk.

De projectenadviescommissie kan externe deskundigen uitnodigen of betrekken om advies in te winnen over bepaalde specifieke aspecten die belangrijk zijn ter beoordeling van projecten.

De aanvrager kan uitgenodigd worden om gehoord te worden door de projectenadviescommissie.

Artikel 11: toetsing op krediet

Indien de kredieten die in het budget voor dit reglement zijn ingeschreven, uitgeput zijn, komt de aanvraag voor het lopende budgetjaar niet meer in aanmerking voor toekenning. In voorkomend geval wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de postdatum of bij onleesbaarheid de datum van ontvangst van de aanvraag en komen de aanvragen chronologisch in aanmerking.

De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 12: besluitvorming over de subsidieaanvraag

De deputatie beslist binnen 3 maanden na de indieningstermijn of de aanvraag al of niet in aanmerking komt voor een subsidie en bij een toekenning van de subsidie welk subsidiebedrag wordt toegekend.

De aanvrager zal schriftelijk in kennis gesteld worden van de beslissing.

V Berekening van het subsidiebedrag

Artikel 13: bepaling van het subsidiebedrag

De deputatie stelt het subsidiebedrag per project vast op basis van de subsidiabele uitgaven voor het project.
De deputatie kan een subsidiebedrag reserveren totdat de gevraagde bijkomende informatie wordt binnengebracht of totdat bewezen wordt dat het project zijn eerder toegekende subsidie rechtmatig besteed heeft.

Het subsidiebedrag kan nooit meer dan 80 % van de subsidiabele uitgaven van het project bedragen.

Enkel niet-structurele – projectmatige kosten komen in aanmerking voor een subsidie. Wat komt niet in aanmerking voor een subsidie: lonen, reis- verblijfskosten van medewerkers, studiebeurzen, kosten eigen aan de reguliere, permanente of gewone werking van de organisatie in het ontwikkelingsland.

Enkel de kosten die gemaakt zijn na de indiening van de volledige aanvraag komen in aanmerking voor een subsidie.

Een project kan maximum vijf, al dan niet opeenvolgende, jaren gesubsidieerd worden.

Artikel 14: maximumsubsidiebedrag

Het subsidiebedrag voor een project bedraagt maximaal 12.500,00 euro per aanvraag per werkjaar.

VI Betaling van het subsidiebedrag

Artikel 15: wijze van betaling

Het toegekende subsidiebedrag wordt betaald bij toekenning van de subsidie door de deputatie.

Artikel 16: verantwoording na betaling

Binnen een termijn van 365 kalenderdagen te rekenen vanaf de toekenning van de subsidie, moeten de volgende documenten worden ingediend:

  • een afrekening van ontvangsten en uitgaven van het project
  • het betalingsbewijs (overschrijving, ontvangstbewijs van contant geld) van het gesubsidieerde bedrag
  • werkingsverslag van het project of projectjaar.

Daarnaast kunnen volgende stukken deel uitmaken van het werkingsverslag:

  • foto's
  • een lijst van beschikbare dia's, videoreportages of cd-roms over het project
  • ander beschikbaar materiaal.

Indien de toegekende subsidie van het vorige kalenderjaar niet volledig werd besteed, wordt een voorlopige afrekening en een voorlopig werkingsverslag voorgelegd.

Elk jaar, vóór 1 mei, wordt een jaarverslag voorgelegd over de eigen educatieve activiteiten binnen de provincie Limburg van de ngo, projectvertegenwoordig(st)er of Limburgse vereniging rond internationale samenwerking. In dit jaarverslag wordt ook aandacht besteed aan de geleverde inspanningen om de kwaliteit van het project, de samenwerking met de lokale partner alsook de eigen organisatie in Limburg te bestendigen en/of verbeteren.

VII Verplichtingen na de toekenning van een subsidie

Artikel 17: verplichtingen na de toekenning

In de publiciteit die over het project wordt gemaakt, vermeldt de initiatiefnemer steeds de ondersteuning door de provincie Limburg.

De subsidie mag enkel worden aangewend voor het project waarvoor ze werd aangevraagd. Wanneer het initiatief om één of andere reden niet kan worden uitgevoerd wordt de provinciale overheid onmiddellijk ingelicht. Bij een niet-uitvoering van het project wordt de subsidie teruggestort op de bankrekening van het provinciebestuur. Bij een gedeeltelijke wijziging van het project wordt het project terug aan de projectenadviescommissie voorgelegd ter advies.

VIII Controle en sancties

Artikel 18: controle op de aanwending van de toegekende subsidie

De provincie heeft steeds het recht toezicht en controle uit te oefenen bij de begunstigde van de subsidie die hem in het kader van dit reglement werd toegekend. De begunstigde verbindt er zich toe de nodige inlichtingen te verstrekken en de controle van de provincie Limburg te aanvaarden.

Artikel 19: sancties

Indien de begunstigde één of meer verplichtingen voortvloeiend uit dit reglement niet nakomt kan de provincie het reeds betaalde subsidiebedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen, of in voorkomend geval beslissen tot het niet-uitbetalen of het gedeeltelijk niet-uitbetalen van de toegekende subsidie. Verder kan voor een periode vastgesteld door de deputatie de begunstigde uitgesloten worden om in de toekomst in aanmerking te komen voor subsidies van de provincie Limburg.

IX Sotbepalingen

Artikel 20: inwerkingtreding en geldigheidsduur

Dit reglement treedt in werking vanaf 17 maart 2011.

Artikel 21: opheffings- en overgangsbepalingen

Het provinciaal subsidiereglement “Projecten in het kader van ontwikkelingssamenwerking” van 19 maart 2008 wordt hierbij opgeheven.
Subsidieaanvragen die werden ingediend in het kader van het provinciaal subsidiereglement “Projecten in het kader van ontwikkelingssamenwerking” van 19 maart 2008 en die nog in behandeling zijn op 16 maart 2011 worden verder behandeld overeenkomstig de voorwaarden en procedure bepaald in het reglement van 19 maart 2008.

De betalingsmodaliteiten, de verplichtingen na toekenning van een subsidie in het kader van het opgeheven reglement alsook de controle- en sanctiemogelijkheden ervan worden in voorkomend geval eveneens geregeld overeenkomstig het opgeheven reglement.

Artikel 22: interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden

Alle interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden betreffende de toepassing van dit reglement worden behandeld door de deputatie.

Hasselt d.d. 2011-03-16

De provinciegriffier,
Renata Camps

De voorzitter,
Jos Claessens


Openingsuren

Het Provinciehuis is elke werkdag geopend van 9 tot 12 uur en van 13.30 tot 17 uur.