De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder
PNC
  • Start
  • Doen en laten van de Zadelsprinkhaan in Opglabbekerzavel (Genk)

Doen en laten van de Zadelsprinkhaan in Opglabbekerzavel (Genk)

Eykens Clytie
Geschreven in 2007
Gepubliceerd in 2007

De Zadelsprinkhaan (Ephippiger ephippiger) behoort tot de sabelsprinkhanen. De soort is endemisch voor Europa. De noordelijke verspreidingsgrens is gelegen in Nederland. In Zuid-Europa is het een algemenere soort. Er komen verschillende ondersoorten voor. De ondersoort die hier in België voorkomt, is Ephippiger ephippiger vitium. In België is de soort zeldzaam. Zij komt enkel nog voor op structuurrijke heideterreinen van de Opglabbekerzavel (Genk, As en Opglabbeek), de Vosseberg (Dilsen-Stokkem), de Donderslagheide (Meeuwen-Gruitrode) en het Nationaal Park Hoge Kempen (voornamelijk in Maasmechelen). De gemeente Dilsen-Stokkem heeft de soort geadopteerd in het kader van het GALS-project (Gemeenten Adopteren Limburgse Soorten). In 2005 werd er op Opglabbekerzavel voor het eerst gezocht naar de soort. De teller klokte af op 20 mannetjes. In 2006 werd het volledige terrein afgezocht en hierbij zijn 100 mannetjes waargenomen, in 2007 waren dit er 150. In 2007 is er tevens een detailonderzoek uitgevoerd. We wilden te weten komen hoe groot het leefgebied van de populatie hier is, hoe mobiel de Zadelsprinkhanen zijn, hoe ze zich door hun leefgebied verplaatsen en/of ze nood hebben aan bijzondere vegetatie of structuurvariatie.

Plaatsen

  • As
  • België
  • Dilsen-Stokkem
  • Genk
  • Maasmechelen
  • Meeuwen
  • Meeuwen-Gruitrode
  • Nationaal Park Hoge Kempen
  • Opglabbeek
  • Start
  • Doen en laten van de Zadelsprinkhaan in Opglabbekerzavel (Genk)