De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.

SALK - Subsidiereglement betreffende de ruimtelijke planning van lokale bedrijventerreinen - investeringssubsidie

Besluit van 17 mei 2017

De provincieraad van Limburg,

Gelet  op volgende doelstelling, actieplan en actie van het provinciale beleid 2014-2019:

  • ­ beleidsdoelstelling 2017140001 “Sterk Limburg”
  • ­ actieplan 2017140051”Ruimte creëren voor bedrijventerreinen, toerisme, recreatie en landbouw”
  • ­ actie 2017140426 “Regionale bedrijventerreinen en toeristisch-recreatieve knooppunten ruimtelijk plannen”;

Gelet op het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en latere wijzigingen zoals gecoördineerd in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 1997 houdende de definitieve vaststelling van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen (RSV) dat werd bekrachtigd bij decreet van 17 december 1997 wat de bindende bepalingen betreft;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 houdende de definitieve vaststelling van een gedeeltelijke herziening van het RSV, dat werd bekrachtigd bij decreet van 19 maart 2004 wat de bindende bepalingen betreft;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010 houdende de definitieve vaststelling van een tweede gedeeltelijke herziening van het RSV, dat werd bekrachtigd bij decreet van 18 april 2011 wat de bindende bepalingen betreft;

Gelet op het ruimtelijk structuurplan provincie Limburg (RSPL) zoals definitief vastgesteld bij besluit van de provincieraad van 18 september 2002 en goedgekeurd bij besluit van 12 februari 2003 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening;

Gelet op de actualisatie van het RSPL zoals definitief vastgesteld bij provincieraadsbesluit van 16 mei 2012 en goedgekeurd bij ministerieel besluit van 23 juli 2012 van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport;

Gelet op het Strategisch Actieplan voor Limburg in het Kwadraat (SALK);

Gelet op de studie “Ruimte voor Bedrijvigheid in Limburg” (afgekort als RuBeLim), zoals goedgekeurd in de zitting van de deputatie van 7 november 2013 en het vervolgtraject hierop met betrekking tot lokale bedrijvigheid;

Gelet op het “SALK - Subsidiereglement betreffende de ruimtelijke planning van lokale bedrijventerreinen“ van 23 april 2014;

Overwegende dat met het oog op een zuinig ruimtegebruik en ruimtelijk rendement het wenselijk is om bovenvermeld subsidiereglement van 23 april 2014 te vervangen door een gewijzigd reglement zodat niet alleen ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) maar ook andere initiatieven m.b.t. de ruimtelijke planning van lokale bedrijventerreinen ondersteund kunnen worden en dit zowel voor nieuwe als voor bestaande lokale bedrijventerreinen;

Overwegende dat het provinciebestuur, in het kader van het dienstenmodel “Limburg, uw partner”, via een subsidiereglement lokale besturen wil aanmoedigen om lokale bedrijventerreinen te plannen en/of te optimaliseren;
 
dat de provincie ter uitvoering van de herziening van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen (RSV) en de actualisatie van het ruimtelijk structuurplan provincie Limburg (RSPL) sinds midden 2012 een taakstelling gekregen heeft op vlak van bedrijvigheid;

dat de lokale besturen de partners van de provincie zijn om de provinciale taakstelling in te vullen en om zo de economische groei van de provincie te bewerkstelligen;

dat de provincie door subsidiëring van een initiatief m.b.t. de ruimtelijke planning met het oog op reeds bestaande of nieuwe lokale bedrijventerreinen (bv. het opstellen van een masterplan, een herstructureringsplan, een inrichtingsplan, een reorganisatieplan, een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (incl. voortrajectstudie, haalbaarheidsstudie, inrichtingsstudies, …) de lokale besturen kan ondersteunen;

Overwegende dat weinig lokale besturen gestart zijn met het invullen van de taakstelling n.a.v. de actualisatie van het RSPL op het vlak van bedrijvigheid;

Overwegende dat in het SALK-rapport melding gemaakt wordt van het gegeven dat er, ondanks een grote beschikbaarheid aan bedrijventerreinen, een tekort is aan lokale bedrijventerreinen voor kmo’s en dit voornamelijk in het Maasland, Noordoost-Limburg en Zuid-Limburg;

dat dit subsidiereglement dit tekort kan helpen oplossen;

Overwegende dat de provincie via de studie RuBeLim potenties voor regionale bedrijvigheid op het terrein onderzocht heeft;

dat deze studie eind 2013 opgeleverd is, maar een vervolgtraject kent om potenties voor lokale bedrijvigheid op het terrein te onderzoeken;

dat deze uitbreiding van RuBeLim mee als voorkeurcriterium de basis zal vormen bij de toekenning van deze subsidie;

Overwegende dat het om bovenvermelde redenen aangewezen is om over te gaan tot de vaststelling van een gewijzigd subsidiereglement;

Gelet op de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige subsidies;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 24 oktober 2012 betreffende de controle op de toekenning en de aanwending van subsidies en de normen voor reservevorming;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 20 maart 1996 betreffende de herkenbaarheid van het provinciebestuur in provinciale subsidiereglementen;

Gelet op de budgetsleutel 664020/2/0600/2SA1600o “Investeringssubsidies aan verenigingen, instellingen en openbare besturen/Ruimtelijke planning/SALK – ruimtelijke plannen” van het provinciebudget;

Gelet op artikel 42 van het provinciedecreet;

Besluit

I Voorwerp van het subsidiereglement

Artikel 1: doel en doelgroep

Binnen de perken van het jaarlijks vastgestelde budget kan de deputatie een subsidie verlenen aan Limburgse (B) gemeenten en autonome gemeentebedrijven, of hun projectpartnerschap met het oog op de ruimtelijke planning, rekening houdend met reeds bestaande of nieuwe lokale bedrijventerreinen.
Dit kan o.a. gaan over het opstellen van een masterplan, een herstructureringsplan, een inrichtingsplan, een reorganisatieplan, een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) (incl. voortraject, haalbaarheidsstudie, inrichtingsstudies,..)..

Artikel 2: verklaring termen of begrippen

Lokaal bedrijventerrein
Conform de definitie van het RSV wordt onder lokaal bedrijventerrein verstaan: een bedrijventerrein uitsluitend bestemd voor lokale bedrijven.

Lokaal bedrijf 
Conform de definitie van het RSV wordt onder lokaal bedrijf verstaan: een be- en verwerkend bedrijf (inclusief tertiaire dienstverlening) dat een verzorgend karakter heeft ten aanzien van de omgeving, dat wat schaal betreft aansluit bij de omgeving (schaal van de kern, schaal van het stedelijke gebied, …) en beperkt is in omvang.

Motiveringsnota
De motiveringsnota is het document (max. 5 pagina’s A4) en eventueel bijbehorend grafisch materiaal dat als bijlage bij het aanvraagformulier ingediend wordt voor het verkrijgen van een subsidie binnen dit reglement en dat:

  • inzicht verschaft in de ruimtelijke economische visie van de gemeente (bestaande en gewenste toestand)
  • de planning en/of optimalisering met het oog op een lokaal bedrijventerrein binnen het RSPL en het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS) kadert
  • de planning en/of optimalisering met het oog op een lokaal bedrijventerrein desgevallend binnen SALK en/of RuBeLim aangeeft
  • een toelichting van de aanvrager bevat in hoeverre de aanvraag voldoet aan de voorwaarden van dit reglement.

Plan van aanpak
Het plan van aanpak is een plan dat wordt ingediend voor het verkrijgen van een subsidie binnen dit reglement en dat inzicht verschaft in de concreet te ondernemen (proces)stappen ter realisatie van het project of plan aangevuld met een stapsgewijze weergave van de timing. De maximale looptijd van het project bedraagt drie jaar, met uitzondering van het geval dat een termijnverlenging wordt gevraagd en toegestaan cf. artikel 15.

Projectpartnerschap
Een projectpartnerschap is een samenwerkingsverband tussen minstens één Limburgse (B) gemeente of autonoom gemeentebedrijf (de aanvrager) enerzijds en één of meer andere gemeenten, autonome gemeentebedrijven of andere organisaties anderzijds.
In het geval de subsidieaanvraag namens een projectpartnerschap wordt ingediend, treedt de gemeente die of het autonoom gemeentebedrijf dat de subsidieaanvraag indient op als "projectcoördinator" in het kader van dit reglement. Alle andere partners die bij de uitvoering van het project betrokken zijn, worden “projectpartners” genoemd.

II Voorwaarden voor subsidietoekenning

Artikel 3: voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet de aanvrager aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de aanvrager moet een Limburgse (B) gemeente of autonoom gemeentebedrijf zijn (eventueel in partnerschap met één of meer andere gemeenten, autonome gemeentebedrijven of organisaties)
  • de aanvrager moet voldoen aan alle verplichtingen die voortvloeien uit eerdere toekenningen van gelijkaardige of andere subsidies van de provincie Limburg.

Artikel 4: voorwaarden waaraan het investeringsproject inhoudelijk moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het investeringsproject inhoudelijk aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het project moet inhoudelijk beantwoorden aan de begrippen “lokaal bedrijventerrein” en “lokaal bedrijf” zoals gedefinieerd in artikel 2 van dit reglement
  • het bedrijventerrein moet gelegen zijn op het grondgebied van de provincie Limburg (B)
  • het project of plan mag nog niet voltooid zijn op het moment van de subsidieaanvraag, doch mag wel al gestart zijn
  • ingeval het project ertoe strekt om een ruimtelijk uitvoeringsplan op te stellen, moet de subsidieaanvraag ingediend worden vóór de voorlopige vaststelling van het ontwerp van een ruimtelijk uitvoeringsplan.

Daarnaast wordt er voorkeur gegeven aan:

  • projecten die passen binnen het SALK-rapport en/of de studie RuBeLim
  • projecten die voorwerp (geweest) zijn of worden van een subsidieaanvraag in het kader van het "Subsidiereglement betreffende de transitie naar eco-efficiënte bedrijventerreinen" van de provincie Limburg, vastgesteld bij provincieraadsbesluit van 16 mei 2012 (en raadpleegbaar op de in artikel 5 vermelde website).

III Indiening van de subsidieaanvraag

Artikel 5: de termijn, wijze en het adres van de indiening van de aanvraag

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie kan op de volgende wijze gebeuren:

  • per post
  • afgeven tegen ontvangstbewijs
  • elektronisch.

Elektronische indiening geniet de voorkeur. Bijlagen die bij de aanvraag behoren maar niet elektronisch (kunnen) worden ingediend, kunnen via een andere wijze (ook via een digitale drager) worden ingediend.

Meteen na het indienen wordt de ontvangst van de aanvraag bevestigd en worden het verdere verloop en eventuele bijkomende instructies meegedeeld aan de aanvrager.

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie moet ingediend worden op volgend adres:
Dienst Ruimtelijke Planning en Beleid
Directie Omgeving
provincie Limburg
Universiteitslaan 1
3500 HASSELT
Tel. 011 23 83 05
E-mail roplangroep@limburg.be 

Artikel 6: documenten in te dienen bij de aanvraag

Voor iedere aanvraag moeten de volgende documenten in 1 exemplaar ingediend worden:

  • een volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend aanvraagformulier
  • de motiveringsnota zoals bepaald in artikel 2 van dit reglement
  • een plan van aanpak zoals bepaald in artikel 2 van dit reglement
  • bij voorkeur en voor zover deze documenten al ter beschikking zijn bij het indienen van de subsidieaanvraag: een kopie van de opdrachtdocumenten en/of offertes waaruit het geraamde investeringsbedrag blijkt
  • in het geval van projectpartnerschap: een door iedere projectpartner ondertekende verklaring waaruit blijkt dat deze zich akkoord verklaart met de deelname aan het projectpartnerschap, met de inhoud van de subsidieaanvraag, met het projectvoorstel dat voorwerp is van de subsidieaanvraag en met het feit dat de subsidieaanvrager optreedt als projectcoördinator, met de toekenning van zijn bevoegdheden en met het feit dat hij de nodige verantwoordelijkheid hiervoor draagt.

Bij een elektronische aanvraag geldt het mailbericht als ondertekening.

Het aanvraagformulier kan op het adres vermeld in artikel 5 worden opgevraagd of kan van de bovenvermelde website worden gedownload.

IV Toetsing van de subsidieaanvraag

Artikel 7: toetsing op volledigheid

De aanvraag wordt onderzocht op volledigheid.

De aanvrager die een onvolledige aanvraag indient, krijgt schriftelijk de vraag om de ontbrekende documenten alsnog in te dienen binnen de meegedeelde termijn. Een aanvraag die niet vervolledigd wordt binnen deze termijn komt in dat jaar niet meer in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit reglement.
Hiervan wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 8: toetsing aan de voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen en aan de voorwaarden waaraan het project inhoudelijk moet voldoen

De aanvraag wordt door de dienst Ruimtelijke Planning en Beleid getoetst aan de voorwaarden vermeld in dit reglement en wordt vóór de beslissing over het al of niet toekennen van de subsidie desgevallend voor advies voorgelegd aan de dienst Economie en/of POM- Limburg en waar aangewezen ook aan eventuele andere experten.

Bij de toetsing van de aanvraag wordt hierbij ingegaan op de volgende elementen.
§1 Korte omschrijving van de ruimtelijke economische visie van de gemeente. Streeft de gemeente op het vlak van bedrijvigheid naar multifunctioneel ruimtegebruik?

a) In het geval van een nieuw lokaal bedrijventerrein
Waarom is er nood aan een apart lokaal bedrijventerrein? Kan hiervoor een behoefte aangetoond
worden? Wordt er in eerste instantie verwevenheid van lokale bedrijvigheid met andere functies
nagestreefd? Hoe wenst de gemeente startende lokale bedrijven te stimuleren? Hoe duurzaam is het
bedrijventerrein?
b) In het geval van een reeds bestaand bedrijventerrein
Wat is het opzet van het project/de studie? Hoe wordt de meerwaarde van het project/de studie op het
bestaande bedrijventerrein gezien? In welk opzicht is het een verbetering voor het bestaande terrein?
Hoe wordt het aspect duurzaamheid vertaald?

§2 Is het oprichten van het lokale bedrijventerrein conform de visie en selecties van het GRS (zie schema bij het aanvraagformulier)
§3 Is de aanvraag niet in strijd met selecties en visies van het RSPL?
§4 Past het lokale bedrijventerrein binnen de visie en de criteria voor lokale bedrijventerreinen van het RSPL?
§5 Past de aanvraag binnen de visie van het SALK (regio’s met tekorten op het vlak van kmo’s)?
§6 Past de aanvraag binnen de onderzochte  zones/potenties van de studie RuBeLim voor lokale bedrijventerreinen?

Indien nodig voor de beoordeling van de aanvraag, kan de dienst Ruimtelijke Planning en Beleid van de provincie Limburg een bespreking en een bijsturing van het voorgestelde project vragen aan de aanvrager. Hiervan wordt de aanvrager schriftelijk of per e-mail in kennis gesteld. De aanvraag wordt slechts verder behandeld na indiening van de gevraagde projectbijsturingen. De ontvangst van deze bijsturingen wordt meteen bevestigd. Wanneer op een schriftelijke vraag tot deze bijsturing of uitnodiging tot bespreking geen antwoord wordt gegeven binnen de vermelde termijn, ziet de aanvrager definitief af van zijn aanvraag tot subsidiëring. De aanvrager wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 9: toetsing op krediet

Indien de kredieten die in het budget voor dit reglement zijn ingeschreven, uitgeput zijn, komt de aanvraag voor het lopende budgetjaar niet meer in aanmerking voor toekenning. In voorkomend geval wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de postdatum of bij onleesbaarheid de datum van ontvangst van de aanvraag en komen de aanvragen chronologisch in aanmerking. De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

De aanvrager zal dan gevraagd worden of hij zijn aanvraag wenst te behouden voor het volgende budgetjaar, desgevallend met een aangepast plan van aanpak en/of een aangepaste projecttiming overeenkomstig bovenvermeld artikel 8 §3. De aanvraag wordt dan in zijn geheel opnieuw getoetst in het nieuwe budgetjaar.

Artikel 10: besluitvorming over de subsidieaanvraag

De deputatie beslist op voorstel van de dienst Ruimtelijke Planning en Beleid binnen een termijn van 90 kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag of in voorkomend geval vanaf de datum van ontvangst van de ontbrekende documenten/gegevens bedoeld in artikel 7 van dit reglement, of de aanvraag al dan niet in aanmerking komt voor een subsidie en bij een toekenning van de subsidie welk subsidiebedrag wordt toegekend.

De aanvrager zal schriftelijk in kennis worden gesteld van de beslissing.

V Berekening van het subsidiebedrag

Artikel 11: bepaling van het subsidiebedrag

Het subsidiebedrag bedraagt maximaal 50 % van het investeringsbedrag ingeval het project ertoe strekt om een ruimtelijk uitvoeringsplan op te stellen voor de realisatie van een nieuw lokaal bedrijventerrein.
In alle andere gevallen bedraagt het subsidiebedrag maximaal 65 % van het investeringsbedrag.

Het toe te kennen subsidiebedrag wordt berekend op basis van de door de aanvrager ingediende raming van de ontvangsten en uitgaven van het investeringsproject zoals opgenomen in het aanvraagformulier.

Het definitieve subsidiebedrag wordt na de indiening van de nodige documenten ter verantwoording van de aanwending van de toegekende subsidie berekend op basis van de werkelijke projectontvangsten en -uitgaven na de projectuitvoering en nadat aan de voorwaarden van de artikels 14 en 15 werd voldaan.

De bepaling van de provinciale subsidie kan beperkt worden tot bepaalde uitgavenelementen. De deputatie zal per aanvraag de niet-subsidiabele uitgavenelementen vaststellen.

Volgende uitgaven komen niet in aanmerking voor subsidiëring:

  • btw-uitgaven indien deze recupereerbaar zijn
  • uitgaven voor recepties/catering
  • personeelsuitgaven van de aanvrager of eventuele projectpartners.

In het geval dat in het kader van de uitvoering van het project één of meer overheidsopdrachten worden gegund, kan het initieel door de deputatie toegekende subsidiebedrag niet verhoogd worden naar aanleiding van eventuele prijsherzieningen, verrekeningen, bijaktes of meerdiensten die zich na de subsidietoekenning door de deputatie manifesteren.

Artikel 12: maximumsubsidiebedrag

Het subsidiebedrag bedraagt maximaal 30.000,00 euro per aanvraag ingeval het project ertoe strekt om een ruimtelijk uitvoeringsplan op te stellen voor de realisatie van een nieuw lokaal bedrijventerrein. In alle andere gevallen bedraagt het subsidiebedrag maximaal 45.000,00 euro per aanvraag. 

Van dit maximumbedrag kan worden afgeweken door de deputatie op basis van een gemotiveerd voorstel van de adviserende diensten/instanties/experten.

VI Betaling van het subsidiebedrag

Artikel 13: wijze van betaling

Het toegekende subsidiebedrag wordt in 2 schijven betaald.
Een eerste schijf van 40 % wordt betaald bij de toekenning.
Het resterende saldo wordt betaald nadat de voorwaarden tot betaling van het saldo vermeld in artikel 14 zijn vervuld.

Artikel 14: voorwaarden tot betaling van het saldo

Binnen een termijn van hetzij 6 maanden te rekenen vanaf de voltooiing van de laatste (proces)stap in het plan van aanpak, hetzij binnen drie jaar te rekenen vanaf de datum van het besluit van de deputatie waarin de subsidie werd toegekend, naargelang van welke de kortste termijn is, moet een schriftelijke aanvraag tot betaling van het saldo samen met volgende documenten worden ingediend:

  • een aanvraag tot betaling van het saldo
  • een kopie van het besluit van het college van burgemeester en schepenen waaruit de goedkeuring van de eindafrekening blijkt
  • een kopie van de eindafrekening of enig ander bewijs dat de grootte van de werkelijke investeringsuitgaven aantoont.

Uitzonderlijk kan de deputatie beslissen tot een verlenging van de realisatietermijn cf. ondervermeld artikel 15. Hierdoor wordt ook de termijn tot indiening van de betalingsaanvraag voor het saldo met eenzelfde duur verlengd.

Het saldo wordt zo spoedig mogelijk betaald na ontvangst van deze documenten op het adres vermeld in bovenvermeld artikel 5, na controle en aanvaarding van deze documenten  en na een afzonderlijke beslissing van de deputatie. De aanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van deze beslissing.

VII Verplichtingen na de toekenning van een subsidie

Artikel 15: verplichtingen na de toekenning

Indien in het kader van dit reglement aan de aanvrager een subsidie wordt toegekend, verbindt deze zich ertoe:

  • de toegekende subsidie aan te wenden voor het doel waarvoor zij werd toegekend
  • uitdrukkelijk melding te maken van de financiële ondersteuning door de provincie (inclusief de weergave van  het logo van de provincie Limburg zoals terug te vinden op http://www.limburg.be/logo) op de wijze zoals bepaald door de deputatie bij de toekenning
  • tijdig de betalingsaanvraag voor het saldo in te dienen
  • het project binnen een termijn van 3 jaar, te rekenen vanaf de datum van het deputatiebesluit houdende de toekenning van de subsidie, te realiseren. Uitzonderlijk kan de deputatie beslissen tot een verlenging van de realisatietermijn op basis van een gewijzigd plan van aanpak, waarbij automatisch ook de termijn tot indiening van de betalingsaanvraag voor het saldo met eenzelfde duur wordt verlengd. Hiertoe moet de aanvrager een gemotiveerde aanvraag indienen bij de dienst Ruimtelijke Planning en Beleid met opgave van de reden en de duur van de gewenste verlenging. De aanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing tot het al dan niet verlengen van deze termijnen.

VIII Controle en sancties

Artikel 16: controle op de aanwending van de toegekende subsidie

De provincie heeft steeds het recht toezicht en controle uit te oefenen bij de begunstigde van de subsidie die hem in het kader van dit reglement werd toegekend. De begunstigde verbindt er zich toe de nodige inlichtingen te verstrekken en de controle van de provincie Limburg te aanvaarden.

Artikel 17: sancties

Indien de begunstigde één of meer verplichtingen voortvloeiend uit dit reglement niet nakomt, kan de provincie het reeds betaalde subsidiebedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen, of in voorkomend geval beslissen tot het niet-betalen of het gedeeltelijk niet-betalen van de toegekende subsidie. Verder kan voor een periode vastgesteld door de deputatie de begunstigde uitgesloten worden om in de toekomst in aanmerking te komen voor subsidies van de provincie Limburg.

Ingeval er bij het verstrijken van de termijn van de betalingsaanvraag voor het saldo geen of geen tijdige verlenging van de realisatietermijn werd gevraagd cf. artikel 15, vervalt het resterende subsidiebedrag.

IX Slotbepalingen

Artikel 18: inwerkingtreding en geldigheidsduur

Dit reglement treedt in werking vanaf 1 juni 2017.

Artikel 19: opheffings- en overgangsbepalingen

Het “SALK - Subsidiereglement betreffende de ruimtelijke planning van lokale bedrijventerreinen“ van 23 april 2014 wordt opgeheven vanaf 1 juni 2017.
Subsidieaanvragen die werden ingediend in het kader van het “Subsidiereglement betreffende de ruimtelijke planning van lokale bedrijventerreinen” van 23 april 2014 en die nog in behandeling zijn op 1 juni 2017 worden verder behandeld overeenkomstig de voorwaarden en procedure bepaald in het bovenvermelde subsidiereglement van 23 april 2014.

Artikel 20: interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden

Alle interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden betreffende de toepassing van dit reglement worden behandeld door de deputatie.

Hasselt d.d. 2017-05-17

De provinciegriffier,
Renata Camps

De voorzitter,
Gilbert Van Baelen