De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder

Reglement betreffende de subsidiëring van werken aan waterlopen en wachtbekkens

Besluit van 22 november 1995

Gewijzigd: 20 september 2006

Gewijzigd: 4 december 2007

Globaal uitvoeringsbesluit Bestendige Deputatie 8 juli 1993 (zie globaal uitvoeringsbesluit 3.1.1)

Aanvullend uitvoeringsbesluit Bestendige Deputatie van 14 december 1995

De Provincieraad van Limburg

Gelet op de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige subsidies;

Gelet op artikels 2 en 18 van de wet op de onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967 en artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Executieve van 21 april 1983;

Gelet op het besluit van de Provincieraad van 20 juni 1990 betreffende de toekenning van provincietoelagen ten behoeve van werken aan wegen en waterlopen en cultuurtechnische werken;

Overwegende dat er redenen toe bestaan om voornoemd besluit te herzien;

Gelet op artikel 85 van de Provinciewet;

Besluit

Artikel 1

Er kan een provinciale subsidie worden toegekend:

1. aan gemeenten en wateringen:

a. voor verbeteringswerken aan onbevaarbare waterlopen van de tweede en de derde categorie en aanverwante werken.
b. voor het aanleggen van wachtbekkens.

2. aan ruilverkavelingscomités, landinrichtingscomités en natuurinrichtingscomités voor

a. verbeteringswerken aan onbevaarbare waterlopen van tweede categorie
b. voor wachtbekkens.

Artikel 2

De Bestendige Deputatie zal de elementen waaruit het te subsidiëren bedrag mag bestaan vaststellen.

Artikel 3

De Bestendige Deputatie zal de modaliteiten vaststellen waaronder artikel 1 van dit besluit zal worden toegepast, echter rekening houdende met het volgende:

1° Voor ieder werk zal de provinciale subsidie, zowel principieel als definitief, bij afzonderlijk besluit worden vastgesteld.
2° Het totaal bedrag van de jaarlijkse vastgelegde subsidies mag niet meer bedragen dan het krediet dat op de provinciebegroting, ter uitvoering van dit besluit werd uitgetrokken.
3° De provinciale subsidie zal per werk niet meer mogen bedragen dan:

a. 20 % van het te subsidiëren bedrag:

1. voor verbeteringswerken aan onbevaarbare waterlopen van de 2de categorie;
2. voor de aanleg van open wachtbekkens voor oppervlaktewateren en de bijhorende afvoerleidingen, die niet tot het rioleringsstelsel behorenen die een debietreducerende invloed hebben op onbevaarbare waterlopen van de tweede en derde categorie.
3. voor het verwerven van gronden die noodzakelijk zijn voor de realisatie van deze wachtbekkens.

b. 10 % van het te subsidiëren bedrag:

voor verbeteringswerken aan onbevaarbare waterlopen van de 3de categorie.

Wanneer het werk wordt uitgevoerd in opdracht van een gemeente, mag het gecumuleerd bedrag van de provinciale toelage en andere toelagen niet meer bedragen dan 90 % van het te subsidiëren bedrag.

4° Voor het toekennen van de subsidie zal rekening gehouden worden met het feit of het werk al dan niet wordt uitgevoerd binnen het ontwerp-deelbekkenbeheerplan of deelbekkenbeheerplan.

5° De provinciale subsidie kan beperkt worden tot bepaalde werken of onderdelen ervan. Werken uitgevoerd in regie en aankopen van materialen komen niet voor subsidiëring in aanmerking.

6° Een eventueel laattijdige uitbetaling van de provinciale subsidie zal geen aanleiding kunnen geven tot het aanrekenen van verwijlintresten.

Artikel 4

Het besluit van de Provincieraad van 20 juni 1990 betreffende de subsidiëring van werken aan wegen en waterlopen en cultuurtechnische werken, wordt opgeheven; met dien verstande dat het vorige besluit van toepassing blijft op de werken waarvoor, op het ogenblik van inwerkingtreding van dit besluit, reeds een principiële belofte van subsidie werd verleend.

Artikel 5

Voor wat de uitvoeringsmodaliteiten en de vaststelling van de elementen van het te subsidiëren bedrag aangaat, gelden, zolang de Bestendige Deputatie geen andere beslissing neemt, de bepalingen van het besluit van de Bestendige Deputatie van 8 juli 1993. De subsidieaanvragers moeten bij elke publiciteit die zij maken in verband met deze werken, zowel op de werf als in de media, melding maken van de steun die zij daarvoor ontvangen van de provincie. Zij verwittigen de afgevaardigden van de Dienst Water en Domeinen vanaf de aanvang van de werken en nodigen hen uit op de werfvergaderingen en bij de opleveringen.

Artikel 6

Onderhavig besluit treedt in werking op 1 januari 1996.

Artikel 7

Voor de werken in verband met wachtbekkens als bedoeld in artikel 3.3.a.2 en die als gevolg van rioleringswerken worden uitgevoerd en voor het verwerven van gronden voor deze werken zoals bedoeld in artikel 3.3.a.3, kunnen gemeentebedrijven, intercommunales of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden waaraan gemeenten hun riolering hebben overgedragen of in beheer hebben gegeven, de subsidie verkrijgen in plaats van deze gemeenten voor zover het bedrag van de provinciale subsidie en andere subsidies samen niet méér bedraagt dan 90 % van het te subsidiëren bedrag. Indien de gemeente ooit al een aanvraag voor subsidiëring gedaan heeft, dan volstaat deze aanvraag indien ze voldoet aan de bepalingen van artikel 4 van het besluit van de deputatie 8 juli 1993 betreffende de uitvoeringsmodaliteiten en indien ze hernomen wordt door de nieuwe eigenaar of beheerder van de riolering.

Hasselt, 22 november 1995

De Provinciegriffier,
M. Martens

De Voorzitter,
G.Van Baelen

Contactgegevens dienst

Water en Domeinen, Directie Omgeving
Universiteitslaan 1
3500 Hasselt

tel. 011 23 73 05
e-mail water@limburg.be

Openingsuren

Het Provinciehuis is elke werkdag geopend van 9 tot 12 uur en van 13.30 tot 17 uur.